Ruimteproefjes en de grote ruimtequiz
Vier dagen voor de Ruimtenacht scheurt de opblaasbare sterrenkoepel, en de hele school kijkt naar Aya, Tuur, Marit en Kofi. Kiko de neusbeer heeft een plan: acht proefjes met spullen uit de keukenkast, en op vrijdagavond de grote ruimtequiz, met zestig vragen over alles wat je in deze reeks ontdekte. Jij speelt mee als vijfde crewlid: je lanceert, meet, rekent en twijfelt, en op het einde schrijf je je eigen naam op een ruimtediploma.
Wat kan jij na dit boekje?
- Op het einde kan je acht ruimteproefjes veilig klaarzetten en uitvoeren, en bij elk uitleggen welk stukje ruimtewetenschap je ziet.
- Op het einde kan je een eerlijke proef opzetten: je verandert telkens maar één ding, je herhaalt en je meet wat er gebeurt.
- Op het einde kan je met een bal, een lamp, een stok en een doos de maanfasen, de echte middag en zelfs de grootte van de Zon onderzoeken, zonder ooit in de Zon te kijken.
- Jouw missie: de grote ruimtequiz van zestig vragen spelen en bij elke fout terugbladeren naar het boekje waar het antwoord staat.
- Op het einde kan je veertig ruimtewoorden van A tot Z in je eigen woorden uitleggen.
- Jouw eindmissie: je ruimtediploma invullen en een eigen kijkmissie voor de zomer kiezen.
Maandag, 8.25 uur: een koepel als een leeggelopen springkasteel
Aya rent over de natte speelplaats, haar gsm hoog boven haar hoofd. 'Hij is kapot!' roept ze. 'De koepel! Gescheurd, van boven tot onder!' Op het scherm staat een foto van de opblaasbare sterrenkoepel die de school had gehuurd voor de Ruimtenacht van vrijdag. Hij ligt plat in een garage, als een leeggelopen springkasteel.
Het bericht van de juf eronder is kort: 'Geen vervanging gevonden. Sorry, crew. We zoeken iets anders.' Iets anders. Vrijdag komen alle ouders, broers, zussen en grootouders. De klas van Aya zou hen in de koepel de sterrenhemel tonen. Dertien ruimteboekjes lang hebben ze naar dit moment toegeleefd.
In de klas zit Kiko de neusbeer bovenop de stapel van dertien boekjes, met een vergiet op zijn kop als helm. Tuur gooit zijn rugzak op de bank. 'Dan bouwen we het heelal toch gewoon zelf?' Marit fronst. Kofi zet zijn camera aan. En Kiko grijnst. Dat doet hij alleen als hij een plan heeft.

Groepschat Ruimtenacht-crew, maandag, 8.31 uur



Dossier: de battle pass van seizoen 14
Op het bord hangt een groot blad met acht lege vakjes. Elk vakje is een tier: een proefje met spullen uit de keukenkast, de schuif of de garage. Test het proefje, snap wat je ziet, en laat vrijdag de bezoekers het zelf doen. Elke tier die je haalt, is 100 xp waard: kleur dan het vakje in je eigen boekje. Om 21 uur volgt de eindbaas: de grote ruimtequiz, zestig vragen over alle dertien boekjes. Boven het blad staat in rode letters nog een regel: Marit is veiligheidschef. Wat zij zegt, is wet.
Tier 1, maandag, 12.40 uur: hard mode
In de turnzaal heeft de turnjuf een touw gespannen, van de vloer tot de bovenste lat van het wandrek, steil omhoog. Tuur rijgt er een rietje op. 'Ballonraketten langs een plat touw deden we al,' zegt hij. 'Dat is level één. Dit is hard mode.' Hij plakt een opgeblazen ballon onder het rietje, met vier paperclips als lading.
Aftellen. Loslaten. De ballon sist, kruipt een halve meter omhoog en zakt zielig terug. Kofi filmt alles. 'Epic fail, live voor al mijn volgers.' Tuur haalt de paperclips eraf. Nu haalt de ballon bijna drie meter. Langs een plat touw vloog dezelfde ballon, met lading, gisteren nog door de hele gang.
'Hij is dus niet kapot,' zegt Aya. 'Wat is er dan anders?' Kiko wijst naar boven. 'Het touw. Daar zit je eindbaas.'

Waarom omhoog zoveel moeilijker is
Een raket werkt met actie en reactie. De ballon perst lucht naar achteren, en die lucht duwt de ballon even hard naar voren. Die duw heet de stuwkracht. Langs een plat touw moet de stuwkracht alleen de wrijving van het rietje overwinnen. Steil omhoog moet ze ook een groot deel van het gewicht van ballon en lading optillen.
Een echte raket heeft hetzelfde probleem, maar dan enorm. Ze komt pas van de grond als haar motoren harder duwen dan ze weegt. De Saturnus V, de maanraket uit boekje 10, woog volgetankt bijna 3 miljoen kilo. Haar vijf motoren duwden bij de start maar een beetje harder dan dat gewicht. Daarom kroop ze eerst traag omhoog.
Aya wil weten welk ontwerp het best werkt. 'Dan moet je eerlijk testen,' zegt Kiko. Een eerlijke proef verandert telkens maar één ding. Verander je tegelijk de ballon, het touw en de lading, dan weet je achteraf niet wat het verschil maakte. En je doet elke test drie keer, want één keer kan toeval zijn.
Tuur schrijft het met dikke letters in zijn logboek: ÉÉN DING TEGELIJK. Dan kijkt hij naar Kofi, die met een voetbal onder zijn arm de turnzaal binnenkomt. 'Waarvoor is die bal?' Kofi grijnst. 'Voor de Zon.'

Tier 1: de raketballon-race in hard mode
Wat heb je nodig?
- drie lange ballonnen van dezelfde soort (latexvrij als iemand allergisch is)
- een rietje
- een glad touw of een vislijn van ongeveer 4 meter
- plakband
- vier paperclips
- een meetlint
- een volwassene die het touw hoger vastmaakt (aan de bovenkant van een wandrek, een kapstok of een deurklink, op ongeveer 2 à 2,5 meter hoogte)
- je logboek en een potlood
Zo doe je het
- 1
Rijg het rietje op het touw en span het touw horizontaal tussen twee stoelen. Dat is baan 1.
- 2
Blaas de ballon op tot hij ongeveer 25 centimeter lang is. Meet dat elke keer, zodat elke test evenveel lucht krijgt. Knijp hem dicht en plak hem onder het rietje, met de opening naar achteren.
- 3
Laat los en meet hoe ver de ballon komt. Doe het drie keer en schrijf alles in een tabel.
- 4
Laat de volwassene een uiteinde van het touw hoger vastmaken, bijvoorbeeld op 1 meter hoogte, zodat het schuin omhoog loopt: baan 2. Daarna nog hoger, op ongeveer 2 à 2,5 meter, zodat het touw zo steil mogelijk omhoog loopt: baan 3. Span het touw telkens strak. Verander verder niets.
- 5
Doe elke baan opnieuw met twee en daarna met vier paperclips aan de ballon.
- 6
Reken voor elke proef het gemiddelde uit: tel de drie afstanden op en deel door drie.
Langs baan 1 haalt Tuurs ballon 3,4 m, 3,9 m en 3,5 m. Wat is de gemiddelde afstand? Met vier paperclips haalt hij gemiddeld 2,4 m. Hoeveel minder ver is dat?
Een gemiddelde van drie proeven maakt een toevallige uitschieter minder belangrijk.
Kofi wil voor zijn filmpje dat de ballon met vier paperclips toch tot boven aan het steile touw raakt. Wat helpt het meest?
Met meer lucht duurt de stuwkracht langer, zodat de ballon langer tegen het gewicht van de lading in kan werken; met de opening naar boven zou hij zichzelf juist naar beneden duwen, en extra paperclips maken de lading nog zwaarder.
Tier 2, dinsdag, 10.15 uur: een Zon onder je arm
Kofi heeft een plan voor de inkomhal: het hele zonnestelsel aan het plafond, op schaal. Hij legt de voetbal op de vensterbank. 'Dit is de Zon. Nu de rest.' Aya rekent het na op de achterkant van een rekenblad. Dan legt ze een speld op tafel. 'Kofi. Dit is de Aarde. En die hangt op bijna 24 meter.'
Kofi kijkt van de speld naar de bal en weer terug. 'Dat is een bug.' 'Dat is wiskunde,' zegt Aya.
Grootte en afstand op dezelfde schaal
De Zon is ongeveer 1,39 miljoen kilometer breed. Een voetbal is ongeveer 22 centimeter. Laat je 22 centimeter staan voor 1,39 miljoen kilometer, dan staat 1 centimeter voor ongeveer 63 000 kilometer. De Aarde, ongeveer 12 750 kilometer breed, wordt zo een bolletje van 2 millimeter. Een speldenknop.
Op dezelfde schaal ligt de Aarde bijna 24 meter van de voetbal: verder dan de inkomhal lang is. Jupiter, zo groot als een grote knikker, ligt op 123 meter. Neptunus, een erwt, ligt op ongeveer 715 meter: aan de andere kant van het dorp. En daartussen? Bijna niets.
'Daarom kloppen bijna alle tekeningen van het zonnestelsel niet,' zegt Kiko. 'Ze tonen de planeten groot en dicht bij elkaar, anders zie je ze niet en passen ze niet op een blad.' In boekje 1 rolde een crew de afstanden uit met toiletpapier. Nu staan grootte en afstand op dezelfde schaal, en zie je pas hoe leeg de ruimte is.
Kofi zucht en zet de voetbal terug in de kast. Het plafond van de inkomhal blijft leeg. Maar Marit kijkt al naar de lamp zonder kap op de lessenaar van de juf. 'Mag ik die vanmiddag lenen?' vraagt ze. 'En iemands hoofd?'

