← Back to CoursesRuimte
RUIMTEBOEKJE1

Onszonnestelsel

Eén nacht, een geheime code en acht planeten die terug op hun plaats moeten
Brecht Corbeel · schoolium.me
Jouw missie

Ons zonnestelsel

Het is bijna middernacht in de turnzaal van school als de klasmascotte zijn ogen opent. Op het bord staat een geheime code en het zonnestelsel van de klas ligt in stukken op de grond. Jij zit in de crew die het vóór zonsopgang moet oplossen. Neem een potlood mee: je gaat rekenen, knutselen, ruziën over Pluto en het hele zonnestelsel uitrollen met toiletpapier.

Wat kan jij na dit boekje?

  • Aan het einde van de nacht kan jij aan Kiko vertellen hoe het zonnestelsel ontstond uit een draaiende wolk van gas en stof.
  • Je noemt de acht planeten in de juiste volgorde op, met je eigen geheime code, en vertelt Noor hoe ze aan hun naam kwamen.
  • Je legt Yara uit waarom er kleine rotsplaneten vooraan en reuzen achteraan staan.
  • Je laat Sami zien hoe rotatie en omwenteling verschillen, en verklaart daarmee dag, nacht, jaar en seizoenen.
  • Je toont Wout met een schaalmodel van toiletpapier hoe groot en hoe leeg het zonnestelsel is.
  • En je kan Kiko uitleggen waarom Pluto een dwergplaneet is en wat de Kuipergordel en de Oortwolk zijn.

Een knuffel die praat

Kiko
KikoKiko. Met een K. Ik ben een neusbeer, geen beer. Dat is een veelgemaakte fout.
W
WoutJe bent onze klasmascotte. Een knuffel. Knuffels praten niet.
Kiko
KikoOverdag niet, nee. Maar het is bijna middernacht en ik heb een probleem. Morgen om tien uur komen alle ouders naar ons zonnestelsel kijken.
S
SamiHet lag op de grond. En jij zit daar met een schaar in je pootjes.
Kiko
KikoIk heb het eraf geknipt, ja. Het hing helemaal fout. Verkeerde volgorde, verkeerde groottes, en Pluto hing ertussen alsof het nog 2005 was.
N
NoorEn nu moeten wij het juist terughangen. Vóór zonsopgang.
Kiko
KikoAcht levels. Elk level opent een slot van mijn kist.
Y
YaraDit is gewoon een escaperoom.
Kiko
KikoEen escaperoom met buit. Wie doet mee?
Missie

Missie Sterrennacht

Een briefje van Kiko, op het deksel van zijn kist geplakt: 'Acht sloten, acht proeven: hoe alles begon, de Zon, de volgorde, de rotsplaneten, de reuzen, de namen, het draaien en de echte afstanden. Vóór zonsopgang moet het zonnestelsel weer recht hangen, anders zien de ouders om tien uur de ravage. Jij zit in de crew, samen met Noor, Sami, Wout en Yara. Wie het eerste slot kraakt, krijgt een eerste aanwijzing. Na het achtste slot gaat mijn kist open. K.'

Level 1: hoe het zonnestelsel begon

Kiko springt op de bok. 'Elk begin is een lege hal.' Ruim 4,6 miljard jaar geleden was er geen Zon en geen enkele planeet. Er zweefde alleen een reusachtige wolk van gas en stof, vooral waterstof en helium.

Op één plek begon de wolk in elkaar te storten door de zwaartekracht: de kracht waarmee alles wat massa heeft, andere dingen naar zich toe trekt. Terwijl de wolk kromp, ging ze sneller draaien. 'Zoals een kunstschaatser die haar armen intrekt,' zegt Yara. Door dat draaien werd de wolk plat, zoals rondtollend pizzadeeg.

In het midden zat bijna alle materie. Die werd zo samengeperst dat het er miljoenen graden heet werd. Toen begon waterstof samen te smelten tot helium. Dat heet kernfusie, en het levert enorm veel licht en warmte op. De Zon was geboren.

In de schijf eromheen plakten stofjes aan elkaar tot korrels, kiezels en rotsblokken van kilometers groot. Die botsten en klonterden samen tot planeten. Het overgebleven gas werd weggeblazen door de zonnewind, een stroom piepkleine deeltjes uit de Zon. De planeten die uit de schijf waren gegroeid, bleven rond de Zon draaien in dezelfde richting als de schijf en bijna allemaal in hetzelfde platte vlak.

'Dus het zonnestelsel is één groot bakrecept,' zegt Sami. 'Stof plus stof plus tijd.' 'Miljoenen jaren tijd,' zegt Kiko. 'Dit deeg rijst niet in een minuut.'

Invullen★

Op het eerste slot van de kist staat: 'Leeftijd van het zonnestelsel, in miljarden jaren.' Vul in: het zonnestelsel is ongeveer ____ miljard jaar oud.

