Ons zonnestelsel
Het is bijna middernacht in de turnzaal van school als de klasmascotte zijn ogen opent. Op het bord staat een geheime code en het zonnestelsel van de klas ligt in stukken op de grond. Jij zit in de crew die het vóór zonsopgang moet oplossen. Neem een potlood mee: je gaat rekenen, knutselen, ruziën over Pluto en het hele zonnestelsel uitrollen met toiletpapier.
Wat kan jij na dit boekje?
- Aan het einde van de nacht kan jij aan Kiko vertellen hoe het zonnestelsel ontstond uit een draaiende wolk van gas en stof.
- Je noemt de acht planeten in de juiste volgorde op, met je eigen geheime code, en vertelt Noor hoe ze aan hun naam kwamen.
- Je legt Yara uit waarom er kleine rotsplaneten vooraan en reuzen achteraan staan.
- Je laat Sami zien hoe rotatie en omwenteling verschillen, en verklaart daarmee dag, nacht, jaar en seizoenen.
- Je toont Wout met een schaalmodel van toiletpapier hoe groot en hoe leeg het zonnestelsel is.
- En je kan Kiko uitleggen waarom Pluto een dwergplaneet is en wat de Kuipergordel en de Oortwolk zijn.
23.47 uur: er is iets mis
KRAK. Dan een doffe plof. En nog een. Sami schiet overeind in zijn slaapzak. Het is Sterrennacht: de hele klas slaapt in de turnzaal van school, en Meester Jens ligt op een veldbed bij de deur, met een koptelefoon op. Iedereen snurkt, behalve Sami.
Hij knipt zijn zaklamp aan. Het zonnestelsel dat de klas wekenlang heeft gebouwd, hangt niet meer aan de klimtouwen. De planeten liggen verspreid over de turnmatten. Saturnus is onder de bank gerold. En de Zon, een papieren bol zo groot als een strandbal, is weg.
Noor is ook wakker. Ze wijst naar het krijtbord. Daar staan acht letters die er gisteravond niet stonden: M V A M J S U N. Daaronder, in een bibberig handschrift: 'Vóór zonsopgang. Anders blijft het een puinhoop. K.'
Wout wrijft in zijn ogen. Yara rolt in haar rolstoel naar het bord. 'K? Wie is K?' Achter hen kucht iemand. Iemand op de bank, met een héél lange snuit.

Een knuffel die praat





Missie Sterrennacht
Een briefje van Kiko, op het deksel van zijn kist geplakt: 'Acht sloten, acht proeven: hoe alles begon, de Zon, de volgorde, de rotsplaneten, de reuzen, de namen, het draaien en de echte afstanden. Vóór zonsopgang moet het zonnestelsel weer recht hangen, anders zien de ouders om tien uur de ravage. Jij zit in de crew, samen met Noor, Sami, Wout en Yara. Wie het eerste slot kraakt, krijgt een eerste aanwijzing. Na het achtste slot gaat mijn kist open. K.'
Level 1: hoe het zonnestelsel begon
Kiko springt op de bok. 'Elk begin is een lege hal.' Ruim 4,6 miljard jaar geleden was er geen Zon en geen enkele planeet. Er zweefde alleen een reusachtige wolk van gas en stof, vooral waterstof en helium.
Op één plek begon de wolk in elkaar te storten door de zwaartekracht: de kracht waarmee alles wat massa heeft, andere dingen naar zich toe trekt. Terwijl de wolk kromp, ging ze sneller draaien. 'Zoals een kunstschaatser die haar armen intrekt,' zegt Yara. Door dat draaien werd de wolk plat, zoals rondtollend pizzadeeg.
In het midden zat bijna alle materie. Die werd zo samengeperst dat het er miljoenen graden heet werd. Toen begon waterstof samen te smelten tot helium. Dat heet kernfusie, en het levert enorm veel licht en warmte op. De Zon was geboren.
In de schijf eromheen plakten stofjes aan elkaar tot korrels, kiezels en rotsblokken van kilometers groot. Die botsten en klonterden samen tot planeten. Het overgebleven gas werd weggeblazen door de zonnewind, een stroom piepkleine deeltjes uit de Zon. De planeten die uit de schijf waren gegroeid, bleven rond de Zon draaien in dezelfde richting als de schijf en bijna allemaal in hetzelfde platte vlak.
'Dus het zonnestelsel is één groot bakrecept,' zegt Sami. 'Stof plus stof plus tijd.' 'Miljoenen jaren tijd,' zegt Kiko. 'Dit deeg rijst niet in een minuut.'