Het voetbal-zonnestelsel (1 cm is ongeveer 63 000 km, afgerond)
| Hemellichaam | Echte doorsnede | Op schaal | Zo groot als | Afstand tot de voetbal-Zon |
|---|---|---|---|---|
| Zon | 1,39 miljoen km | 22 cm | een voetbal | - |
| Mercurius | 4 879 km | 0,8 mm | een stipje van een fijne stift | 9 m |
| Venus | 12 104 km | 1,9 mm | een speldenknop | 17 m |
| Aarde | 12 756 km | 2,0 mm | een speldenknop | 24 m |
| Mars | 6 792 km | 1,1 mm | een maanzaadje | 36 m |
| Jupiter | 142 984 km | 2,3 cm | een grote knikker | 123 m |
| Saturnus | 120 536 km | 1,9 cm | een hazelnoot | 227 m |
| Uranus | 51 118 km | 8 mm | een erwt | 454 m |
| Neptunus | 49 528 km | 8 mm | een erwt | 715 m |
Tier 2: wandel door het voetbal-zonnestelsel
Wat heb je nodig?
- een voetbal (de Zon)
- acht kaartjes (één per planeet) van stevig karton en een fijne zwarte stift
- een meetlat met millimeters
- een meetlint of meetwiel, of je eigen stappen (zie stap 1)
- steentjes of wasknijpers om de kaartjes vast te leggen
- een kaart van je buurt, op papier of op een scherm, samen met een volwassene
Zo doe je het
- 1
Meet hoe lang jouw stap is: zet tien gewone stappen, meet de afstand en deel door tien.
- 2
Teken op elk kaartje met de meetlat een planeet op de juiste grootte uit de tabel. De Aarde is een stipje van 2 millimeter, Jupiter een rondje van 2,3 centimeter. Schrijf de naam eronder.
- 3
Leg de voetbal aan het begin van een lange, rechte strook op het schoolterrein, bijvoorbeeld langs het voetbalveld.
- 4
Meet of stap de afstanden af en leg telkens het kaartje neer: Mercurius op 9 m, Venus op 17 m, de Aarde op 24 m en Mars op 36 m.
- 5
Ga bij de Aarde staan en kijk terug naar de voetbal. Zo groot lijkt de echte Zon ook aan de hemel. Naar de echte kijk je nooit: nu weet je het zonder te kijken.
- 6
Jupiter ligt op 123 m, Saturnus op 227 m, Uranus op 454 m en Neptunus op 715 m. Zoek met een volwassene op de kaart waar die afstanden vanaf je school uitkomen. Wat ligt er op 715 meter?
Marit zet stappen van 60 centimeter. Hoeveel stappen moet ze zetten van de voetbal-Zon tot de speldenknop-Aarde op 24 meter?
Zet eerst alles in dezelfde eenheid, hier centimeter, en deel dan door de lengte van een stap.
Kofi wil toch een zonnestelsel aan het plafond van de inkomhal, die 12 meter lang is. Hij wil Neptunus aan het einde. Wat gebeurt er als hij de afstanden juist op schaal zet? Wat kan hij anders doen, en wat zet hij eerlijk op het bordje erbij?
Elk model moet kiezen: kloppende afstanden of zichtbare planeten. Een goed model zegt eerlijk welke keuze het maakte.
Tier 3, dinsdag, 14.00 uur: Tuurs hoofd is een planeet
Marit maakt het klaslokaal pikdonker. Zwarte vuilniszakken voor de ramen, de lamp zonder kap op de lessenaar, en een witte pingpongbal op een stokje in Tuurs hand. 'De lamp is de Zon,' zegt ze. 'De bal is de Maan. En jouw hoofd is de Aarde.' Tuur grijnst. 'Eindelijk een rol op mijn niveau.'
Tuur houdt de bal op armlengte en draait rond. Het balletje verandert van een donker bolletje in een halve bal en een helverlichte bol, en weer terug. Aya zit op de vloer met boekje 6 op haar knieën. 'Fout!' roept ze. 'Je krijgt eerst een C en pas daarna een D. Dat is achterstevoren!'

Waarom de Maan van vorm lijkt te veranderen
Tuur draaide naar rechts. Van boven op de noordpool gezien gaat de Maan tegen de wijzers van de klok in rond de Aarde. Draai je naar links, dan klopt het: na nieuwe maan verschijnt rechts een sikkeltje, dat groeit tot een D en daarna tot volle maan. Zoals boekje 6 zei: lijkt ze op een D, dan groeit ze.
Bij de derde ronde ziet Marit het belangrijkste. De bal is altijd voor de helft verlicht, aan de kant van de lamp. Alleen zie je vanaf Tuurs hoofd telkens een ander stuk van die verlichte helft. De Maan verandert dus niet van vorm: wij kijken telkens vanuit een andere hoek. Van nieuwe maan tot nieuwe maan duurt ongeveer 29,5 dagen.
Dan schuift Tuur de bal precies tussen zijn gezicht en de lamp. Er glijdt een schaduwvlekje over zijn neus. 'Zonsverduistering!' roept Kofi. Als Tuur de bal achter zijn hoofd in zijn eigen schaduw zet, wordt die donker: een maansverduistering. 'Maar waarom is er dan niet elke maand een verduistering?' vraagt Aya.
Kiko tilt Tuurs arm een beetje op. Nu glijdt de bal boven de schaduw van zijn hoofd door. De baan van de Maan staat ongeveer 5 graden scheef tegenover die van de Aarde. Meestal schuift de Maan dus net boven of onder de Zon of de schaduw door. Alleen als alles op één lijn staat, krijg je een verduistering.
Als de vuilniszakken van de ramen gaan, staat Tuur al bij de keukenkast van de klas. Hij houdt een zak bloem en een doos cacao omhoog. 'Morgen,' zegt hij plechtig, 'gaan we bombarderen.' Marit zucht. 'Morgen gaan we laten vallen, Tuur. Niet bombarderen.'

Tier 3: maanfasen en verduisteringen met je eigen hoofd
Wat heb je nodig?
- een lamp zonder kap, met een ledlamp die niet heet wordt
- een witte pingpongbal of piepschuimbal
- een stokje of potlood (een volwassene maakt het gaatje in de bal)
- een kamer die je helemaal donker kan maken
- een helper
- je logboek en een potlood
Zo doe je het
- 1
Zet de lamp op ooghoogte aan één kant van de kamer en maak de rest donker.
- 2
Steek de bal op het stokje. Houd hem met gestrekte arm voor je, iets boven je hoofd, tussen jou en de lamp. Dit is nieuwe maan: je ziet de donkere kant.
- 3
Draai langzaam naar links rond, op de plaats. Houd de bal altijd recht voor je neus.
- 4
Stop telkens na een achtste draai. Je helper tekent in acht rondjes wat je ziet: sikkel, eerste kwartier, bolle maan, volle maan en weer terug.
- 5
Laat bij volle maan de bal achter je hoofd in je eigen schaduw zakken: een maansverduistering. Schuif bij nieuwe maan de bal precies voor de lamp, zodat zijn schaduw op je gezicht valt: een zonsverduistering.
- 6
Houd de bal nu een klein beetje hoger en draai opnieuw rond. Wat gebeurt er met de verduisteringen?
Tuur houdt de bal precies tussen zijn hoofd en de lamp. Bij welke maanfase kan er dus een zonsverduistering zijn?
Alleen bij nieuwe maan staat de Maan tussen de Zon en de Aarde; een maansverduistering kan alleen bij volle maan, als de Maan in de schaduw van de Aarde schuift.
Tier 4, woensdag, 9.30 uur: kraterdetectives
Op het grasveld achter de school staat een ovenschaal vol bloem met een laagje cacao erover. 'Kraters maken deden we al in boekje 3,' zegt Kofi. 'Plof, gat, klaar.' Kiko schudt zijn kop. 'Vandaag word je kraterdetective. Je gaat aan kraters aflezen hoe oud een stuk planeet is.'
Aya kan niet wachten. Ze gooit een knikker hard en schuin in de schaal. Er spat een wolk bloem op, recht in Tuurs gezicht. Marit fluit zo hard dat er een merel wegvliegt. 'Laten vallen. Niet gooien. Regel van de veiligheidschef.' Tuur hoest wit stof. Aya bijt op haar lip. 'Sorry.' Haar krater is een langgerekte veeg.
'Ook dat is een les,' zegt Kiko. 'Jouw knikker is traag, dus hij schuift. Een echte inslag gaat zo snel dat het rotsblok ontploft. Dan wordt de krater bijna altijd rond, ook als het schuin binnenkomt.'