Meerkeuze★★

Wout bekijkt de planeten op de mat. 'Waarom draaien ze allemaal in dezelfde richting rond de Zon, en bijna allemaal in één plat vlak?' Wat is het beste antwoord?

De eindbaas in cijfers

1,39 miljoen kmdoorsnede van de Zon
109 keerzo breed als de Aarde
99,9 %van alle materie in het zonnestelsel
5 500 °Caan de buitenkant
15 miljoen °Cin de kern
8 min 20 sreistijd van het zonlicht naar de Aarde
Waar of onwaar★

Op het tweede briefje op de achterkant van de papieren Zon staat met stift: 'Soort: planeet.' Het woord 'ster' is doorgekrast. Waar of onwaar: de Zon is een planeet.

Level 3: de geheime code

Noor staart naar het bord. 'Acht letters. En acht planeten op de mat.' Ze legt de bollen een voor een onder de letters: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus. 'Het is de volgorde vanaf de Zon!'

Een planeet is een grote, bijna ronde bol die rond de Zon draait (de volledige regels volgen in het bonuslevel). De eerste vier zijn klein, van steen en metaal: de rotsplaneten. Dan volgt de asteroïdengordel, een brede zone met miljoenen rotsblokken. Het grootste, Ceres, is ongeveer 940 kilometer breed. Toch wegen ze samen minder dan onze Maan.

Daarna komen vier reuzen: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Samen zijn ze veel groter en zwaarder dan alle rotsplaneten.

Om de volgorde te onthouden, maak je een ezelsbruggetje: een zin waarin elk woord met de beginletter van een planeet start. Noor: 'Mijn Vader Aait Mijn Jonge Slak Uiterst Nauwgezet.' Sami: 'Mijn Vette Aap Mept Jouw Stomme Uil Neer.' Kiko kijkt naar het plafond. 'Allebei correct. Eentje is beleefd.'

Wout sorteert op grootte, van groot naar klein: Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus, Aarde, Venus, Mars, Mercurius. Zijn zin: 'Jonge Slimme Uilen Nemen Altijd Verse Muizen Mee.' Controleer in de kolom Doorsnede van zijn kaartenmap of zijn volgorde klopt. Klopt ze ook als ezelsbruggetje voor de afstand tot de Zon? Waarom niet?

Wouts kaartenmap: de acht planeten (afgerond)

PlaneetSoortDoorsnede (km)Afstand tot de Zon (miljoen km)Een jaar (omwenteling)Eén rotatie (om de eigen as)
Mercuriusrotsplaneet4 8795888 dagen59 dagen
Venusrotsplaneet12 104108225 dagen243 dagen (achterwaarts)
Aarderotsplaneet12 756150365 dagen24 uur
Marsrotsplaneet6 792228687 dagen24,6 uur
Jupitergasreus142 98477812 jaar10 uur
Saturnusgasreus120 5361 43229 jaar10,7 uur
Uranusijsreus51 1182 86784 jaar17 uur (achterwaarts)
Neptunusijsreus49 5284 515165 jaar16 uur
Sorteren★

Onder de klimrekken vindt Yara nog vijf planeten terug. Leg ze in de juiste volgorde, te beginnen bij de planeet die het dichtst bij de Zon staat: Mars, Neptunus, Aarde, Mercurius, Jupiter.

MarsNeptunusAardeMercuriusJupiter
Rekenen★★

Sami houdt de bal van Jupiter naast die van de Aarde. 'Hoeveel keer zo breed is Jupiter eigenlijk?' Reken het uit met de doorsnedes uit de tabel en rond af op een heel getal.

Open vraag★★

Sami's zin is grappig, maar jij kan het vast beter. Bedenk je eigen ezelsbruggetje voor de volgorde vanaf de Zon (M V A M J S U N). Schrijf het op en controleer elke beginletter.

Planetenkaarten: bouw je eigen kaartspel

spel40 minuten

Wat heb je nodig?

  • 8 kaartjes van stevig karton (ongeveer 6 cm op 9 cm)
  • schaar en meetlat
  • kleurpotloden of stiften
  • de tabel uit Wouts kaartenmap in dit boekje
  • een klasgenoot die ook een set maakt

Zo doe je het

  1. 1

    Maak voor elke planeet één kaart. Teken bovenaan de planeet zo echt mogelijk: welke kleur, strepen of ringen heeft ze?

  2. 2

    Schrijf onderaan vier statistieken uit de tabel: doorsnede, afstand tot de Zon, lengte van een jaar en duur van één rotatie.

  3. 3

    Zet de jaren van de verre planeten om in dagen (1 jaar is ongeveer 365 dagen), zodat je alles eerlijk kan vergelijken.

  4. 4

    Geef elke kaart een zeldzaamheid: gewoon, zeldzaam of uniek. Jij beslist, maar je moet het kunnen uitleggen. Is de enige planeet met leven uniek? Of de grootste?