Op het eerste slot van de kist staat: 'Leeftijd van het zonnestelsel, in miljarden jaren.' Vul in: het zonnestelsel is ongeveer ____ miljard jaar oud.
Sterrenkundigen weten dat onder meer doordat de oudste meteorieten, rotsbrokken uit de ruimte, ongeveer 4,6 miljard jaar oud zijn.
Wout bekijkt de planeten op de mat. 'Waarom draaien ze allemaal in dezelfde richting rond de Zon, en bijna allemaal in één plat vlak?' Wat is het beste antwoord?
De ineenstortende wolk werd door het draaien een platte schijf, en alles wat daaruit groeide, blijft in dezelfde richting rond de Zon draaien.
Level 2: de eindbaas in het midden
Ze vinden de Zon achter de bok, een beetje gedeukt. 'Als dit een verzamelkaart was: uniek,' zegt Wout. Kiko schudt zijn snuit. 'Fout. De Zon is een heel gewone ster. Er zijn er miljarden zoals zij.'
Een ster is een reusachtige bol gloeiend gas die zelf licht en warmte maakt. Planeten doen dat niet. Ze lichten alleen op omdat ze zonlicht terugkaatsen, zoals de reflecterende strepen op je fietsjas.
Voor ons is die gewone ster wel gigantisch: ongeveer 109 keer zo breed als de Aarde. Er passen meer dan een miljoen Aardes in. Aan de buitenkant is het er ongeveer 5 500 °C, in de kern meer dan 15 miljoen °C.
'Waarom vallen de planeten er dan niet in?' vraagt Yara. De Zon trekt aan elke planeet, maar elke planeet schiet tegelijk razendsnel opzij. Zwier een bal aan een touw boven je hoofd: het touw trekt, de vaart houdt hem in een cirkel. Zo blijft een planeet in haar baan, het pad dat ze telkens opnieuw rond de Zon aflegt.
De Zon is ongeveer halverwege haar leven en heeft nog brandstof voor zo'n 5 miljard jaar. 'Mooi,' zegt Sami, en hij scheurt een zak chips open. 'Dan halen we zonsopgang wel.'
Noor draait de papieren Zon om. Op de achterkant plakt een tweede briefje, met één woord dat doorgekrast is. Niemand zegt iets. Kiko poetst ineens heel nauwgezet zijn snuit.

De eindbaas in cijfers
Op het tweede briefje op de achterkant van de papieren Zon staat met stift: 'Soort: planeet.' Het woord 'ster' is doorgekrast. Waar of onwaar: de Zon is een planeet.
De Zon is een ster: ze maakt zelf licht en warmte, terwijl planeten alleen zonlicht terugkaatsen.
Level 3: de geheime code
Noor staart naar het bord. 'Acht letters. En acht planeten op de mat.' Ze legt de bollen een voor een onder de letters: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus. 'Het is de volgorde vanaf de Zon!'
Een planeet is een grote, bijna ronde bol die rond de Zon draait (de volledige regels volgen in het bonuslevel). De eerste vier zijn klein, van steen en metaal: de rotsplaneten. Dan volgt de asteroïdengordel, een brede zone met miljoenen rotsblokken. Het grootste, Ceres, is ongeveer 940 kilometer breed. Toch wegen ze samen minder dan onze Maan.
Daarna komen vier reuzen: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Samen zijn ze veel groter en zwaarder dan alle rotsplaneten.
Om de volgorde te onthouden, maak je een ezelsbruggetje: een zin waarin elk woord met de beginletter van een planeet start. Noor: 'Mijn Vader Aait Mijn Jonge Slak Uiterst Nauwgezet.' Sami: 'Mijn Vette Aap Mept Jouw Stomme Uil Neer.' Kiko kijkt naar het plafond. 'Allebei correct. Eentje is beleefd.'
Wout sorteert op grootte, van groot naar klein: Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus, Aarde, Venus, Mars, Mercurius. Zijn zin: 'Jonge Slimme Uilen Nemen Altijd Verse Muizen Mee.' Controleer in de kolom Doorsnede van zijn kaartenmap of zijn volgorde klopt. Klopt ze ook als ezelsbruggetje voor de afstand tot de Zon? Waarom niet?

