Lesdoelen
- De leerling kan uitleggen dat een computer alleen exacte, eenduidige instructies uitvoert en kan een reeks instructies (algoritme) zo formuleren dat er niets te "interpreteren" valt. LPD 20
- De leerling kan een flowchart lezen én tekenen met de juiste symbolen: afgerond = start/stop, rechthoek = actie, ruit = keuze, pijl = volgorde. LPD 6
- De leerling kan in een bestaand mBlock-programma sequentie, selectie, iteratie en variabele aanwijzen en benoemen. LPD 20
- De leerling kan een fout programma systematisch debuggen: voorspellen wat het zou moeten doen → observeren wat het echt doet → de fout lokaliseren, verklaren en herstellen. LPD 20
Lesverloop (4 lesuren — wo 11 nov vrij)
| Blok | Duur | Fase | Wat gebeurt er |
|---|---|---|---|
| 1 | 20 min | Instap | "Programmeer je leerkracht": een duo schrijft instructies om een boterham met choco te smeren; de leerkracht voert ze hilarisch letterlijk uit (pot niet opengedraaid? Dan smeer je met een dichte pot). Conclusie: machines doen wat er stáát, niet wat je bedoelt. |
| 1 | 30 min | Instructie | Op het bord: wat is een algoritme, de flowchart-symbolen, en de vier bouwstenen (sequentie – selectie – iteratie – variabele) — telkens gekoppeld aan het verkeerslicht van level 1: "welke bouwstenen zaten dáár al in?" |
| 2 | 25 min | Begeleid | Flowcharts lezen: werkblad met drie flowcharts (knipperlicht, wekker-ochtendritueel, straatlantaarn-preview). Per flowchart voorspellen de leerlingen de uitvoer; klassikaal verbeteren. |
| 2 | 25 min | Zelfstandig | Zelf tekenen: flowchart van een knipperlicht (0,2 s aan / 0,8 s uit). Buddy-check met de symbolen-poster; daarna aftekenen door de leerkracht. |
| 3 | 50 min | Zelfstandig | Debug-dojo, ronde 1: vijf foute mBlock-programma's staan klaar op de pc's. Per programma: voorspel → test → vind de fout → repareer → noteer in het logboek wélke fout het was en hoe je ze vond. |
| 4 | 30 min | Verdieping | Debug-dojo afronden; klassikale bespreking: welke fout was het gemeenst en waarom? Snelle leerlingen saboteren een eigen programma voor hun buur (voorbereiding Debug-Detective). |
| 4 | 20 min | Afsluiting | Benoem-quiz met de vier bouwstenen (wisbordjes), logboek bijwerken, XP-moment. Vooruitblik: volgende week krijgt de Arduino eindelijk zintuigen — de drukknop. |
Instructie: denken als een machine
1 · De vier bouwstenen van élk programma
- Sequentie — stappen in vaste volgorde, één voor één. Jouw verkeerslicht van week 7 was bijna pure sequentie: groen aan → wacht → groen uit → oranje aan …
- Selectie — de machine kiest: als de knop is ingedrukt, dan gebeurt A, anders B. Herkenbaar aan de ruit in een flowchart.
- Iteratie — herhalen: "herhaal voortdurend" of "herhaal 10 keer". In een flowchart: een pijl die terugspringt naar boven.
- Variabele — een doosje met een naam waarin het programma één waarde onthoudt (score, lichtwaarde, aantal ballen). Nieuw deze periode, onmisbaar vanaf week 11.
Deze vier begrippen zijn parate kennis voor toets 2 (week 14) — en het gereedschap waarmee ze in week 31-32 de spellogica van hun flipperkast schrijven.
2 · Zo lees je een flowchart
Afspraak vanaf nu tot de kerstvakantie: geen code zonder flowchart. Eerst denken op papier, dan pas slepen in mBlock.
3 · De debug-dojo: vijf patiënten
Vijf mBlock-programma's, elk met precies één fout. Ze zien er normaal uit — tot je ze uitvoert. De vaste debug-methode: voorspel wat het programma zou moeten doen → observeer wat het echt doet → verklein het zoekgebied (welk blok kán het niet zijn?) → repareer → test opnieuw.