  5. 5

    Speel 'hoogste wint' met je klasgenoot: leg allebei je stapel geschud voor je en draai tegelijk je bovenste kaart om. Wie aan de beurt is, kiest een statistiek. De hoogste waarde wint beide kaarten.

  6. 6

    Speel daarna een ronde 'laagste wint'. Welke kaart is dan ineens het sterkst?

Meerkeuze★★

Sami's tweede plan: zijn diepvriespizza ontdooien op de planeet waar het gemiddeld het warmst is. Naar welke planeet moet hij?

Verbinden★★

Wout maakt de vier rotsplaneetkaarten, maar de kenmerken zijn door elkaar geraakt. Verbind elke planeet met het kenmerk dat erbij past.

  • 1. Mercurius
  • 2. Venus
  • 3. Aarde
  • 4. Mars
  • A. vloeibaar water en leven
  • B. roestrood stof en de hoogste vulkaan
  • C. kleinste planeet, bijna geen atmosfeer
  • D. dikke atmosfeer en gemiddeld 464 °C
Vier kinderen houden elk een zelfgemaakte rotsplaneet omhoog: Mercurius, Venus, de Aarde en Mars

Level 5: waarom de reuzen achteraan staan

Noor tikt op de tabel. 'Al het kleine spul ligt vooraan, alle reuzen achteraan. Dat is geen toeval.' Klopt. Het antwoord zit in de temperatuur van de jonge schijf rond de Zon.

'Denk aan een reep chocolade,' zegt Kiko, en Sami drukt zijn eigen reep beschermend tegen zich aan. 'Leg er een naast een hete oven en een tweede aan de andere kant van de keuken. De eerste smelt, de tweede blijft hard.' Vlak bij de jonge, hete Zon bleven zo ook alleen steen en metaal vast. Water verdampte daar.

Yara trekt met krijt een lijn op het bord. 'Verder weg was het koud genoeg voor ijs,' zegt ze. Die grens noemen sterrenkundigen de sneeuwgrens. Ze lag ongeveer tussen het huidige Mars en Jupiter. Daarachter lag veel meer bouwmateriaal: steen, metaal én ijs.

Daar groeiden enorme kernen, zo zwaar dat ze massa's waterstof en helium aantrokken. Zo werden het reuzen. Vooraan was er te weinig materiaal en verdween het gas snel. Zo denken de meeste sterrenkundigen erover; over de details wordt nog volop gediscussieerd.

Bij de deur kraakt het veldbed van Meester Jens. Iedereen bevriest. Hij draait zich om, zijn koptelefoon schuift scheef, en hij snurkt verder. 'Dat was dichtbij,' fluistert Noor.

Open vraag★★★

Sami heeft niet opgelet en vraagt: 'Waarom liggen de grote planeten zo ver weg? Was er vooraan geen plaats meer?' Leg het hem uit in je eigen woorden. Gebruik het woord sneeuwgrens.

Meerkeuze★

Voor het vijfde slot vraagt Kiko een wachtwoord: waaruit bestaan Jupiter en Saturnus vooral?

Waar of onwaar★★

Sami wil een ijsblokje van Neptunus in zijn limonade. Waar of onwaar: op Uranus en Neptunus ligt gewoon ijs, zoals in een diepvries.

Level 6: zwervers met godennamen

Het zesde slot is een letterslot. Op het briefje staat: 'De enige zonder god.' Wout fronst. 'Planeten hebben toch geen godsdienst?' 'Nee,' grinnikt Kiko. 'Maar wel namen.'

Vijf planeten zie je met het blote oog: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. De oude Grieken noemden ze 'planetes', zwervers, omdat ze langzaam tussen de vaste sterren door schuiven. De Romeinen gaven ze de namen van hun goden.

Mercurius was de snelle bode van de goden: mooi voor de planeet met het kortste jaar. Venus was de godin van liefde en schoonheid; na de Zon en de Maan is zij het helderste aan de hemel. Mars, de god van de oorlog, past bij die bloedrode kleur.

Jupiter was de koning van de goden en is de koning van de planeten. Saturnus, de god van de landbouw, is de traagste van de vijf: hij doet bijna dertig jaar over één rondje om de Zon.

Uranus en Neptunus werden pas met een telescoop ontdekt. William Herschel zag Uranus in 1781 en dacht eerst aan een komeet. Hij wilde de planeet naar de Britse koning noemen, maar het werd Uranus, de Griekse god van de hemel. Neptunus, de Romeinse god van de zee, past bij zijn diepblauwe kleur.

En de Aarde? Geen godennaam. 'Aarde' betekent gewoon grond: de bodem onder je voeten. Noor draait vijf letters op het slot. Klik.

Verbinden★★

Kiko wil de naamkaartjes terug aan de juiste planeten hangen. Verbind elke planeet met de god naar wie ze is genoemd.