Wouts kaartenmap: de acht planeten (afgerond)
| Planeet | Soort | Doorsnede (km) | Afstand tot de Zon (miljoen km) | Een jaar (omwenteling) | Eén rotatie (om de eigen as) |
|---|---|---|---|---|---|
| Mercurius | rotsplaneet | 4 879 | 58 | 88 dagen | 59 dagen |
| Venus | rotsplaneet | 12 104 | 108 | 225 dagen | 243 dagen (achterwaarts) |
| Aarde | rotsplaneet | 12 756 | 150 | 365 dagen | 24 uur |
| Mars | rotsplaneet | 6 792 | 228 | 687 dagen | 24,6 uur |
| Jupiter | gasreus | 142 984 | 778 | 12 jaar | 10 uur |
| Saturnus | gasreus | 120 536 | 1 432 | 29 jaar | 10,7 uur |
| Uranus | ijsreus | 51 118 | 2 867 | 84 jaar | 17 uur (achterwaarts) |
| Neptunus | ijsreus | 49 528 | 4 515 | 165 jaar | 16 uur |
Onder de klimrekken vindt Yara nog vijf planeten terug. Leg ze in de juiste volgorde, te beginnen bij de planeet die het dichtst bij de Zon staat: Mars, Neptunus, Aarde, Mercurius, Jupiter.
De volledige volgorde is Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus; Venus, Saturnus en Uranus ontbreken hier gewoon.
Sami houdt de bal van Jupiter naast die van de Aarde. 'Hoeveel keer zo breed is Jupiter eigenlijk?' Reken het uit met de doorsnedes uit de tabel en rond af op een heel getal.
Je deelt de doorsnede van Jupiter door die van de Aarde: ongeveer 11 Aardes passen naast elkaar op een lijn dwars over Jupiter.
Sami's zin is grappig, maar jij kan het vast beter. Bedenk je eigen ezelsbruggetje voor de volgorde vanaf de Zon (M V A M J S U N). Schrijf het op en controleer elke beginletter.
Een zin die je grappig of raar vindt, onthoud je veel beter dan een rij losse namen.
Planetenkaarten: bouw je eigen kaartspel
Wat heb je nodig?
- 8 kaartjes van stevig karton (ongeveer 6 cm op 9 cm)
- schaar en meetlat
- kleurpotloden of stiften
- de tabel uit Wouts kaartenmap in dit boekje
- een klasgenoot die ook een set maakt
Zo doe je het
- 1
Maak voor elke planeet één kaart. Teken bovenaan de planeet zo echt mogelijk: welke kleur, strepen of ringen heeft ze?
- 2
Schrijf onderaan vier statistieken uit de tabel: doorsnede, afstand tot de Zon, lengte van een jaar en duur van één rotatie.
- 3
Zet de jaren van de verre planeten om in dagen (1 jaar is ongeveer 365 dagen), zodat je alles eerlijk kan vergelijken.
- 4
Geef elke kaart een zeldzaamheid: gewoon, zeldzaam of uniek. Jij beslist, maar je moet het kunnen uitleggen. Is de enige planeet met leven uniek? Of de grootste?
- 5
Speel 'hoogste wint' met je klasgenoot: leg allebei je stapel geschud voor je en draai tegelijk je bovenste kaart om. Wie aan de beurt is, kiest een statistiek. De hoogste waarde wint beide kaarten.
- 6
Speel daarna een ronde 'laagste wint'. Welke kaart is dan ineens het sterkst?
Level 4: klein en keihard
'Op welke planeten kan je landen?' vraagt Kiko. 'De eerste vier,' zegt Yara. 'Die zijn van steen.' Kiko deelt de vier bollen uit: Mercurius voor Sami, Venus voor Noor, de Aarde voor Wout en Mars voor Yara. Rotsplaneten zijn klein en vast, met een kern van metaal en een mantel van steen. Erop staan kan. Overleven is iets anders.
'Wie heeft de kleinste?' vraagt Kiko. Sami steekt Mercurius omhoog. Klopt: de kleinste planeet, bijna anderhalf keer zo breed als onze Maan. 'Maak hem warm met je zaklamp,' zegt Kiko, en Sami schijnt erop. 'Alleen de kant in het licht.' Mercurius heeft bijna geen atmosfeer, de laag gas rond een planeet. Zonder die deken ontsnapt de warmte meteen: overdag is het er ongeveer 430 °C, 's nachts ongeveer -180 °C.
Noor draait Venus rond in haar handen. 'Ongeveer even groot als de Aarde,' zegt ze. 'Maar met een dikke atmosfeer van koolstofdioxide. Die houdt de warmte vast als een winterdekbed.' Gemiddeld is het er 464 °C, heet genoeg om lood te laten smelten. De luchtdruk is ongeveer 90 keer zo hoog als bij ons.
Wout wiegt de Aarde in zijn handen. 'Onze eigen bol,' zegt hij. 'Op de goede afstand: niet te warm en niet te koud, zodat water vloeibaar blijft.' Meer dan zeven tiende van haar oppervlak is water. Het is de enige planeet waarvan we zeker weten dat er leven is.
Yara houdt Mars omhoog. 'Ongeveer half zo breed als de Aarde,' zegt ze, 'en rood door roest in het stof.' Het is er gemiddeld ongeveer -60 °C. Daar staat de hoogste vulkaan van het zonnestelsel: Olympus Mons, ongeveer 22 kilometer hoog, zo'n 2,5 keer de Mount Everest.
'Ik open een snackbar op Mercurius,' zegt Sami. 'Overdag gratis gegrild, 's nachts gratis ijsjes.' Noor kijkt niet eens op. 'Geen lucht om te ademen, slimmerik.'
Terwijl de crew de vier bollen terugzet, hoort Yara iets tikken in de kist. Tik. Tik. Tik. 'Niet aan denken,' zegt Kiko. 'Dat hoort bij een later slot.'

Sami's tweede plan: zijn diepvriespizza ontdooien op de planeet waar het gemiddeld het warmst is. Naar welke planeet moet hij?
De dikke koolstofdioxide-atmosfeer van Venus houdt de warmte vast, waardoor het er gemiddeld 464 °C is, meer dan op Mercurius.
Wout maakt de vier rotsplaneetkaarten, maar de kenmerken zijn door elkaar geraakt. Verbind elke planeet met het kenmerk dat erbij past.
- 1. Mercurius
- 2. Venus
- 3. Aarde
- 4. Mars
- A. vloeibaar water en leven
- B. roestrood stof en de hoogste vulkaan
- C. kleinste planeet, bijna geen atmosfeer
- D. dikke atmosfeer en gemiddeld 464 °C
Mercurius is de kleinste planeet, Venus is door haar atmosfeer zo heet, de Aarde heeft vloeibaar water en Mars is roestrood met Olympus Mons.