Kraters zijn klokken
Inslagen treffen een planeet of maan min of meer overal even vaak, en vroeger nog veel vaker dan nu. Hoe langer een stuk grond al bestaat, hoe meer klappen het dus opving. Een oppervlak vol kraters is oud. Een oppervlak met weinig kraters is jong: daar heeft iets de oude kraters uitgewist.
Kijk maar naar de Maan. De lichte hooglanden zitten bomvol kraters: ze zijn meer dan 4 miljard jaar oud. De donkere vlekken, die mensen vroeger zeeën noemden, hebben veel minder kraters. Daar stroomde ruim 3 miljard jaar geleden lava uit de diepte. Die vulde de oude kraters op en stolde tot vlakten van donker gesteente.
Welke krater is de jongste? Kijk wat er bovenop ligt. Een krater die over een andere ligt, is jonger. Witte strepen van uitgespat puin, de stralen, liggen bovenop alles wat ouder is. Rond de krater Tycho lopen ze bij volle maan over een groot stuk van de Maan. Tycho is ongeveer 100 miljoen jaar oud: een baby.
Tegen de middag zit iedereen onder de bloem, behalve Marit. Tuur veegt zijn neus af en kijkt naar de lege flessen in de papiermand. 'Vanmiddag,' zegt hij, 'vliegen we echt.' Marit kijkt naar de fietspomp onder zijn arm. 'Vanmiddag,' zegt ze, 'zijn er regels.'

Tier 4: lees de leeftijd van een planeet
Wat heb je nodig?
- een ovenschaal of kartonnen doos van ongeveer 30 cm breed
- ongeveer 1 kg bloem
- 3 eetlepels cacaopoeder en een klein zeefje
- een meetlat of een stuk karton om glad te strijken
- 5 knikkers of ronde steentjes van verschillende grootte
- een lepel
- oude kranten
- een helper die niet weet wat je doet: de detective
Zo doe je het
- 1
Leg kranten op de grond, liefst buiten. Vul de schaal met ongeveer 4 cm bloem, strijk glad en zeef er een dun laagje cacao over.
- 2
Tijdperk 1: laat tien keer een knikker vallen van ongeveer 50 cm hoog, verspreid over de hele schaal. Haal de knikker er telkens voorzichtig uit met de lepel.
- 3
Tijdperk 2, de lavavloed: strijk met de meetlat alleen de rechterhelft weer glad, zodat de kraters daar verdwijnen. Zeef er een nieuw laagje cacao over. Dat is je jonge lavavlakte.
- 4
Tijdperk 3: laat nog vier keer een knikker vallen, verspreid over de hele schaal. Laat als laatste de grootste knikker van 1 meter hoog vallen, voor een krater met stralen.
- 5
Roep de detective erbij. Kan hij of zij zeggen welke helft het oudst is, en welke krater de jongste? Hoe weet de detective dat?
- 6
Tel de kraters op elke helft en schrijf het op. Vergelijk met een foto van de volle maan: waar zitten de meeste kraters?
Kofi zegt: 'Op de donkere vlekken van de Maan zie je minder kraters, dus daar vielen gewoon minder rotsblokken neer.' Waar of onwaar?
Er vielen overal ongeveer even veel brokken, maar op de donkere vlakten dekte lava later de oude kraters toe; die grond is dus jonger.
De detective van Tuur telt op de linkerhelft 14 kraters en op de rechterhelft maar 4. Rechts ligt ook een grote krater met witte stralen, die over de rand tot op de linkerhelft lopen. Wat kan de detective hier allemaal uit afleiden?
Zo dateren planeetonderzoekers een oppervlak: kraters tellen en kijken wat bovenop wat ligt.
Tier 5, woensdag, 14.00 uur: meer is meer, zegt Tuur
Op het sportveld van het dorp heeft Tuurs papa een lanceerplank gemaakt: een plankje met drie pinnen, een kurk met een balnaald erdoor en een fietspomp met een drukmeter. Marit deelt veiligheidsbrillen uit en legt een touw op vijf meter. 'Niemand komt over dat touw,' zegt ze. 'Behalve jouw papa.'
Tuur vult een lege fles van bruiswater tot aan de rand. 'Meer water is meer kracht,' zegt hij. 'Logisch.' Kofi wil een lege fles proberen, 'want lucht is lichter'. Aya twijfelt. Kiko zegt niets. Hij wil dat ze het zelf ontdekken.

Twee mislukkingen en een fontein
Eerst Tuurs volle fles. Tuurs papa pompt, de kurk schiet los, een fontein spuit over Kofi's schoenen en de fles hupt een halve meter omhoog. Kofi staat druipend in het gras. 'Content,' zegt hij droog. Dan Kofi's lege fles: een harde plop, een wolkje, en de fles tuimelt twee meter ver. Ook niet goed.
Wat gebeurt er? De pomp perst lucht in de fles. Die samengeperste lucht wil uitzetten en duwt het water met kracht door de opening naar beneden. Het water duwt de fles terug omhoog: actie en reactie, net als bij de ballon. Water is veel zwaarder dan lucht, dus geeft een straal water een veel grotere duw dan een straal lucht.
Maar water is ook gewicht dat de fles moet optillen. In een volle fles is er bijna geen plaats voor samengeperste lucht, dus is de duw meteen op. In een lege fles zit alleen lucht, en die is zo licht dat ze bijna niets wegduwt. Het best werkt het ertussenin: met ongeveer een derde van de fles vol water.
Derde poging, met een derde water. De fles schiet met een zoemende straal zo hoog dat iedereen zijn hoofd in zijn nek legt, en landt een eind verder in de zandbak van het verspringen. Aya kijkt Tuur aan. 'Meer is dus niet altijd beter.' Tuur grijnst. 'Juist is beter.'
Thuis bij het avondeten vertelt Kofi zijn mama alles over de lancering. Zij knikt en kijkt op haar horloge. 'En hoe laat is het eigenlijk middag?' vraagt ze. 'Om twaalf uur,' zegt Kofi. 'Dat weet iedereen.' Zijn mama glimlacht. 'Bewijs het maar.'

Tier 5: de waterraket, met de regels van Marit
Wat heb je nodig?
- een lege plastic fles van bruiswater of frisdrank van 1 of 1,5 liter, zonder deuken of krassen
- een kurk of rubberen stop die strak in de flessenhals past
- een balnaald, zoals om een voetbal op te pompen
- een fietspomp met een drukmeter
- een maatbeker en water
- een lanceerplank met pinnen of drie stokken om de fles rechtop te houden
- een veiligheidsbril voor iedereen
- een volwassene die pompt en lanceert
- een groot grasveld
Zo doe je het
- 1
Laat een volwassene een smal gaatje dwars door de kurk maken en de balnaald erdoor duwen. Koppel de pomp aan de naald.
- 2
Vul de fles voor ongeveer een derde met water en druk de kurk er stevig in.
- 3
De volwassene zet de fles ondersteboven op de lanceerplank, met de opening naar beneden en de pompslang opzij, van de mensen weg.
- 4
Iedereen behalve de volwassene staat minstens 5 meter ver, achter een touw, en nooit voor of boven de fles. Tel samen af.
- 5
De volwassene pompt rustig. De kurk schiet vanzelf los als de druk groot genoeg is. Hij of zij stopt altijd bij 3 bar op de meter, ook als er nog niets gebeurt.
- 6
Herhaal met een scheutje water (bijna leeg), een kwart, een derde, de helft en driekwart. Verander verder niets. Schat telkens hoe hoog de fles kwam en meet hoe ver ze landde. Welke hoeveelheid wint?
Aya schrijft de regel van de dag in haar logboek: 'Een waterraket vliegt het best als ongeveer ____ van de fles met water gevuld is.' Wat hoort op de lijn?
Dan is er genoeg zwaar water voor een grote duw, en nog genoeg plaats voor samengeperste lucht om dat water eruit te duwen.
Waarom geeft een straal water een grotere duw dan een straal lucht uit dezelfde fles?
Actie en reactie: duw je meer massa weg, dan krijg je een grotere duw terug; daarom stoten echte raketten tonnen gas per seconde uit.
Tier 6, donderdag, 11.55 uur: loopt de Zon achter?
Midden op de speelplaats staat een bezemsteel rechtop in een emmer zand. Sinds tien uur zet Kofi elk uur een krijtstreep op de punt van de schaduw. Om twaalf uur is het middag, en dan staat de Zon het hoogst. Dat weet iedereen. Om 12.00 uur precies trekt hij een dikke streep. 'Bewezen, mama!'
Om 13.00 uur is de schaduw nog korter. Kofi fronst. Om 13.45 uur is ze het kortst van de hele dag, en pas daarna wordt ze weer langer. 'De Zon loopt achter,' zegt hij. 'Bijna twee uur.' Aya bladert al in boekje 6. 'Ze loopt niet achter,' zegt ze. 'Twee redenen. En allebei zijn het afspraken van mensen.'