  • 1. Mercurius
  • 2. Venus
  • 3. Mars
  • 4. Jupiter
  • 5. Neptunus
  • A. koning van de goden
  • B. god van de oorlog
  • C. god van de zee
  • D. bode van de goden
  • E. godin van liefde en schoonheid

Speurtocht: de planeten in je weekagenda

onderzoek25 minuten

Wat heb je nodig?

  • papier en pen
  • een woordenboek of, met toestemming, een computer of tablet
  • gekleurde stiften

Zo doe je het

  1. 1

    Kiko vindt op het bord zeven vaag uitgewiste dagnamen en wil weten welke ervan 'verdacht veel op planeten lijken'. Schrijf de zeven dagen van de week onder elkaar, in drie kolommen: Nederlands, Frans en Engels.

  2. 2

    Begin met de makkelijke: welk hemellichaam zit er in zondag en maandag? En in Sunday en Monday?

  3. 3

    Zoek bij de Franse dagen mardi, mercredi, jeudi en vendredi welke planeet in de naam zit. Schrijf de planeet en de Romeinse god erbij.

  4. 4

    Zoek uit welke Engelse dag naar Saturnus is genoemd. Is dat in het Nederlands ook zo?

  5. 5

    Zoek op naar welke Germaanse goden dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag zijn genoemd, en met welke Romeinse god mensen die vroeger vergeleken.

  6. 6

    Zet alles in één tabel en kleur elke dag met de kleur van zijn hemellichaam.

Invullen★

Sami ligt duizelig op de mat. Help hem zijn twee bewegingen te benoemen. Vul in: de Aarde maakt in 24 uur één ____ om haar eigen as (dag en nacht) en in ongeveer 365 dagen één ____ om de Zon (een jaar).

Lange dagen, korte jaren

'Hoe lang duurt een jaar op Neptunus?' vraagt Sami van op de mat. Ongeveer 165 jaar. Hoe verder van de Zon, hoe langer de baan en hoe trager de planeet. Mercurius is in 88 dagen rond. De Aarde vliegt met bijna 30 kilometer per seconde, Neptunus met ongeveer 5.

Ook de rotaties verschillen. Jupiter draait het snelst: één rotatie in ongeveer 10 uur. Venus draait zo traag dat één rotatie ongeveer 243 Aarde-dagen duurt, langer dan haar jaar van 225 dagen. Ze draait ook achterstevoren: daar komt de Zon in het westen op. Uranus draait eveneens 'omgekeerd'.

Mercurius draait drie keer om zijn as terwijl hij twee keer rond de Zon gaat. Daardoor duurt het daar 176 Aarde-dagen van de ene zonsopgang tot de volgende. Dat is een echte dag, en die is dus veel langer dan één rotatie van 59 dagen. Op Venus duurt een echte dag, van zonsopgang tot zonsopgang, ongeveer 117 Aarde-dagen. 'Een dag die 176 dagen duurt?' zegt Sami. 'Dan slaap ik daar een heel schooljaar uit.'

De banen zijn geen perfecte cirkels maar ellipsen: een beetje uitgerekte cirkels. Begin januari staat de Aarde het dichtst bij de Zon, op ongeveer 147 miljoen kilometer, begin juli het verst, op ongeveer 152 miljoen kilometer. 'Wacht,' zegt Wout. 'In januari het dichtst? Dan is het hier toch winter?'

Rekenen★★

Neptunus werd ontdekt in 1846. Hij doet er ongeveer 165 jaar over om één keer rond de Zon te gaan. In welk jaar had hij voor het eerst een volledige omwenteling gemaakt sinds zijn ontdekking?

Open vraag★★★

Op Wouts Venuskaart staat: 'rotatie: 243 dagen, jaar: 225 dagen'. Sami zegt dat dat een drukfout moet zijn. Heeft hij gelijk? Leg uit hoe het zit.

Waarom het in januari toch koud is

  1. 1

    De draaias van de Aarde staat schuin, ongeveer 23,4 graden. Het hele jaar door wijst die as naar dezelfde plek in de ruimte.

  2. 2

    In juni helt het noordelijke halfrond, waar België ligt, naar de Zon toe. De zonnestralen komen steiler binnen en de dagen duren lang: in België meer dan 16 uur.

  3. 3

    In december helt het noordelijke halfrond van de Zon af. De zonnestralen vallen schuiner en verspreiden zich over een groter oppervlak. De dagen duren in België maar ongeveer 8 uur, en het is koud.

  4. 4

    Lente en herfst zitten daartussen. Op het zuidelijke halfrond is alles omgekeerd: in Australië is het in december zomer.

  5. 5

    De kleine verandering in afstand tot de Zon speelt bijna geen rol. De schuine as wint.

Meerkeuze★★★

Wout moet zijn ouders morgen uitleggen waarom het in België zomer is in juni. Welk antwoord is juist?