Level 5: waarom de reuzen achteraan staan
Noor tikt op de tabel. 'Al het kleine spul ligt vooraan, alle reuzen achteraan. Dat is geen toeval.' Klopt. Het antwoord zit in de temperatuur van de jonge schijf rond de Zon.
'Denk aan een reep chocolade,' zegt Kiko, en Sami drukt zijn eigen reep beschermend tegen zich aan. 'Leg er een naast een hete oven en een tweede aan de andere kant van de keuken. De eerste smelt, de tweede blijft hard.' Vlak bij de jonge, hete Zon bleven zo ook alleen steen en metaal vast. Water verdampte daar.
Yara trekt met krijt een lijn op het bord. 'Verder weg was het koud genoeg voor ijs,' zegt ze. Die grens noemen sterrenkundigen de sneeuwgrens. Ze lag ongeveer tussen het huidige Mars en Jupiter. Daarachter lag veel meer bouwmateriaal: steen, metaal én ijs.
Daar groeiden enorme kernen, zo zwaar dat ze massa's waterstof en helium aantrokken. Zo werden het reuzen. Vooraan was er te weinig materiaal en verdween het gas snel. Zo denken de meeste sterrenkundigen erover; over de details wordt nog volop gediscussieerd.
Bij de deur kraakt het veldbed van Meester Jens. Iedereen bevriest. Hij draait zich om, zijn koptelefoon schuift scheef, en hij snurkt verder. 'Dat was dichtbij,' fluistert Noor.

Sami heeft niet opgelet en vraagt: 'Waarom liggen de grote planeten zo ver weg? Was er vooraan geen plaats meer?' Leg het hem uit in je eigen woorden. Gebruik het woord sneeuwgrens.
Het verschil in temperatuur bepaalde hoeveel bouwmateriaal er was en hoe groot de planeten konden worden.
De reuzen van dichtbij
Yara heeft van een kleerhanger en tape een katrol gemaakt. Jupiter gaat eerst omhoog. 'Kan je daarop landen?' vraagt Sami. 'Je zakt erin,' zegt Kiko. 'En je komt er niet meer uit.'
Jupiter en Saturnus zijn gasreuzen, vooral van waterstof en helium, zoals de Zon. Vaste grond is er niet: hoe dieper je zakt, hoe dikker en heter het wordt. Jupiter is 2,5 keer zo zwaar als alle andere planeten samen. In zijn wolken raast de Grote Rode Vlek, een storm breder dan de Aarde. 'En jij klaagt over een tochtje, Sami,' zegt Noor.
Saturnus heeft de bekendste ringen: ontelbare stukken ijs, van stofkorrels tot brokken zo groot als een huis. Ze zijn meer dan 200 000 kilometer breed, maar meestal maar zo'n 10 meter dik. Wout legt een blad papier op de mat en kijkt er scheef langs. 'Zo dun?' 'Nog dunner,' zegt Kiko. 'In verhouding zijn de ringen dunner dan dit blad.'
Uranus en Neptunus zijn ijsreuzen, ongeveer vier keer zo breed als de Aarde. Ze bevatten veel water, ammoniak en methaan. 'IJs' is misleidend: binnenin is het heet en de druk enorm. Methaan slorpt rood licht op en maakt Uranus blauwgroen. En Uranus ligt op zijn zij: zijn as helt bijna 98 graden. Yara rolt Uranus op zijn zij. 'Zo?' 'Zo,' zegt Kiko.
Op het donkerblauwe Neptunus waaien de sterkste winden van het zonnestelsel, tot ongeveer 2 000 kilometer per uur: meer dan zes keer zo snel als een zware orkaan. 'Zeldzame kaart,' zegt Wout. 'Niemand let op hem, maar hij is wild.'


Voor het vijfde slot vraagt Kiko een wachtwoord: waaruit bestaan Jupiter en Saturnus vooral?
Het zijn gasreuzen die uit dezelfde gassen bestaan als de Zon; zuurstof en stikstof zitten vooral in onze lucht op Aarde.
Sami wil een ijsblokje van Neptunus in zijn limonade. Waar of onwaar: op Uranus en Neptunus ligt gewoon ijs, zoals in een diepvries.
Binnenin zit een heet, dicht mengsel van water, ammoniak en methaan onder enorme druk; het woord ijsreus slaat op de stoffen, niet op ijsblokjes.
Level 6: zwervers met godennamen
Het zesde slot is een letterslot. Op het briefje staat: 'De enige zonder god.' Wout fronst. 'Planeten hebben toch geen godsdienst?' 'Nee,' grinnikt Kiko. 'Maar wel namen.'
Vijf planeten zie je met het blote oog: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. De oude Grieken noemden ze 'planetes', zwervers, omdat ze langzaam tussen de vaste sterren door schuiven. De Romeinen gaven ze de namen van hun goden.
Mercurius was de snelle bode van de goden: mooi voor de planeet met het kortste jaar. Venus was de godin van liefde en schoonheid; na de Zon en de Maan is zij het helderste aan de hemel. Mars, de god van de oorlog, past bij die bloedrode kleur.
Jupiter was de koning van de goden en is de koning van de planeten. Saturnus, de god van de landbouw, is de traagste van de vijf: hij doet bijna dertig jaar over één rondje om de Zon.
Uranus en Neptunus werden pas met een telescoop ontdekt. William Herschel zag Uranus in 1781 en dacht eerst aan een komeet. Hij wilde de planeet naar de Britse koning noemen, maar het werd Uranus, de Griekse god van de hemel. Neptunus, de Romeinse god van de zee, past bij zijn diepblauwe kleur.
En de Aarde? Geen godennaam. 'Aarde' betekent gewoon grond: de bodem onder je voeten. Noor draait vijf letters op het slot. Klik.