Wanneer is het echt middag?
Reden één: in de zomer zetten we de klok een uur vooruit. Dat heet de zomertijd. Daardoor staat de Zon in de zomer volgens de klok een uur later op haar hoogst dan in de winter.
Reden twee: België gebruikt dezelfde kloktijd als een groot deel van Europa. Die tijd past het best bij een lijn op 15 graden oosterlengte, ongeveer bij de grens tussen Duitsland en Polen. De Aarde draait van west naar oost, dus daar staat de Zon eerder op haar hoogst. Per graad die je westelijker woont, gebeurt dat 4 minuten later.
België ligt ongeveer 10 graden ten westen van die lijn. Dat geeft ongeveer 40 minuten, plus het uur zomertijd. Daarom is het eind juni in Brussel pas rond 13.45 uur echt middag. Door de scheve aardas en de ovale baan van de Aarde schuift dat moment in de loop van het jaar ook nog tot een kwartier heen en weer.
Op dat moment staat de Zon in het zuiden en wijst de schaduw van de stok precies naar het noorden. Zo wordt je stok een kompas. 's Morgens staat de Zon in het oosten en valt de schaduw naar het westen; 's avonds is het omgekeerd. Een zonnewijzer leest het uur af aan die draaiende schaduw.
Kofi kijkt naar zijn dikke streep van twaalf uur en veegt hem uit met zijn schoen. 'Ik ga de Zon filmen,' zegt hij. 'Van dichtbij. Dan kan iedereen zien waar ze staat.' Marit draait zich met een ruk om.

Wanneer staat de Zon op haar hoogst? (kloktijd, afgerond op een minuut)
| Stad | Lengtegraad (hoe ver naar het oosten) | Rond 25 juni (zomertijd) | Rond 25 december (wintertijd) |
|---|---|---|---|
| Oostende | 2,9 graden oost | 13.51 uur | 12.48 uur |
| Gent | 3,7 graden oost | 13.47 uur | 12.45 uur |
| Brussel | 4,4 graden oost | 13.45 uur | 12.42 uur |
| Hasselt | 5,3 graden oost | 13.41 uur | 12.38 uur |
| Aarlen | 5,8 graden oost | 13.39 uur | 12.36 uur |
Tier 6: bouw een schaduwklok
Wat heb je nodig?
- een rechte stok of bezemsteel van ongeveer 1 meter, zonder scherpe punt
- een emmer met zand of stenen, of een plek in het gras om de stok in te steken
- stoepkrijt of kleine steentjes
- een meetlint
- een horloge of klok
- een kompas, om achteraf te controleren
- je logboek en een potlood
Zo doe je het
- 1
Zet de stok op een vlakke plek die de hele dag zon krijgt. Kijk van twee kanten of hij echt recht staat.
- 2
Leg vanaf 10 uur elk uur een steentje of zet een krijtstreep op de punt van de schaduw. Schrijf het uur erbij.
- 3
Meet telkens hoe lang de schaduw is en noteer het in een tabel.
- 4
Meet rond de middag elke tien minuten. Wanneer is de schaduw het kortst? Schrijf dat tijdstip op.
- 5
Leg het kompas naast de kortste schaduw. Wijst ze naar het noorden?
- 6
Kom de volgende dag op dezelfde uren terug. Valt de schaduw weer op je strepen? Dan heb je een klok die werkt zonder batterij.
Kiko's regel: per graad naar het westen staat de Zon 4 minuten later op haar hoogst. Oostende ligt bijna 2,5 graden westelijker dan Hasselt. Hoeveel minuten later staat de Zon daar op haar hoogst? Klopt dat met de tabel?
De Aarde draait 15 graden per uur, dus 1 graad per 4 minuten; wie westelijker woont, krijgt de Zon later op haar hoogst.
Kofi zegt: 'Als de schaduw van mijn stok het kortst is, wijst ze naar het zuiden, want daar staat de Zon.' Waar of onwaar?
Op de echte middag staat de Zon bij ons in het zuiden; de schaduw valt aan de andere kant van de stok, naar het noorden.

Donderdag, 14.10 uur, op de speelplaats

Tier 7: de kamer die de wereld op zijn kop zet
Ze maken van de bergruimte naast de klas een camera obscura: Latijn voor 'donkere kamer'. Tuur kiest het raam waar de Zon niet rechtstreeks door schijnt. Vuilniszakken ervoor, overal plakband, tot het pikdonker is. Dan prikt hij in het plastic één gaatje, zo groot als een erwt. Op de witte muur tegenover het raam verschijnt iets. Kofi's mond valt open.
Op de muur hangt de speelplaats. In kleur. Ondersteboven. De fietsenstalling hangt aan het plafond, en een duif wandelt met zijn pootjes omhoog. Als de juf buiten voorbijloopt, wandelt ze op haar kop over de muur. 'Dit is live,' fluistert Kofi. 'Zonder scherm. Zonder batterij.'
Licht gaat in rechte lijnen. Licht van het dak van de fietsenstalling gaat schuin naar beneden door het gaatje en komt onderaan op de muur. Licht van de grond gaat schuin omhoog en komt bovenaan. Alle lijnen kruisen in het gaatje, dus staat het beeld op zijn kop. Een groter gaatje geeft meer licht, maar een waziger beeld.
In januari 1544 bekeek de geleerde Gemma Frisius in Leuven zo een zonsverduistering. Het zonlicht viel door een gaatje in een donkere kamer op een muur. Zijn tekening ervan verscheen in 1545 in een boek en wordt vaak de eerste gedrukte afbeelding van een camera obscura genoemd. Hij keek naar de Zon zonder in de Zon te kijken.
Buiten haalt Kiko het vergiet van zijn kop. Met zijn rug naar de Zon houdt hij het boven een wit blad. Op het blad verschijnen tientallen kleine lichtrondjes. 'Allemaal Zonnen,' zegt hij. 'Elk gaatje maakt zijn eigen zonnebeeld. En met één gaatje en een lange doos kan je de Zon zelfs opmeten.'
De Zon meten met een doos
Het werkt met dezelfde rechte lijnen. De Zon staat ongeveer 107 keer verder van ons dan ze breed is. Daardoor is het zonnebeeld achter een gaatje altijd ongeveer 107 keer kleiner dan de afstand tussen het gaatje en je scherm.
Draai het om, en je kan rekenen. Deel de afstand tot het scherm door de breedte van het beeld, en deel daarna 150 miljoen kilometer, de afstand tot de Zon, door je uitkomst. Dan heb je de breedte van de Zon, gemeten met een kartonnen doos.
Marit meet. Aya rekent. Tuur controleert. Ze komen uit op ongeveer 1,4 miljoen kilometer, en Aya springt een gat in de lucht. Dan kijkt ze op de klok, en haar gezicht betrekt. 'Morgen is de quiz,' zegt ze. 'Zestig vragen. En ik weet niet eens meer wat er in boekje 4 stond.'