Dag, nacht en seizoenen met een lamp

proefje30 minuten

Wat heb je nodig?

  • een zaklamp of bureaulamp met koud ledlicht (de Zon)
  • een globe, of een bal met een satéprikker als as (een volwassene maakt het gat en maakt de scherpe punt veilig, zie veiligheid)
  • een sticker of stukje plakband (België)
  • een ruimte die je kan verduisteren
  • papier en pen

Zo doe je het

  1. 1

    Kiko zet een nachtlamp op de lage bank: dit is onze Zon. Sami moet zijn globe terug op de goede plek zetten, en jij helpt hem. Zet jouw lamp op een tafel: dat is de Zon. Verduister de ruimte. Plak de sticker op de bal: dat is België.

  2. 2

    Houd de as van de bal een beetje scheef, ongeveer een kwart van een rechte hoek, zoals de aardas.

  3. 3

    Houd de bal op ongeveer een meter van de lamp en draai hem langzaam om zijn as, van boven gezien tegen de wijzers van de klok in. Kijk wanneer België in het licht komt (ochtend), midden in het licht staat (middag) en uit het licht draait (avond). Dat is een rotatie.

  4. 4

    Laat nu een klasgenoot de bal in een grote cirkel rond de lamp dragen, terwijl de as steeds naar dezelfde kant van de ruimte blijft wijzen, bijvoorbeeld naar de kast. Dat is een omwenteling.

  5. 5

    Stop op vier plaatsen in de cirkel. Kijk telkens of België naar de lamp toe of van de lamp af helt, en noteer welk seizoen daarbij hoort.

Een groter speelveld

Afstanden in de ruimte zijn zo groot dat sterrenkundigen een eigen maat gebruiken: de astronomische eenheid, kort AE. Dat is de gemiddelde afstand van de Aarde tot de Zon, ongeveer 150 miljoen kilometer. Mars staat op ongeveer 1,5 AE van de Zon, Jupiter op ruim 5 AE en Neptunus op ongeveer 30 AE.

Of je rekent in reistijd van het licht, het snelste wat bestaat. Zonlicht is ongeveer 8 minuten en 20 seconden onderweg naar ons, tot Jupiter ongeveer 43 minuten en tot Neptunus ruim 4 uur. Met de auto aan 120 kilometer per uur rij je ongeveer 140 jaar tot bij de Zon. 'Honderdveertig jaar op de achterbank?' kreunt Sami. 'Dan zeur ik al na tien minuten.'

'Een tekening in een boek klopt dus nooit helemaal,' zegt Kiko. 'Daarom maak je een schaalmodel: een verkleinde kopie waarbij je alles met hetzelfde getal verkleint, zoals een kaart van België.'

Kiko's plan: één vel toiletpapier van 10 centimeter is 10 miljoen kilometer. Dan ligt de Aarde na 15 vellen, op 1,5 meter van de Zon, en Neptunus na ongeveer 452 vellen, op zo'n 45 meter. De Zon is een knikker van 1,4 centimeter, de Aarde een stofje van 0,13 millimeter.

5.30 uur. 'Dat past nooit in de turnzaal,' zegt Yara. Kiko wijst naar de ramen, waar de nacht dunner wordt. 'Nee. Wel op de speelplaats.'

Het zonnestelsel op toiletpapierschaal (1 vel = 10 cm = 10 miljoen km)

HemellichaamAfstand tot de Zon (miljoen km)Aantal vellenAfstand in meterDoorsnede op schaal
Zon00014 mm
Mercurius5860,6 m0,05 mm
Venus108111,1 m0,12 mm
Aarde150151,5 m0,13 mm
Mars228232,3 m0,07 mm
Jupiter778787,8 m1,4 mm
Saturnus1 43214314,3 m1,2 mm
Uranus2 86728728,7 m0,5 mm
Neptunus4 51545245,2 m0,5 mm
Rekenen★★★

Sami wil weten hoe lang zonlicht onderweg is tot bij Neptunus. Licht reist met ongeveer 300 000 kilometer per seconde. Neptunus staat gemiddeld op 4 515 miljoen kilometer van de Zon. Reken het uit en geef je antwoord in uren en minuten.

Kinderen rollen bij dageraad een lange strook toiletpapier uit op de speelplaats: het zonnestelsel op schaal
Rekenen★★

Wout wil weten hoeveel ruimte er tussen Mars en Jupiter is, want ergens daartussen strooit hij zand voor de asteroïdengordel. Mars ligt op 23 vellen van de Zon, Jupiter op 78 vellen. Hoeveel vellen en hoeveel meter liggen er tussen Mars en Jupiter (een vel is 10 cm)?

Meerkeuze★★★

Noors bonusvraag: op de toiletpapierschaal stelt één vel van 10 cm 10 miljoen kilometer voor. Proxima Centauri staat op ongeveer 40 biljoen kilometer. Hoe ver van de knikker ligt die ster dan?