Kiko wil de naamkaartjes terug aan de juiste planeten hangen. Verbind elke planeet met de god naar wie ze is genoemd.
- 1. Mercurius
- 2. Venus
- 3. Mars
- 4. Jupiter
- 5. Neptunus
- A. koning van de goden
- B. god van de oorlog
- C. god van de zee
- D. bode van de goden
- E. godin van liefde en schoonheid
Mercurius was de snelle bode, Venus de godin van de liefde, Mars de oorlogsgod, Jupiter de koning van de goden en Neptunus de god van de zee.
Speurtocht: de planeten in je weekagenda
Wat heb je nodig?
- papier en pen
- een woordenboek of, met toestemming, een computer of tablet
- gekleurde stiften
Zo doe je het
- 1
Kiko vindt op het bord zeven vaag uitgewiste dagnamen en wil weten welke ervan 'verdacht veel op planeten lijken'. Schrijf de zeven dagen van de week onder elkaar, in drie kolommen: Nederlands, Frans en Engels.
- 2
Begin met de makkelijke: welk hemellichaam zit er in zondag en maandag? En in Sunday en Monday?
- 3
Zoek bij de Franse dagen mardi, mercredi, jeudi en vendredi welke planeet in de naam zit. Schrijf de planeet en de Romeinse god erbij.
- 4
Zoek uit welke Engelse dag naar Saturnus is genoemd. Is dat in het Nederlands ook zo?
- 5
Zoek op naar welke Germaanse goden dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag zijn genoemd, en met welke Romeinse god mensen die vroeger vergeleken.
- 6
Zet alles in één tabel en kleur elke dag met de kleur van zijn hemellichaam.
Level 7: draaien, en nog eens draaien
3.12 uur. Wout geeuwt zo hard dat zijn kaak kraakt. Kiko zet één lamp aan. 'Sami, jij bent de Aarde. Draai.' Sami tolt op zijn sokken. 'En nu ook rond de lamp.' Na drie rondes ligt Sami plat op de mat.
Planeten doen dat de hele tijd. Elke planeet draait om haar eigen as, een denkbeeldige lijn van pool tot pool. Dat heet rotatie. Bij de Aarde duurt één rotatie ongeveer 24 uur: de kant naar de Zon heeft dag, de andere kant nacht.
Tegelijk draait elke planeet rond de Zon. Eén volledig rondje heet een omwenteling. Voor de Aarde duurt dat ongeveer 365 dagen en een kwart: een jaar. Die kwartjes sparen we op, en om de vier jaar krijg je er een dag bij: 29 februari.
De Aarde draait van west naar oost. Daarom lijkt de Zon in het oosten op te komen en in het westen onder te gaan. In werkelijkheid draaien wij onder de Zon door, zoals bomen achteruit lijken te schuiven als je in de trein zit.

Sami ligt duizelig op de mat. Help hem zijn twee bewegingen te benoemen. Vul in: de Aarde maakt in 24 uur één ____ om haar eigen as (dag en nacht) en in ongeveer 365 dagen één ____ om de Zon (een jaar).
Rotatie is het draaien om de eigen as, omwenteling is één keer helemaal rond de Zon gaan.
Lange dagen, korte jaren
'Hoe lang duurt een jaar op Neptunus?' vraagt Sami van op de mat. Ongeveer 165 jaar. Hoe verder van de Zon, hoe langer de baan en hoe trager de planeet. Mercurius is in 88 dagen rond. De Aarde vliegt met bijna 30 kilometer per seconde, Neptunus met ongeveer 5.
Ook de rotaties verschillen. Jupiter draait het snelst: één rotatie in ongeveer 10 uur. Venus draait zo traag dat één rotatie ongeveer 243 Aarde-dagen duurt, langer dan haar jaar van 225 dagen. Ze draait ook achterstevoren: daar komt de Zon in het westen op. Uranus draait eveneens 'omgekeerd'.
Mercurius draait drie keer om zijn as terwijl hij twee keer rond de Zon gaat. Daardoor duurt het daar 176 Aarde-dagen van de ene zonsopgang tot de volgende. Dat is een echte dag, en die is dus veel langer dan één rotatie van 59 dagen. Op Venus duurt een echte dag, van zonsopgang tot zonsopgang, ongeveer 117 Aarde-dagen. 'Een dag die 176 dagen duurt?' zegt Sami. 'Dan slaap ik daar een heel schooljaar uit.'
De banen zijn geen perfecte cirkels maar ellipsen: een beetje uitgerekte cirkels. Begin januari staat de Aarde het dichtst bij de Zon, op ongeveer 147 miljoen kilometer, begin juli het verst, op ongeveer 152 miljoen kilometer. 'Wacht,' zegt Wout. 'In januari het dichtst? Dan is het hier toch winter?'