Marits meting in vijf getallen
Tier 7: meet de Zon zonder te kijken
Wat heb je nodig?
- een lange doos of kartonnen koker van minstens 1 meter, bijvoorbeeld een verpakkingsbuis, of drie schoendozen die je aan elkaar plakt
- een stukje aluminiumfolie van ongeveer 5 bij 5 cm
- een speld
- wit papier en plakband
- een meetlat met millimeters
- een schaar en een hobbymes (alleen voor de volwassene)
- een zonnige dag en een helper
Zo doe je het
- 1
Laat een volwassene in het midden van één korte kant van de doos een gat van ongeveer 2 bij 2 cm snijden. Plak de folie erover en prik er met de speld één klein, rond gaatje in.
- 2
Plak binnenin, tegen de andere korte kant, een wit blad: dat is je scherm. Laat de volwassene opzij, vlak bij de folie, een kijkgat snijden.
- 3
Ga met je rug naar de Zon staan, met het gaatje van de doos aan jouw kant, en kijk door het kijkgat naar het scherm. Draai de doos tot de schaduw van de doos op de grond zo klein en rond mogelijk is en het lichtvlekje op het scherm verschijnt: dan wijst de doos precies naar de Zon, zonder dat je omhoog hoeft te kijken. Kijk altijd naar het scherm, nooit naar de Zon of door het gaatje.
- 4
Laat je helper de breedte van het vlekje meten, zo precies mogelijk: op een halve millimeter nauwkeurig, en drie keer, want bij zo'n klein beeld maakt één millimeter al veel verschil. Meet ook de afstand van het gaatje tot het scherm.
- 5
Reken: afstand gedeeld door de breedte van het vlekje. Kom je in de buurt van 107? Een afwijking van 10 tot 20 procent is normaal bij een eenvoudige doos.
- 6
Reken dan de breedte van de Zon uit: 150 miljoen km gedeeld door jouw getal. Hoe dicht kom je bij 1,4 miljoen km?
- 7
Bonus met een volwassene: maak een kamer donker met vuilniszakken voor een raam waar de Zon niet rechtstreeks door schijnt, prik een gaatje en kijk naar de muur tegenover het raam.
Marit bouwt ook een tweede, langere doos van 1,5 meter. Hoe breed wordt het zonnebeeld ongeveer, als het altijd ongeveer 107 keer kleiner is dan de afstand tot het gaatje?
Hoe langer de doos, hoe groter het zonnebeeld; de verhouding blijft altijd ongeveer 1 op 107.
Tijdens de Ruimtenacht vraagt een papa aan het station van Marit: 'Mag ik even door het gaatje naar de Zon kijken, met mijn zonnebril op?' Wat antwoordt Marit?
Een zonnebril houdt veel te weinig zonlicht tegen, en een verrekijker maakt het nog veel gevaarlijker; alleen het geprojecteerde beeld bekijken is veilig.
Tier 8, donderdag, 19.30 uur: memory voor de eindbaas
Bij Aya thuis liggen dertien ruimteboekjes open op de keukentafel. Aya knipt kaartjes alsof haar leven ervan afhangt. Haar kat ligt te slapen op boekje 7. 'Ik moet alles weten,' zegt ze. 'Alles. Morgen mag ik geen enkele fout maken.' Kofi pakt een handvol chips. 'Niemand weet alles, Aya.'
Hoe je hersenen onthouden
'Je hoeft niet alles te weten,' zegt Kiko. 'Je moet weten hoe je onthoudt.' Wat je één keer leest, ben je snel kwijt. Wat je jezelf vaak overhoort, blijft veel beter hangen, zeker als je dat over een paar dagen spreidt. Onderzoekers hebben dat al heel vaak gemeten. Herlezen voelt slim, maar jezelf overhoren werkt beter.
Wat je verbindt met een beeld of een verhaal, vind je ook makkelijker terug: de speldenknop-Aarde op 24 meter onthoud je beter dan het getal 150 miljoen. En een fout is geen ramp. Een fout die je meteen verbetert, onthoud je soms beter dan iets wat je meteen goed had.
Daarom maakt Aya geen gewoon memory. Elk paar is een vraagkaart en een antwoordkaart. 'Hoe heet de grootste vulkaan van het zonnestelsel?' hoort bij 'Olympus Mons, op Mars'. Wie een vraagkaart omdraait, zegt eerst hardop het antwoord. Klopt het, dan mag je het paar houden. Zoals bij ruilkaarten zijn sommige kaarten zeldzaam: die met een gouden rand tellen dubbel.
Om 21 uur heeft Kofi de meeste paren. 'Hoe?' vraagt Aya. 'Ik heb alles gefilmd,' zegt hij. 'En mijn filmpjes kijk ik tien keer.' Aya lacht voor het eerst die week. Dan trilt haar gsm. Een bericht van de juf, met alleen een foto van Kiko die heel streng kijkt, en drie woorden: 'Morgen. Geen respawn.'

Tier 8: het memory van dertien werelden
Wat heb je nodig?
- 32 kaartjes van stevig karton van ongeveer 6 bij 6 cm, met allemaal dezelfde achterkant
- een schaar en een meetlat
- stiften en kleurpotloden
- een gouden of gele stift voor de zeldzame kaarten
- de dertien ruimteboekjes
- twee tot vier spelers
Zo doe je het
- 1
Kies uit elk boekje één of twee dingen die je echt wil onthouden. Samen maak je 16 paren.
- 2
Schrijf op de ene kaart een vraag of teken er iets op, en schrijf op de andere kaart het antwoord. Zet in een hoekje van beide kaarten het nummer van het boekje.
- 3
Maak 4 paren extra moeilijk en geef ze een gouden rand: die tellen dubbel.
- 4
Schud de kaarten en leg ze omgekeerd in een rooster van 4 op 8.
- 5
Om de beurt draai je twee kaarten om. Draai je een vraag om, zeg dan eerst hardop het antwoord. Is het een paar en klopte je antwoord? Dan mag je ze houden en nog eens spelen.
- 6
Ruil na het spel je set met een ander team. Zo leer je ook hun vragen.
Aya's memory met de proefjes van de battle pass ligt door elkaar. Verbind elk proefje met wat het je over de ruimte leert.
- 1. raketballon langs een steil touw
- 2. waterraket
- 3. bal en lamp
- 4. stok in de zon
- 5. bloem en cacao
- A. waarom de Maan van vorm lijkt te veranderen
- B. hoe je de leeftijd van een oppervlak afleest
- C. dat een raket harder moet duwen dan ze weegt om op te stijgen
- D. dat meer massa wegduwen een grotere duw terug geeft
- E. waar het noorden ligt en wanneer het echt middag is
Elk keukenproefje is een klein model van iets wat in de ruimte op een gigantische schaal gebeurt.
Vrijdag, 18.00 uur: de Ruimtenacht
Om zes uur loopt de speelplaats vol. Opa's met wandelstokken, kleuters met lichtgevende armbandjes, een buurman die eigenlijk voor de friet kwam. Bij elk station staat een crewlid. Tuurs papa lanceert waterraketten op het sportveld. In de donkere bergruimte hangt de speelplaats ondersteboven aan de muur, en een kleuter wil er niet meer weg.
Er gaat ook iets mis. De voetbal-Zon rolt weg, en de hond van een bezoeker eet bijna de speldenknop-Aarde op. Marit redt de Aarde met één hand. 'Planetaire verdediging,' grijnst Kofi in zijn camera. Om tien voor negen zijn alle acht vakjes van de battle pass ingekleurd. 800 xp. Dan gaat in de refter het licht uit.
Op het podium staat een houten kist met een hangslot. Ernaast zit Kiko op zijn stapel van dertien boekjes, met het vergiet op zijn kop. 'Welkom bij de eindbaas,' zegt hij. 'Zestig vragen, dertien werelden. Iedereen speelt mee: teams van kinderen en teams van volwassenen. Wie de meeste sterren haalt, opent de kist.'