Het zonnestelsel op jouw speelplaats

meten45 minuten

Wat heb je nodig?

  • minstens 750 vellen toiletpapier (ongeveer 4 tot 5 rollen)
  • een knikker of kraal van ongeveer 1,4 cm (de Zon)
  • 10 kaartjes van karton en een stift
  • steentjes of wasknijpers om de kaartjes vast te leggen
  • een meetlat
  • een handvol zand of kleine steentjes
  • een lang, vlak stuk grond van minstens 80 meter (sportveld, grote speelplaats of lang pad op het schoolterrein)

Zo doe je het

  1. 1

    Meet met je lat de lengte van één vel. Kiko rekent met 10 cm per vel. Is jouw vel langer of korter? Tel toch de vellen uit de tabel: je schaal wordt dan een beetje anders, maar de verhoudingen blijven kloppen.

  2. 2

    Leg de knikker (de Zon) aan het begin. Rol het papier in een rechte lijn uit en tel de vellen hardop.

  3. 3

    Leg bij het juiste aantal vellen een kaartje met de naam van de planeet: Mercurius 6, Venus 11, Aarde 15, Mars 23, Jupiter 78, Saturnus 143, Uranus 287 en Neptunus 452.

  4. 4

    Strooi tussen vel 33 en vel 48 wat zand: de asteroïdengordel (ongeveer 2,2 tot 3,2 AE).

  5. 5

    De Kuipergordel loopt van 30 tot 50 AE. Eén AE is 15 vellen. Reken uit tot welk vel de Kuipergordel loopt en leg daar je laatste kaartje.

  6. 6

    Wandel de hele strook af, van de Zon tot het laatste kaartje. Tel je stappen en kijk hoeveel van je model leeg is.

Bonuslevel: is Pluto een planeet?

Sami vist een grijs balletje uit zijn jaszak. 'Pluto. Waar leg ik hem?' Kiko zucht diep. 'Op ongeveer 590 vellen. Maar niet bij de planeten.'

Tot 2006 had het zonnestelsel negen planeten. Pluto, in 1930 ontdekt door de Amerikaan Clyde Tombaugh, was de negende. Maar voorbij Neptunus vonden sterrenkundigen steeds meer ijzige werelden, zoals Eris, die ongeveer even groot is als Pluto. Moesten die allemaal planeten worden?

In 2006 spraken sterrenkundigen af wat een planeet is. Ze draait rond de Zon. Ze is door haar eigen zwaartekracht bijna rond. En ze heeft haar baan leeggeveegd: ze is veruit het grootste in haar buurt.

Pluto haalt de eerste twee voorwaarden, niet de derde. Hij deelt zijn buurt met heel veel ijzige brokken. Daarom is hij nu een dwergplaneet, net als Ceres, Eris, Haumea en Makemake. Hij is ook maar ongeveer 2 380 kilometer breed, kleiner dan onze Maan van 3 475 kilometer.

Pluto doet 248 jaar over één rondje om de Zon. In 2015 vloog de ruimtesonde New Horizons voorbij en fotografeerde een groot, hartvormig gebied van ijs.

'Ze hebben Pluto naar de B-ploeg gestuurd,' moppert Sami. 'Niet naar de B-ploeg,' zegt Wout. 'In een andere categorie gestoken. Zoals een kaart die bij een andere set blijkt te horen.'

Waar of onwaar★★

Sami is er zeker van dat Pluto minstens zo groot is als onze Maan. Waar of onwaar: Pluto is groter dan onze Maan.

Meerkeuze★★

Welke voorwaarde voor een planeet haalt Pluto niet?

Het logboek van de Ruimteclub: briefjes op de speelplaats

S
SamiPLUTO IS EEN PLANEET. Ik start een handtekeningenlijst.
N
NoorBron?
S
SamiMijn gevoel.
Y
Yara(tekent een huilend gezichtje)
W
WoutAls Pluto een planeet wordt, dan Eris ook. Die is even groot. En dan Makemake en Haumea. Dan heb je er plots veel meer dan negen.
S
SamiPrima. Meer planeten, meer buit.
N
NoorEen planeet moet haar baan leegvegen. Pluto deelt zijn buurt met massa's ijsbrokken. Einde discussie.
S
SamiEen discussie heeft nooit een einde.
Kiko
KikoEen knuffel tekent niet mee. Maar Noor heeft gelijk. En Sami ook: vragen stellen mag altijd. Zo werkt wetenschap.

Debat: verdient Pluto zijn plaats terug?

debat25 minuten

Wat heb je nodig?