Neptunus werd ontdekt in 1846. Hij doet er ongeveer 165 jaar over om één keer rond de Zon te gaan. In welk jaar had hij voor het eerst een volledige omwenteling gemaakt sinds zijn ontdekking?
Een jaar op Neptunus duurt zo lang dat hij pas in onze eeuw één Neptunusjaar ouder werd sinds zijn ontdekking.
Op Wouts Venuskaart staat: 'rotatie: 243 dagen, jaar: 225 dagen'. Sami zegt dat dat een drukfout moet zijn. Heeft hij gelijk? Leg uit hoe het zit.
Rotatie en omwenteling zijn twee aparte bewegingen, dus de ene kan veel trager zijn dan de andere.
Waarom het in januari toch koud is
- 1
De draaias van de Aarde staat schuin, ongeveer 23,4 graden. Het hele jaar door wijst die as naar dezelfde plek in de ruimte.
- 2
In juni helt het noordelijke halfrond, waar België ligt, naar de Zon toe. De zonnestralen komen steiler binnen en de dagen duren lang: in België meer dan 16 uur.
- 3
In december helt het noordelijke halfrond van de Zon af. De zonnestralen vallen schuiner en verspreiden zich over een groter oppervlak. De dagen duren in België maar ongeveer 8 uur, en het is koud.
- 4
Lente en herfst zitten daartussen. Op het zuidelijke halfrond is alles omgekeerd: in Australië is het in december zomer.
- 5
De kleine verandering in afstand tot de Zon speelt bijna geen rol. De schuine as wint.
Wout moet zijn ouders morgen uitleggen waarom het in België zomer is in juni. Welk antwoord is juist?
De Aarde staat in januari juist het dichtst bij de Zon; seizoenen komen door de schuine aardas, niet door de afstand.
Dag, nacht en seizoenen met een lamp
Wat heb je nodig?
- een zaklamp of bureaulamp met koud ledlicht (de Zon)
- een globe, of een bal met een satéprikker als as (een volwassene maakt het gat en maakt de scherpe punt veilig, zie veiligheid)
- een sticker of stukje plakband (België)
- een ruimte die je kan verduisteren
- papier en pen
Zo doe je het
- 1
Kiko zet een nachtlamp op de lage bank: dit is onze Zon. Sami moet zijn globe terug op de goede plek zetten, en jij helpt hem. Zet jouw lamp op een tafel: dat is de Zon. Verduister de ruimte. Plak de sticker op de bal: dat is België.
- 2
Houd de as van de bal een beetje scheef, ongeveer een kwart van een rechte hoek, zoals de aardas.
- 3
Houd de bal op ongeveer een meter van de lamp en draai hem langzaam om zijn as, van boven gezien tegen de wijzers van de klok in. Kijk wanneer België in het licht komt (ochtend), midden in het licht staat (middag) en uit het licht draait (avond). Dat is een rotatie.
- 4
Laat nu een klasgenoot de bal in een grote cirkel rond de lamp dragen, terwijl de as steeds naar dezelfde kant van de ruimte blijft wijzen, bijvoorbeeld naar de kast. Dat is een omwenteling.
- 5
Stop op vier plaatsen in de cirkel. Kijk telkens of België naar de lamp toe of van de lamp af helt, en noteer welk seizoen daarbij hoort.
Level 8: de grote mislukking
4.05 uur. Nu nog ophangen, en deze keer juist. 'Simpel,' zegt Sami. 'Groottes én afstanden juist.' Kiko zegt niets. Dat is nooit een goed teken. Jij beslist mee: maak je A de groottes of B de afstanden juist? Lees eerst je eigen keuze.
Keuze A: de groottes. Als de Aarde een tennisbal is, wordt de Zon een bol van ruim 7 meter breed. Die past amper in de turnzaal. De Aarde moet dan op ongeveer 790 meter van de Zon hangen, Neptunus op ongeveer 24 kilometer. 'Dat is een andere gemeente,' zegt Noor.
Keuze B: de afstanden. De turnzaal is ongeveer 20 meter lang. Hangt Neptunus aan de achterste muur, dan hangt de Aarde op 66 centimeter van de Zon. Maar de Zon is dan zo groot als een erwt en de Aarde een stofje dat je niet ziet.
Sami laat zich achterover vallen. 'Dit level is niet te winnen.' 'Toch wel,' zegt Kiko. 'Je moet kiezen wat je wil tonen. En misschien heb je een groter speelveld nodig.'
Het laatste slot heeft zes letters. Noor draait: S-C-H-A-A-L. Klik. In de kist liggen vijf rollen toiletpapier en een keukenwekker die tikt: het getik van eerder vannacht. Hij staat op 6.40 uur, zonsopgang. 'Dit is de buit?' vraagt Sami. 'Dit,' zegt Kiko plechtig, 'is het beste meetinstrument van de hele school.'