De regels van de eindbaas
Speel alleen of in een team van hoogstens vier. Schrijf je antwoorden op een blad of in dit boekje. Elk juist antwoord is één ster, en 60 sterren is het maximum. Bij elke ronde staat over welke boekjes ze gaat. Twijfel je achteraf? Blader dan terug naar dat boekje: daar staat het antwoord, en meestal ook waarom. Een fout antwoord is geen game over. Het is een plek waar je nog iets kan leren. Je score schrijf je straks op je ruimtediploma.
Ronde 1: thuisbasis (boekjes 1, 2 en 3)
Drie teams zitten klaar: Team Speldenknop met de crew, de Melkwegmama's met de mama van Kofi, en de Komeetkoppen, vier opa's met een zak snoep. 'Ronde één,' zegt Kiko. 'We beginnen thuis: ons zonnestelsel, onze ster en de vier planeten van steen. Geen spiekkaarten. Pen klaar?'
Opwarmer van Kiko: zet deze planeten in de juiste volgorde, te beginnen bij de planeet die het dichtst bij de Zon staat.
De volledige volgorde is Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus (boekje 1).
Een opa van de Komeetkoppen roept: 'Het is zomer omdat de Aarde dan dichter bij de Zon staat!' Waar of onwaar?
Seizoenen komen door de schuine aardas: in de zomer leunt ons halfrond naar de Zon, zodat ze hoger staat en de dagen langer zijn (boekje 1 en 6).
Waarom staan er vier kleine rotsplaneten dicht bij de Zon en vier reuzen verder weg?
Met ijs erbij konden de buitenste planeten snel groot worden en veel gas vasthouden (boekje 1).
Raadsel: Ik was vroeger de negende planeet. Ik ben rond en ik draai rond de Zon, maar ik heb mijn baan niet leeggeveegd. Sinds 2006 noemt men mij een dwergplaneet. Mijn naam is ____.
Pluto ligt in de Kuipergordel, voorbij Neptunus, en werd tot 2006 de negende planeet genoemd (boekje 1 en 5).
Leg in één of twee zinnen het verschil uit tussen rotatie en omwenteling, zoals je dat in boekje 1 leerde. Zeg ook wat elk van de twee bij de Aarde oplevert.
Twee soorten draaien, twee soorten tijd: een dag en een jaar (boekje 1). In sommige andere boeken heet ook één draai om de eigen as een omwenteling; in deze reeks gebruiken we omwenteling alleen voor één keer rond de Zon.
Hoe maakt de Zon haar licht en warmte?
Een gewoon vuur was al lang opgebrand; kernfusie houdt de Zon miljarden jaren aan de gang (boekje 2).
Zonlicht doet er ongeveer 8 minuten en 20 seconden over om bij ons te komen. Hoeveel seconden is dat? En stel dat de Zon nu plots uitging: hoe lang zou je daar nog niets van merken?
Licht is supersnel, maar niet oneindig snel. De Zon gaat trouwens niet plots uit (boekje 2).
De mama van Kofi zegt: 'Over een paar miljard jaar ontploft de Zon als een supernova.' Waar of onwaar?
De Zon is daar te licht voor: over ongeveer vijf miljard jaar wordt ze een rode reus en daarna een witte dwerg (boekje 2 en 7).
Veilig naar de Zon kijken kan alleen met een goedgekeurde eclipsbril, met speciale filters bij een volkssterrenwacht, of door het zonnebeeld op wit papier te ____, met je rug naar de Zon. Welk woord hoort op de lijn?
Een gewone zonnebril is nooit genoeg; een eclipsbril moet het label ISO 12312-2 hebben (boekje 2 en tier 7 van dit boekje).
Waar komt noorderlicht vandaan?
Bij een sterke zonnestorm zie je het verder naar het zuiden, soms zelfs boven België (boekje 2).
De Komeetkoppen hebben een raadsel voor Team Speldenknop: welke planeet is de heetste van het zonnestelsel?
Venus is gemiddeld ongeveer 464 graden Celsius warm: het broeikaseffect houdt de warmte vast (boekje 3).
Mars is rood omdat het er gloeiend heet is. Waar of onwaar?
Mars is ijskoud, gemiddeld ongeveer -60 graden Celsius; ze is rood door roest in haar stof en stenen (boekje 3).
Een radiosignaal tussen de Aarde en Mars doet er 3 tot 22 minuten over. Op de grootste afstand stuurt een ingenieur het bevel 'Stop!' naar een rover die op een rotsblok afrijdt. Hoe lang duurt het minstens voor hij op Aarde kan zien dat de rover gestopt is? Wat leer je daaruit?
Op afstand besturen werkt alleen als de robot zelf ook wat kan nadenken (boekje 3 en 12).
De helikopter ____ was de eerste die op een andere planeet vloog. Er waren vijf vluchten gepland, het werden er 72.
Ingenuity vloog op Mars, in de dunne lucht, samen met de rover Perseverance (boekje 3).
Ronde 2: reuzen, rondzwervers en onze eigen Maan (boekjes 4, 5 en 6)
Na ronde één: Team Speldenknop 12 sterren, de Melkwegmama's 13, de Komeetkoppen 9. De mama van Kofi zwaait met haar pen alsof het een toverstaf is. Aya staart naar haar blad. Bij de heetste planeet staat in haar eigen handschrift: Mercurius. Ze wist het. Ze had alleen haast.
'Volgende ronde,' zegt Kiko. 'We verlaten de thuisbasis. Reuzen zonder grond, ijsbollen met staarten, en onze eigen Maan.'
Met een ruimteschip dat stevig genoeg is, kan je landen op Jupiter. Waar of onwaar?
Een reus heeft geen vaste grond: het gas wordt dieper steeds dikker, heter en vloeibaar. De Galileo-capsule werd in 1995 platgedrukt voor ze iets vasts raakte (boekje 4).
Waaruit bestaan de ringen van Saturnus?
De ringen zijn meer dan 200 000 km breed, maar meestal maar zo'n 10 meter dik (boekje 4).
Raadsel: Ik lig op mijn zij, met een as die 98 graden helt. Op mijn polen duurt een zomer 42 jaar. Ik ben de planeet ____.
Uranus rolt als het ware rond de Zon, en alleen Voyager 2 heeft hem van dichtbij bezocht (boekje 4).
Een sonde naar Neptunus krijgt geen zonnepanelen maar een kernbatterij. Leg uit waarom, met wat je weet over hoe zonlicht zwakker wordt met de afstand.
Twee keer zo ver betekent vier keer minder licht, drie keer zo ver negen keer minder (boekje 4 en 12).
Verbind elk woord met de juiste beschrijving.
- 1. meteoroïde
- 2. meteoor
- 3. meteoriet
- 4. komeet
- A. de lichtstreep van een korrel die in onze lucht verdampt
- B. een vuile sneeuwbal die bij de Zon een coma en staarten krijgt
- C. een stuk uit de ruimte dat de grond bereikt
- D. een korrel of brok die door de ruimte zweeft
Meteoroïde, meteoor en meteoriet kunnen over hetzelfde korreltje gaan: het heet anders naargelang het in de ruimte, in de lucht of op de grond is. Veel vallende sterren zijn stof van een komeet (boekje 5).
Waar wijst de staart van een komeet altijd naartoe?
De zonnewind en het zonlicht blazen gas en stof van de Zon weg, ook als de komeet zelf al van de Zon wegvliegt (boekje 5).
De asteroïdengordel zit zo vol rotsblokken dat een sonde er bijna niet doorheen kan zonder te botsen. Waar of onwaar?
De gordel is vooral lege ruimte: de brokken liggen gemiddeld ongeveer een miljoen kilometer uit elkaar (boekje 5).
In 2022 knalde de sonde ____ tegen het maantje Dimorphos, om te testen of je een asteroïde een duwtje kan geven.
Het rondje van Dimorphos rond Didymos werd daardoor ongeveer 33 minuten korter (boekje 5).
Een filmpje roept: 'De kans op een inslag is gestegen!' Een week later is die kans nul. Is de asteroïde van koers veranderd? Leg uit.
Paniek is geen meetinstrument: eerst checken, dan posten (boekje 5).
Lijkt de Maan op een D, dan ____ ze. Lijkt ze op een C, dan neemt ze af.
Zo zie je het van op het noordelijk halfrond, waar België ligt; dat ontdekte Tuur ook met de bal en de lamp (boekje 6 en tier 3 van dit boekje).
Waarom zien we altijd dezelfde kant van de Maan?
Dat heet gebonden rotatie; de achterkant krijgt evenveel zonlicht, we zien ze alleen nooit (boekje 6).
Hoogwater komt aan onze kust elke dag gemiddeld ongeveer 50 minuten later. Op maandag is het hoogwater om 14.10 uur. Hoe laat is het hoogwater dan ongeveer op donderdag?
Elke dag schuift de Maan een stuk verder in haar baan, en het water schuift mee (boekje 6).
Tussen 1969 en 1972 liepen twaalf mensen op de Maan. Waar of onwaar?
Maanstenen, foto's van de landingsplekken en laserspiegels op de Maan bewijzen het, en iedereen kan die bewijzen laten nakijken (boekje 6 en 10).
Hoe is de Maan volgens de meeste onderzoekers ontstaan?
Dat gebeurde waarschijnlijk ongeveer 4,5 miljard jaar geleden (boekje 6).
Ronde 3: sterren, stelsels en kosmische monsters (boekjes 7, 8 en 9)
Halfweg. Team Speldenknop 25, de Melkwegmama's 26, de Komeetkoppen 19, maar wel met de beste snoepjes. Kiko dimt het licht nog wat verder. 'Nu gaan we ver,' zegt hij. 'Zo ver dat het licht dat je ziet al onderweg was toen er nog geen mensen bestonden.'
Een ster schijnt blauwwit, een andere oranjerood. Welke is het heetst?
Bij sterren is blauw heet en rood koel: Rigel is ongeveer 12 000 graden Celsius, Betelgeuze ongeveer 3 300 graden (boekje 7).
Een lichtjaar is geen tijd, maar een ____: hoe ver licht in één jaar gaat, ongeveer 9 460 miljard kilometer.
Lichtjaren gebruik je zoals kilometers, maar dan voor heel grote afstanden (boekje 7 en 8).
Een kleuter wijst naar zijn lichtgevende armbandje en roept: 'Dat is de Poolster!' Niet helemaal. Je staat op een heldere avond in de tuin en wil de echte Poolster vinden. Hoe doe je dat met de Steelpan?
In België staat de Poolster ongeveer 51 graden hoog, en de hele hemel lijkt rond haar te draaien (boekje 7).
De sterren van een sterrenbeeld staan in de ruimte allemaal dicht bij elkaar. Waar of onwaar?
Ze lijken vanaf de Aarde een patroon te vormen, maar staan vaak op heel verschillende afstanden (boekje 7).
De opa's zien een heldere stip die bijna niet twinkelt en die over een paar weken tussen de sterren opschuift. Wat is het waarschijnlijk?
Een planeet maakt geen eigen licht, twinkelt bijna niet en schuift langzaam op tussen de vaste sterren (boekje 7).
De Melkwegmama's zijn trots op hun teamnaam. Maar wat is de Melkweg eigenlijk?
Het is een balkspiraal van ongeveer 100 000 lichtjaar breed, met 100 tot 400 miljard sterren (boekje 8).
De Komeetkoppen fluisteren druk. Het Andromedastelsel staat ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar ver. Stel dat iemand in Andromeda vanavond met een supertelescoop naar de Aarde kijkt. Ziet die de Aarde van vandaag? Leg uit wat die wel ziet.
Hoe verder je kijkt, hoe verder je terugkijkt in de tijd, in beide richtingen (boekje 8).
De Belg Georges ____ legde in 1927 als eerste uit dat het heelal uitdijt.
Hoe verder een sterrenstelsel staat, hoe sneller het van ons weg schuift, zoals rozijnen in een rijzend brood (boekje 8).
De oerknal was een ontploffing op één plek, en sindsdien vliegt alles van dat ene punt weg. Waar of onwaar?
Ongeveer 13,8 miljard jaar geleden was het hele heelal heet en dicht, en sindsdien dijt de ruimte overal tegelijk uit; een midden heeft het, voor zover we weten, niet (boekje 8).
Als de Zon een zwart gat met dezelfde massa werd, zou de Aarde erin gezogen worden. Waar of onwaar?
Met dezelfde massa trekt het zwarte gat even hard als de Zon, dus de Aarde draait gewoon verder. Maar dat gebeurt nooit: de Zon wordt later een witte dwerg (boekje 9).
Zet deze dingen in de juiste volgorde, van klein naar groot.
Een neutronenster heeft meer massa dan de Zon, maar is maar ongeveer 20 km breed: zo groot als een stad (boekje 1, 7, 8 en 9).
De buurman die eigenlijk voor de friet kwam, fluistert: 'Als je een planeet niet ziet, hoe vind je hem dan?' Hoe vinden sterrenkundigen een exoplaneet met de transitmethode?
Zo vond een team uit Luik ook de planeten rond TRAPPIST-1. We kennen al meer dan 6 000 exoplaneten (boekje 9).
Raadsel: Ik ben een snel draaiende neutronenster. Mijn stralingsbundels zwiepen als een vuurtoren over de Aarde. Jocelyn Bell ontdekte de eerste van mijn soort in 1967. Ik ben een ____.
Een pulsar knippert niet echt aan en uit: we zien zijn bundel telkens voorbij zwiepen (boekje 9).
Ronde 4: raketten, mensen en kijkers (boekjes 10, 11 en 12)
Na ronde drie is het gelijk: 37 tegen 37. De Komeetkoppen geven het op en delen hun snoep uit aan iedereen. De mama van Kofi fluistert iets tegen haar team. 'Ronde vier gaat over ruimtevaart,' zegt Kofi zacht. 'Mijn mama heeft elk boek over Apollo gelezen.' Tuur legt zijn hand plat op tafel. 'Wij hebben deze week zelf raketten gelanceerd.'
Verbind elke ruimte-eerste met het juiste jaar.
- 1. Spoetnik 1, de eerste kunstmaan
- 2. Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte
- 3. Valentina Teresjkova, de eerste vrouw in de ruimte
- 4. de eerste stap op de Maan
- 5. Dirk Frimout, de eerste Belg in de ruimte
- A. 1961
- B. 1992
- C. 1957
- D. 1969
- E. 1963
De Sovjet-Unie haalde de eerste drie eersten (Spoetnik 1, Gagarin, Teresjkova), de Verenigde Staten de Maan, en Dirk Frimout vloog mee met een Amerikaanse spaceshuttle (boekje 10 en 11).
Apollo 13 raakte in 1970 beschadigd op weg naar de Maan. Hoe liep het af?
Een mislukking met een goede afloop, dankzij ingenieurs die slim improviseerden (boekje 10).
Voyager 1 is het verste ding dat mensen ooit gemaakt hebben. Waar of onwaar?
Ze vertrok in 1977 en is bijna één lichtdag ver (volgens NASA in november 2026 precies): een bericht naar haar is bijna een hele dag onderweg (boekje 10).
De Sovjet-Unie haalde de meeste eersten van de ruimtewedloop, de Verenigde Staten haalden de Maan. Wie won volgens jou? Kies een kant en geef ook een argument voor de andere kant.
Bij een debatvraag telt niet welke kant je kiest, maar hoe goed je je keuze met feiten uitlegt (boekje 10).
Een kleuter vraagt luid aan zijn mama: 'Waarom zweven astronauten in het ISS?' Welk antwoord moet mama geven?
Op ongeveer 400 km hoogte is de zwaartekracht nog bijna even sterk als op de grond; je voelt ze alleen niet als alles om je heen even snel mee valt (boekje 11).
Om in een baan rond de Aarde te blijven, moet een ruimtetuig ongeveer ____ km per uur opzij gaan.
Dan val je rond de Aarde en mis je haar telkens (boekje 11).
Het ISS doet ongeveer 90 minuten over één rondje rond de Aarde. Hoeveel rondjes maakt het in 24 uur? Hoeveel zonsopgangen zien de astronauten dan per dag?
Daarom leven astronauten op een vaste kloktijd en niet op het ritme van het licht buiten (boekje 11).
Een verfschilfer die rond de Aarde vliegt, is ongevaarlijk voor een ruimtestation, want hij is veel te klein. Waar of onwaar?
Zo'n schilfer raast zo snel rond dat hij een putje in een raam kan slaan; daarom is ruimteafval een echt probleem (boekje 11).
Waarom hangt de ruimtetelescoop Hubble boven de lucht?
Ruim 500 km is niets vergeleken met de afstand tot de sterren; het gaat om de storende lucht (boekje 12).
Een telescoop heeft een spiegel met een brandpuntsafstand van 1 000 mm. Je kiest een oculair van 20 mm. Hoeveel keer vergroot hij?
Vergroting is de brandpuntsafstand van de spiegel gedeeld door die van het oculair (boekje 12).
In januari 1610 zag ____ vier manen rond Jupiter. Dat bewees dat niet alles rond de Aarde draait.
Die vier stipjes zie je zelf met een gewone verrekijker (boekje 4 en 12).
Een radiotelescoop werkt ook overdag en als het bewolkt is. Waar of onwaar?
Veel radiogolven gaan door wolken, en daglicht stoort ze niet (boekje 12).
Eindbaasronde: is daar iemand? (boekje 13 en alles door elkaar)
Na ronde vier: de Melkwegmama's 48, Team Speldenknop 47. Nog zeven vragen. Kiko staat op van zijn stapel boekjes. 'De laatste ronde gaat over de grootste vraag van allemaal: zijn we alleen?' zegt hij. 'Daarna komen drie eindbaas-vragen waarvoor je dertien boekjes tegelijk in je hoofd moet hebben.' Het wordt muisstil in de refter.
Aan de tafel van Team Speldenknop, 21.41 uur