  • de klas in een even aantal groepjes van 3 tot 5
  • een kookwekker of tijdopnemer
  • papier en pen voor de argumenten
  • een voorwerp om door te geven, bijvoorbeeld een stift (de microfoon)

Zo doe je het

  1. 1

    De helft van de groepjes is team Sami: 'Pluto moet weer een planeet worden.' De andere helft is team Noor: 'Pluto is terecht een dwergplaneet.'

  2. 2

    Elk groepje zoekt in dit boekje drie argumenten. Denk aan de drie voorwaarden voor een planeet, de grootte van Pluto en de andere dwergplaneten.

  3. 3

    Debatteer telkens één groepje van team Sami tegen één groepje van team Noor, in rondes van één minuut per groepje. Alleen wie de microfoon vasthoudt, mag spreken. De anderen luisteren en noteren.

  4. 4

    Wissel van team en verdedig nu de andere kant, ook al vind je die minder leuk.

  5. 5

    Stem in stilte, met je ogen dicht: welk argument vond jij het sterkst, los van je eigen team?

Invullen★

Op het kaartje dat Wout bij vel 450 legt, schrijft hij: 'Hier begint de Kuipergordel, voorbij de baan van ____.' Vul in.

Sorteren★★

Kiko wil vier kaartjes in de juiste volgorde, van dicht bij de Zon naar heel ver weg: Oortwolk, Kuipergordel, asteroïdengordel, Jupiter. Zet ze in volgorde.

OortwolkKuipergordelasteroïdengordelJupiter
Open vraag★★★

Noor schrijft in haar notitieboekje: 'Oortwolk: nooit gezien. Bestaat ze dan wel?' Waarom denken sterrenkundigen toch dat de Oortwolk bestaat?

Op jacht naar zwervers

buiten30 minuten, op een heldere avond (twee keer, met een week ertussen)

Wat heb je nodig?

  • warme kleren
  • een volwassene die meegaat
  • een sterrenkaart, een sterrenkijk-app of de website van een volkssterrenwacht (om vooraf te kijken welke planeten zichtbaar zijn)
  • een zaklamp met rode folie ervoor
  • een notitieboekje en potlood

Zo doe je het

  1. 1

    Kiko laat een briefje achter: 'Zoek de komende weken vijf lichtjes die niet met de sterren meetrekken.' Zoek vooraf samen met een volwassene welke planeten die avond zichtbaar zijn en in welke richting. Gebruik een sterrenkaart, een app of de website van een volkssterrenwacht of van de Koninklijke Sterrenwacht van België in Ukkel.

  2. 2

    Kies een plek met vrij zicht op de horizon en weinig straatlicht, zoals een tuin of een veld.

  3. 3

    Wacht ongeveer 10 minuten tot je ogen aan het donker gewend zijn. Kijk niet op een fel scherm: dat verblindt je opnieuw. Heb je licht nodig om te schrijven, gebruik dan de zaklamp met rode folie.

  4. 4

    Zoek de planeet in de aangegeven richting. Planeten twinkelen meestal minder dan sterren en schijnen rustiger.

  5. 5

    Teken het stukje hemel met je planeet en de sterren eromheen. Noteer datum, uur en richting.

  6. 6

    Kijk een week later opnieuw naar dezelfde plek. Is de planeet verschoven tegenover de sterren? Bij Venus en Mars zie je dat sneller dan bij Jupiter of Saturnus.

  7. 7

    Wil je door een echte telescoop kijken? Zoek een volkssterrenwacht in je buurt, zoals Urania in Hove, MIRA in Grimbergen of Beisbroek in Brugge, en kijk wanneer er een publieksavond is.

Een dwergplaneetje met een hartje wijst bij valavond naar een heldere planeet naast de maansikkel

8.15 uur: missie geslaagd?

Om acht uur ruikt de turnzaal naar choco en koffie. Aan de klimtouwen hangen acht planeten in de juiste volgorde. Op het kaartje eronder: 'Volgorde: juist. Groottes en afstanden: NIET op schaal. Echte afstanden: zie speelplaats.'

Buiten ligt nog 75 meter toiletpapier, met één grijs balletje op vel 590. Meester Jens zegt dat niemand het opruimt voor de ouders het gezien hebben.

Kiko zit weer stil op de kast, gewoon een knuffel. Maar in Noors notitieboekje zit een nieuw briefje, met een tekening van een gloeiende bol. 'Volgende missie: dichterbij. Veel dichterbij.' Eronder, kleiner: 'En nee, een zonnebril is niet genoeg.'