Een groter speelveld
Afstanden in de ruimte zijn zo groot dat sterrenkundigen een eigen maat gebruiken: de astronomische eenheid, kort AE. Dat is de gemiddelde afstand van de Aarde tot de Zon, ongeveer 150 miljoen kilometer. Mars staat op ongeveer 1,5 AE van de Zon, Jupiter op ruim 5 AE en Neptunus op ongeveer 30 AE.
Of je rekent in reistijd van het licht, het snelste wat bestaat. Zonlicht is ongeveer 8 minuten en 20 seconden onderweg naar ons, tot Jupiter ongeveer 43 minuten en tot Neptunus ruim 4 uur. Met de auto aan 120 kilometer per uur rij je ongeveer 140 jaar tot bij de Zon. 'Honderdveertig jaar op de achterbank?' kreunt Sami. 'Dan zeur ik al na tien minuten.'
'Een tekening in een boek klopt dus nooit helemaal,' zegt Kiko. 'Daarom maak je een schaalmodel: een verkleinde kopie waarbij je alles met hetzelfde getal verkleint, zoals een kaart van België.'
Kiko's plan: één vel toiletpapier van 10 centimeter is 10 miljoen kilometer. Dan ligt de Aarde na 15 vellen, op 1,5 meter van de Zon, en Neptunus na ongeveer 452 vellen, op zo'n 45 meter. De Zon is een knikker van 1,4 centimeter, de Aarde een stofje van 0,13 millimeter.
5.30 uur. 'Dat past nooit in de turnzaal,' zegt Yara. Kiko wijst naar de ramen, waar de nacht dunner wordt. 'Nee. Wel op de speelplaats.'

Het zonnestelsel op toiletpapierschaal (1 vel = 10 cm = 10 miljoen km)
| Hemellichaam | Afstand tot de Zon (miljoen km) | Aantal vellen | Afstand in meter | Doorsnede op schaal |
|---|---|---|---|---|
| Zon | 0 | 0 | 0 | 14 mm |
| Mercurius | 58 | 6 | 0,6 m | 0,05 mm |
| Venus | 108 | 11 | 1,1 m | 0,12 mm |
| Aarde | 150 | 15 | 1,5 m | 0,13 mm |
| Mars | 228 | 23 | 2,3 m | 0,07 mm |
| Jupiter | 778 | 78 | 7,8 m | 1,4 mm |
| Saturnus | 1 432 | 143 | 14,3 m | 1,2 mm |
| Uranus | 2 867 | 287 | 28,7 m | 0,5 mm |
| Neptunus | 4 515 | 452 | 45,2 m | 0,5 mm |
Sami wil weten hoe lang zonlicht onderweg is tot bij Neptunus. Licht reist met ongeveer 300 000 kilometer per seconde. Neptunus staat gemiddeld op 4 515 miljoen kilometer van de Zon. Reken het uit en geef je antwoord in uren en minuten.
Zelfs licht is ruim 4 uur onderweg naar Neptunus, terwijl het de Aarde al na ongeveer 8 minuten bereikt.

6.40 uur: de speelplaats
In de kist rinkelt de keukenwekker. Aan de deur komt Meester Jens overeind van zijn veldbed, schuift zijn koptelefoon af, opent zonder een woord de deur naar de speelplaats en gaat met zijn koffie op de trap zitten. Yara rijdt voorop en legt de knikker, de Zon, tegen de muur.
Noor telt, Sami rolt, Wout legt kaartjes. Na 15 vellen ligt de Aarde, na 23 Mars. En dan komt er niets. Meter na meter wit papier. Pas op 78 vellen ligt Jupiter. Ergens ertussen, van vel 33 tot vel 48, strooit Wout een strook zand: de asteroïdengordel. In het echt vliegen ruimtesondes daar gewoon doorheen.
'Neptunus!' roept Yara van ver. 'Vijfenveertig meter! Ik zie de knikker bijna niet meer!' Achter de muur kleurt de hemel oranje. 'Iedereen omdraaien,' zegt Kiko. 'Ook bij zonsopgang kijken we niet in de Zon.'
'En de volgende ster?' vraagt Noor. De dichtstbijzijnde, Proxima Centauri, staat op ongeveer 40 biljoen kilometer: een 4 met 13 nullen. Haar licht is ruim vier jaar onderweg naar ons. 'Reken maar uit waar ze in ons model ligt,' zegt Kiko. 'Spoiler: niet op deze speelplaats.'