Kiko leest de eerste vraag voor met een zaklamp onder zijn kin. Wat heeft leven zoals wij het kennen volgens onderzoekers nodig?
Daarom zoeken onderzoekers vooral op plekken waar vloeibaar water kan zijn (boekje 13).
In 2007 hingen gedroogde beerdiertjes, piepkleine diertjes van ongeveer een halve millimeter, tien dagen buiten een ruimtecapsule, in het luchtledige van de ruimte. Terug op Aarde kwamen er veel weer tot leven toen ze water kregen. Waar of onwaar?
Levende wezens die extreme kou, droogte, hitte of zout aankunnen, heten extremofielen; ze tonen dat leven taaier is dan we vroeger dachten (boekje 13).
Op welke twee manen zoeken onderzoekers naar leven, omdat er onder het ijs een oceaan van vloeibaar water zit?
Europa draait rond Jupiter, Enceladus rond Saturnus; uit barsten op de zuidpool van Enceladus spuiten zelfs fonteinen van water (boekje 5 en 13).
In 1974 stuurde de radiotelescoop van Arecibo een bericht naar een sterrenhoop op ongeveer 25 000 lichtjaar. Stel dat daar iemand woont die meteen antwoordt. In welk jaar komt dat antwoord hier ten vroegste aan?
Door de enorme afstanden is een gesprek met buitenaardse wezens, als ze bestaan, bijna onmogelijk (boekje 13).
Eindbaas-raadsel 1: Ik ben de grootste van mijn soort. Een storm op mij is breder dan de Aarde en woedt al minstens sinds de jaren 1830. Vier van mijn manen zag Galileo in 1610 als stipjes. In 2031 komt de sonde Juice bij mij aan. Ik ben ____.
Wie dit raadsel oploste, combineerde boekje 4 en boekje 12.
Eindbaas-raadsel 2: Twee proefjes uit de battle pass van dit boekje werken met precies hetzelfde natuurprincipe als een echte raket. Welke twee, en welk principe is het?
Wie dit weet, combineerde tier 1 en 5 met boekje 10 en 11.
Eindbaas-vraag 3, voor de laatste ster: Kofi zegt: 'Als ik 's nachts naar de hemel kijk, zie ik eigenlijk alleen het verleden.' Heeft hij gelijk? Gebruik minstens drie voorbeelden uit verschillende boekjes, met afstanden of reistijden van het licht.
Een ster die je vanavond ziet, kan intussen al veranderd zijn; wie dit uitlegt, combineerde boekje 2, 6, 7 en 8.
Vrijdag, 21.58 uur: de kist die nooit op slot was
Eindstand: Team Speldenknop 54, de Melkwegmama's 54. Gelijk. De mama van Kofi kijkt naar Aya. Aya kijkt naar de mama van Kofi. Iedereen kijkt naar Kiko. Die klimt op de kist, haalt het vergiet van zijn kop en zegt: 'Dan is er maar één oplossing. De kist is voor iedereen.'
Het hangslot was nooit dicht. In de kist liggen stapels lege diploma's en een briefje in Kiko's kriebelschrift: 'Een ruimtediploma krijg je niet omdat je alles weet. Je krijgt het omdat je bleef zoeken.' Kofi filmt het briefje. Voor één keer zegt hij niets tegen zijn volgers.
'Weet je wat raar is?' zegt Aya. 'Van mijn fouten heb ik het meest onthouden. Venus. Voor altijd.' Tuur knikt. 'Mijn volle fles. Nooit meer.' Marit grijnst. 'En een hele week proefjes zonder één enkele gewonde.' Kiko knikt tevreden. 'Nog één ding voor jullie naar huis gaan. Jullie woordenboek.'