Woordenlijst

zwaartekrachtDe kracht waarmee alles wat massa heeft, andere dingen naar zich toe trekt.
kernfusieHet samensmelten van waterstof tot helium in een ster, waarbij heel veel licht en warmte vrijkomt.
planeetEen grote, bijna ronde bol die rond de Zon draait en haar baan heeft leeggeveegd.
dwergplaneetEen bijna ronde bol die rond de Zon draait, maar zijn baan niet heeft leeggeveegd, zoals Pluto.
atmosfeerDe laag gas rond een planeet.
baanHet pad dat een planeet telkens opnieuw rond de Zon aflegt.
rotatieHet draaien van een hemellichaam om zijn eigen as; bij de Aarde geeft dat dag en nacht.
omwentelingEén volledig rondje rond de Zon; bij de Aarde is dat een jaar.
sneeuwgrensDe grens in de jonge schijf waarachter het koud genoeg was voor ijs.
astronomische eenheid (AE)De gemiddelde afstand van de Aarde tot de Zon: ongeveer 150 miljoen kilometer.
lichtjaarDe afstand die licht in één jaar aflegt: bijna 10 biljoen kilometer.
asteroïdengordelDe zone tussen Mars en Jupiter met miljoenen rotsblokken die rond de Zon draaien.
KuipergordelDe platte ring van ijzige brokken voorbij Neptunus, waar ook Pluto ligt.
OortwolkEen veronderstelde bolvormige schil van ijsbrokken heel ver rond het zonnestelsel; nog nooit gezien.

Extra oefenen

Extra oefening★

Noor zegt: “De Zon en de planeten ontstonden uit dezelfde grote wolk van gas en stof.” Past dit bij het verhaal?

Extra oefening★

Sami draait een wereldbol om zijn eigen as. Wat stelt die beweging voor?

Extra oefening★

Yara wil landen op een vast oppervlak van Jupiter zoals op de Aarde. Wat vergeet ze?

Extra oefening★

Kiko zegt: “IJsreus betekent dat je op Neptunus gewone ijsblokjes kunt oprapen.” Klopt dat?

Extra oefening★

Noor vindt drie planeetkaartjes. Vul de eerste drie planeten vanaf de Zon in: ______, ______, ______.

Extra oefening★

In Yara’s schaalmodel is 1 meter gelijk aan 100 miljoen kilometer. Een planeet ligt op 200 miljoen kilometer. Op hoeveel meter van de modelzon leg je haar?

Extra oefening★

Wout noemt Pluto “een verdwenen planeet”. Leg in twee zinnen uit wat er echt veranderde.

Extra oefening★

Kiko wil de Zon een negende planeet noemen. Geef één reden waarom de Zon in een andere groep hoort.

Extra oefening★

Sami zegt: “De planeet die het dichtst bij de Zon staat, moet ook de heetste zijn.” Is dat juist?

Extra oefening★

Wout wil op de ringen van Saturnus lopen alsof het één vloer is. Wat vergeet hij?

Extra oefening★

Yara vraagt waarom Uranus en Neptunus blauwachtig lijken. Welk gas uit de uitleg speelt daarbij een rol?

Missie volbracht!

Wat neem ik mee?

  • Ons zonnestelsel is ongeveer 4,6 miljard jaar oud. Het begon als een wolk van gas en stof die door de zwaartekracht in elkaar stortte, sneller ging draaien en plat werd.
  • De Zon is geen planeet maar een ster. Ze bevat bijna 99,9 procent van alle materie en houdt met haar zwaartekracht de planeten in hun baan.
  • Vanaf de Zon: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus. Mijn geheime code is M V A M J S U N.
  • Vooraan staan vier kleine rotsplaneten, achteraan vier reuzen. Dat komt door de sneeuwgrens: daarachter was er ijs en dus veel meer bouwmateriaal.
  • Venus is de heetste planeet, niet Mercurius, omdat haar dikke atmosfeer de warmte vasthoudt.
  • De meeste planeten zijn genoemd naar Romeinse goden, Uranus naar een Griekse god. Alleen de Aarde heet gewoon 'grond'.
  • Rotatie is draaien om je eigen as: dat geeft dag en nacht. Omwenteling is één rondje rond de Zon: dat is een jaar. Seizoenen komen door de schuine aardas, niet door de afstand tot de Zon.
  • De ruimte is vooral leeg. Op toiletpapierschaal ligt de Aarde op 1,5 meter van de Zon en Neptunus op ongeveer 45 meter.
  • Pluto is sinds 2006 een dwergplaneet, omdat hij zijn baan niet heeft leeggeveegd. Voorbij Neptunus ligt de Kuipergordel en heel ver daarachter de Oortwolk, die nog niemand heeft gezien.

Tip voor ouders en leerkrachten

Leg het schaalmodel met toiletpapier echt buiten, liefst samen: de lange lege stukken papier blijven veel beter hangen dan een tabel. Laat het kind daarna als 'Kiko' iets uitleggen aan iemand anders, bijvoorbeeld waarom Venus heter is dan Mercurius. Een publieksavond van een volkssterrenwacht of een bezoek aan het Planetarium in Brussel sluit mooi aan, en de vraag 'wie beslist eigenlijk wat een planeet is?' is een prima gesprek aan tafel.

Download als PDFGewone A4: één pagina per blad. Het antwoordenboekje is voor de begeleider.