- Patiënt 1 — het stille licht: de LED zit op pin 9, de code praat tegen pin 8. Er gebeurt… niets.
- Patiënt 2 — de eeuwige lamp: knipperprogramma met maar één wachtblok — de LED lijkt gewoon áán te blijven (zie ook denkvraag 1 in het Blokkenboek).
- Patiënt 3 — de dove knop: het als-blok staat búiten de herhaal-lus en wordt maar één keer gecheckt, in de allereerste milliseconde.
- Patiënt 4 — de omgekeerde wereld: > en < verwisseld — de lamp gaat aan bij fel licht in plaats van bij donker.
- Patiënt 5 — de gewiste score: "zet teller op 0" staat ín de lus in plaats van ervoor; de teller komt nooit boven de 1 uit ("zet" vervangt, "verander" telt op!).
Elke gerepareerde patiënt is 5 XP waard — mét verklaring in het logboek, anders telt hij niet.
Opdrachten
Kernopdracht (iedereen)
- Schrijf per duo een "boterham-algoritme" van maximaal 12 stappen — exact genoeg voor een machine.
- Lees de drie flowcharts op het werkblad en voorspel per flowchart de uitvoer.
- Teken zelf de flowchart van het knipperlicht (0,2 s aan / 0,8 s uit) en laat ze aftekenen.
- Duid in je verkeerslicht-code van week 7 de sequentie en de iteratie aan; leg uit waar selectie zou passen.
- Repareer minstens 3 van de 5 dojo-patiënten; noteer per patiënt de fout én hoe je ze vond.
Basis-pad
Flowchart-sjabloon met voorgedrukte symbolen waarop alleen de teksten ingevuld worden. In de debug-dojo: patiënt 1 en 2 met hint-kaartjes ("kijk eens goed naar het pin-nummer…"). Zelfde logboek-verwachting: fout benoemen in eigen woorden.
Uitbreidingen
- Dojo-meester: alle 5 de patiënten gered, mét correcte vaktermen in de verklaring.
- Saboteur: verstop zelf één subtiele fout in een werkend programma en laat je buur ze vinden (de leerkracht keurt de sabotage eerst goed).
- Vooruitdenker: teken de flowchart van het voetgangerslicht van volgende week: knop → auto's rood → voetgangers groen → terug.
Materiaal deze week
- 5 debug-dojo-bestanden klaargezet op de klas-pc's (w10_patient1.mblock … w10_patient5.mblock)
- Werkblad "flowcharts lezen" (3 flowcharts) + flowchart-sjablonen voor het basis-pad
- Poster met flowchart-symbolen aan de muur (start/stop, actie, ruit, pijl)
- Brood, choco, mes en bord voor de instap-demo (plus keukenpapier…)
- Wisbordjes voor de benoem-quiz in de afsluiting
- Korte week: maar 4 lesuren door Wapenstilstand (wo 11 nov). Het lesverloop hierboven is daarop gebouwd; schrap bij verdere uitval eerst de saboteur-uitbreiding, nooit de debug-dojo zelf.
- De boterham-demo werkt alleen bij genadeloze letterlijkheid: pot niet expliciet opengedraaid = smeren met dichte pot; "doe choco op het brood" = de hele pot erop. Hoe droger jij het speelt, hoe harder het inzicht binnenkomt.
- Dojo-bestanden vooraf testen op de klas-pc's: elke patiënt moet exact één duidelijke fout hebben. De vijf fouten hierboven komen letterlijk terug als vraagtypes op toets 2.
- Benoem-quiz als nulmeting: wie sequentie/selectie/iteratie/variabele eind deze week nog niet uit elkaar houdt, krijgt in week 11-12 gerichte herhaling — die begrippen zijn de taal van heel level 2.
- Vooruitblik: volgende week drukknoppen + 10 kΩ-weerstanden klaarleggen; controleer of de seriële monitor werkt op de klas-pc's (nodig voor de teller-opdracht).