Het woordenboek van de crew
Elk crewlid schrijft tien woorden op die ze deze reeks echt hebben leren kennen, in hun eigen woorden. Kiko's regel: een woord dat je aan een kleuter kan uitleggen, ken je echt. Samen worden het veertig ruimtewoorden, van A tot Z. Welke kan jij uitleggen zonder te spieken?
Woordenlijst
Ruimtediploma
Hierbij verklaart Kiko de neusbeer, gids van de ruimtecrew, dat ______________________ (naam) seizoen 14 heeft uitgespeeld. Battle pass: ______ van 800 xp. Grote ruimtequiz: ______ van 60 sterren. Rang: ______________________. Mijn lievelingsplek in het heelal: ______________________. Wat ik deze zomer aan de hemel ga zoeken: ______________________. Datum: ____________. Handtekening van de crew: ______________. Pootafdruk van Kiko: ______. Rangen: 0 tot 20 sterren is Ruimtecadet, 21 tot 35 is Piloot, 36 tot 50 is Commandant, 51 tot 60 is Kosmische legende. Elke rang telt: ook Joeri Gagarin was ooit een leerling-piloot. Ruimtereeks van Brecht Corbeel, schoolium.me.
Vrijdag, 22.30 uur: een stip die niet knippert
Buiten is het nog niet helemaal donker, maar de eerste sterren zijn er. De crew ligt op het gras, op een paar dekens uit de turnzaal. Dan wijst Marit naar het westen. Een heldere stip schuift traag over de hemel, zonder te knipperen en zonder geluid. 'Een vliegtuig?' vraagt Kofi. 'Geen lichtjes die knipperen,' zegt Tuur. 'Het ISS.' Ze zwaaien alle vier.
'Is het nu gedaan?' vraagt Aya. 'Seizoen 14?' Kiko kijkt naar de stip tot ze achter het dak verdwijnt. 'Seizoen 14 wel,' zegt hij. 'Maar seizoen 15 begint vannacht. En deze keer ben jij de gids.'

Jouw missie voor seizoen 15
Kies deze zomer minstens één kijkmissie en schrijf je ontdekking op: tel vallende sterren tijdens de Perseïden rond 12 en 13 augustus, zoek de Poolster met de Steelpan, volg de Maan een maand lang, zoek het ISS boven je huis, of maak je eigen schaduwklok. Ga met een volwassene, en kijk nooit naar de Zon. In september vertel je je nieuwe klas wat je zag, en welke vraag je nog niet kon beantwoorden. Want die vraag is het begin van je volgende seizoen.
Extra oefenen
Noor vergelijkt twee proefballonnen als raket. Wat maakt haar vergelijking eerlijker?
In Yara’s model stelt 1 centimeter 10 miljoen kilometer voor. Hoeveel centimeter is 50 miljoen kilometer?
Sami laat ballen in een bak vallen om kraters te vergelijken. Noem één factor die hij bewust kan veranderen.
Wout schrijft de verwachte uitslag alvast op als waarneming, zonder iets te meten. Is dat zorgvuldig onderzoek?
Kiko laat een opgeblazen ballon los. Leg uit waarom hij wegvliegt wanneer de lucht ontsnapt.
Kiko zegt: “Bij een gewone volle maan staat de Maan in de schaduw van de Aarde.” Klopt dat?
Noor vult haar uitleg aan: de Maan maakt geen eigen licht, maar weerkaatst licht van de ______.
Noor stelt voor om met een gewone verrekijker naar de Zon te kijken. Wat spreek je af?
Wat neem ik mee?
- Een raket werkt met actie en reactie: ze duwt gas, lucht of water naar achteren en krijgt zelf een duw naar voren. Om op te stijgen moet die duw groter zijn dan haar gewicht.
- Bij een eerlijke proef verander ik maar één ding tegelijk, en ik doe alles drie keer. Pas dan weet ik wat het verschil maakte.
- Als de Zon een voetbal was, was de Aarde een speldenknop op 24 meter en Neptunus een erwt op ongeveer 715 meter. Het zonnestelsel is vooral leeg.
- De Maan is altijd voor de helft verlicht. Wij zien telkens een ander stuk van die helft. Omdat haar baan ongeveer 5 graden scheef staat, is er niet elke maand een verduistering.
- Veel kraters betekent een oud oppervlak, en wat bovenop ligt, is jonger. Zo lezen onderzoekers de leeftijd van de Maan.
- Een waterraket vliegt het best met ongeveer een derde water. Alleen met een volwassene, een veiligheidsbril, een fles van bruiswater en nooit meer dan 3 bar.
- De schaduw van een stok is het kortst als de Zon op haar hoogst staat, en dan wijst ze naar het noorden. In België is dat in de zomer rond 13.45 uur, niet om 12 uur.
- Met een gaatje en een wit blad kan ik de Zon bekijken en zelfs meten, met mijn rug naar de Zon. Het beeld is ongeveer 107 keer kleiner dan de afstand tot het gaatje. Rechtstreeks in de Zon kijk ik nooit, ook niet met een gewone zonnebril.
- Ik onthoud het best door mezelf te overhoren, en van een fout die ik meteen verbeter, leer ik soms het meest.
- Ik speelde de grote ruimtequiz over dertien boekjes. Wat ik nog niet wist, weet ik nu terug te vinden.
Tip voor ouders en leerkrachten
Laat de acht proefjes draaien als stations op een slotdag of ouderavond: de kinderen leggen uit, de bezoekers doen. De waterraket en alles met de Zon gebeuren altijd onder toezicht van een volwassene en volgens de veiligheidsregels in het boekje (waterraket: fles van bruiswater, veiligheidsbril, groot grasveld, maximaal 3 bar). Speel de quiz in teams en per ronde, en laat kinderen bij elke fout zelf het juiste boekje opzoeken: dat leert meer dan de score. Wie verder wil: volkssterrenwachten zoals MIRA in Grimbergen of Urania in Hove organiseren kijkavonden en veilige zonnewaarnemingen.

