Het draaiboek
- VOORAF (de dagen ervoor) — maak de deelnemerslijst (wie uit 5e, 6e en 1e MB gaat mee) en regel de toestemmingen. Print voor elk kind een badge met naam + schoolnaam + gsm-nummer van de leerkracht — dezelfde badge als op de gewone dagen, maar op de uitstap is hij je veiligheidsnet. Print per duo een speurboekje, met klembord en potlood erbij. Maak het verzamelkaartje: verzamelpunt én verzameltijd visueel op één kaartje (zie hieronder), zodat ook wie weinig Nederlands leest precies weet waar en wanneer. Print: badges · speurboekje
- VERTREK — telmoment tegen de deelnemerslijst vóór je één stap zet. Vorm de vaste duo's (koppel waar het kan een sterke Nederlandstalige aan een zwakkere lezer) en deel boekjes, klemborden en verzamelkaartjes uit. Toon de regels kort en visueel: blijf bij je duo, badge blijft op.
- TER PLAATSE — de duo's vullen het taalarme speur-/woordenschatboekje in: machines, sensoren, wielen en robots spotten, aankruisen, tekenen. Elk duo noteert of tekent één nieuw Nederlands woord dat het onderweg oppikte. Jij circuleert, wijst aan, benoemt — het boekje houdt iedereen doelgericht bezig zonder dat er een woord uitleg nodig is.
- TERUG — opnieuw telmoment tegen de lijst vóór vertrek én bij aankomst. Sluit af met een korte reflectie: elk duo toont één ontdekking of zijn nieuwe woord, daarna het smiley-exit-ticket over de uitstap. Print: exit-tickets
Het verzamelkaartje
Eén kaartje per kind, samen met de badge: waar verzamelen we en hoe laat — puur visueel, dus ook zonder Nederlands meteen duidelijk. Vul het in vóór je vertrekt en toon het klassikaal bij elke verplaatsing.
Wat spotten de duo's?
- Machines — wat beweegt of werkt vanzelf?
- Sensoren — automatische deuren, lampen, poortjes
- Wielen — groot, klein, tandwielen tellen mee
- Robots — alles wat zelf "denkt" en doet
- Eén nieuw NL-woord — noteren of tekenen
Alles staat als picto in het speurboekje — de kinderen kruisen aan, tekenen of schrijven, elk op hun eigen niveau.
Gratis vervoer met dynamoOPWEG. Voor uitstappen naar musea en bibliotheken geeft De Lijn
gratis vervoer via de dynamoOPWEG-voucher: geldig in de daluren (9:00–15:30), voor maximaal
30 leerlingen. Vooraf boeken — dit hoort bij de organisatie, net als de toestemmingen en het
verzamelpunt. Tel dus tijdig je groep (5e + 6e + 1e MB samen!) en plan de verplaatsing binnen de daluren.
Eén boekje, gelaagde kolommen
Het speurboekje differentieert zichzelf: elke opdracht heeft gelaagde kolommen, dus één print bedient de hele gemengde groep zonder aparte versies.
| Wie | Zo gebruikt het duo het boekje |
|---|---|
| OKAN / nieuwkomers | Tekent wat het ziet en kruist aan in de picto-kolom — starten kan zonder één woord Nederlands te lezen. |
| 5e–6e leerjaar | Picto's aankruisen én het nieuwe Nederlandse woord erbij noteren. |
| 1e middelbaar | Schrijft korte observaties in de schrijfkolom: wat zag je, waar, wat doet het? |
Duo's mengen vanzelf: de tekenaar en de schrijver werken op dezelfde pagina aan dezelfde opdracht.
Vooraf geregeld?
Augustus-praktisch
- Water, schaduw, hitteplan. Midden augustus kan het gloeien: flesje water per kind, pauzes in de schaduw, de buitenstukken van de dag zo vroeg mogelijk plannen.
- Vaste duo's, de hele dag. Hetzelfde duo van vertrek tot terugkomst — een duo is samen verantwoordelijk, dus niemand loopt ooit alleen. Tel in duo's: dat gaat dubbel zo snel.
- Kind zoekgeraakt? De badge! Op elke badge staan naam, schoolnaam en jouw gsm-nummer. Spreek vooraf af: raak je de groep kwijt, blijf dan staan en toon je badge aan een medewerker. Hou zelf een telmoment bij elke verplaatsing.
- Reservetijd inbouwen. Reken ruim voor elke verplaatsing (daluren-bussen wachten niet) en hou een reserveblok achter de hand: de nieuwe woorden uit de boekjes vergelijken vult een verloren kwartier moeiteloos.
← Bekijk in het rooster hoe de uitstap in de twee weken past