Wout wil weten hoeveel ruimte er tussen Mars en Jupiter is, want ergens daartussen strooit hij zand voor de asteroïdengordel. Mars ligt op 23 vellen van de Zon, Jupiter op 78 vellen. Hoeveel vellen en hoeveel meter liggen er tussen Mars en Jupiter (een vel is 10 cm)?
Ergens in die 5,5 meter, ongeveer tussen vel 33 en 48, ligt de asteroïdengordel, en toch is het daar vooral leeg.
Noors bonusvraag: op de toiletpapierschaal stelt één vel van 10 cm 10 miljoen kilometer voor. Proxima Centauri staat op ongeveer 40 biljoen kilometer. Hoe ver van de knikker ligt die ster dan?
40 biljoen km gedeeld door 10 miljoen km per vel is 4 miljoen vellen, en 4 miljoen vellen van 10 cm is 400 km, verder dan Brussel-Parijs (ongeveer 260 km in rechte lijn).
Het zonnestelsel op jouw speelplaats
Wat heb je nodig?
- minstens 750 vellen toiletpapier (ongeveer 4 tot 5 rollen)
- een knikker of kraal van ongeveer 1,4 cm (de Zon)
- 10 kaartjes van karton en een stift
- steentjes of wasknijpers om de kaartjes vast te leggen
- een meetlat
- een handvol zand of kleine steentjes
- een lang, vlak stuk grond van minstens 80 meter (sportveld, grote speelplaats of lang pad op het schoolterrein)
Zo doe je het
- 1
Meet met je lat de lengte van één vel. Kiko rekent met 10 cm per vel. Is jouw vel langer of korter? Tel toch de vellen uit de tabel: je schaal wordt dan een beetje anders, maar de verhoudingen blijven kloppen.
- 2
Leg de knikker (de Zon) aan het begin. Rol het papier in een rechte lijn uit en tel de vellen hardop.
- 3
Leg bij het juiste aantal vellen een kaartje met de naam van de planeet: Mercurius 6, Venus 11, Aarde 15, Mars 23, Jupiter 78, Saturnus 143, Uranus 287 en Neptunus 452.
- 4
Strooi tussen vel 33 en vel 48 wat zand: de asteroïdengordel (ongeveer 2,2 tot 3,2 AE).
- 5
De Kuipergordel loopt van 30 tot 50 AE. Eén AE is 15 vellen. Reken uit tot welk vel de Kuipergordel loopt en leg daar je laatste kaartje.
- 6
Wandel de hele strook af, van de Zon tot het laatste kaartje. Tel je stappen en kijk hoeveel van je model leeg is.
Bonuslevel: is Pluto een planeet?
Sami vist een grijs balletje uit zijn jaszak. 'Pluto. Waar leg ik hem?' Kiko zucht diep. 'Op ongeveer 590 vellen. Maar niet bij de planeten.'
Tot 2006 had het zonnestelsel negen planeten. Pluto, in 1930 ontdekt door de Amerikaan Clyde Tombaugh, was de negende. Maar voorbij Neptunus vonden sterrenkundigen steeds meer ijzige werelden, zoals Eris, die ongeveer even groot is als Pluto. Moesten die allemaal planeten worden?
In 2006 spraken sterrenkundigen af wat een planeet is. Ze draait rond de Zon. Ze is door haar eigen zwaartekracht bijna rond. En ze heeft haar baan leeggeveegd: ze is veruit het grootste in haar buurt.
Pluto haalt de eerste twee voorwaarden, niet de derde. Hij deelt zijn buurt met heel veel ijzige brokken. Daarom is hij nu een dwergplaneet, net als Ceres, Eris, Haumea en Makemake. Hij is ook maar ongeveer 2 380 kilometer breed, kleiner dan onze Maan van 3 475 kilometer.
Pluto doet 248 jaar over één rondje om de Zon. In 2015 vloog de ruimtesonde New Horizons voorbij en fotografeerde een groot, hartvormig gebied van ijs.
'Ze hebben Pluto naar de B-ploeg gestuurd,' moppert Sami. 'Niet naar de B-ploeg,' zegt Wout. 'In een andere categorie gestoken. Zoals een kaart die bij een andere set blijkt te horen.'

Sami is er zeker van dat Pluto minstens zo groot is als onze Maan. Waar of onwaar: Pluto is groter dan onze Maan.
Pluto is ongeveer 2 380 km breed en onze Maan 3 475 km, dus Pluto is kleiner.
Welke voorwaarde voor een planeet haalt Pluto niet?
Pluto draait rond de Zon en is rond, maar deelt zijn buurt met heel veel andere ijzige brokken.
Het logboek van de Ruimteclub: briefjes op de speelplaats

Debat: verdient Pluto zijn plaats terug?
Wat heb je nodig?
- de klas in een even aantal groepjes van 3 tot 5
- een kookwekker of tijdopnemer
- papier en pen voor de argumenten
- een voorwerp om door te geven, bijvoorbeeld een stift (de microfoon)
Zo doe je het
- 1
De helft van de groepjes is team Sami: 'Pluto moet weer een planeet worden.' De andere helft is team Noor: 'Pluto is terecht een dwergplaneet.'
- 2
Elk groepje zoekt in dit boekje drie argumenten. Denk aan de drie voorwaarden voor een planeet, de grootte van Pluto en de andere dwergplaneten.
- 3
Debatteer telkens één groepje van team Sami tegen één groepje van team Noor, in rondes van één minuut per groepje. Alleen wie de microfoon vasthoudt, mag spreken. De anderen luisteren en noteren.
- 4
Wissel van team en verdedig nu de andere kant, ook al vind je die minder leuk.
- 5
Stem in stilte, met je ogen dicht: welk argument vond jij het sterkst, los van je eigen team?
Voorbij Neptunus: de Kuipergordel en de Oortwolk
Wout plakt Pluto, het grijze balletje, met tape vast op vel 590, in de Kuipergordel: een brede, platte ring van ijzige brokken, van ongeveer 30 tot 50 AE van de Zon. 'Zie het als een reusachtige donut rond het zonnestelsel,' zegt Kiko. Pluto en de dwergplaneten Haumea en Makemake horen erbij.
'Wat zijn dat eigenlijk, die ijsbrokken?' vraagt Yara. 'Restjes uit de bouwtijd,' zegt Noor, die haar notitieboekje al open heeft. 'Bouwstenen die nooit een planeet werden.' De gordel is genoemd naar Gerard Kuiper, een in Nederland geboren sterrenkundige. Sommige kometen komen hiervandaan: ijsbollen die een lange staart krijgen als ze dicht bij de Zon komen.
Kiko wijst over de rand van het schoolterrein, de verte in. 'Nog veel verder ligt de Oortwolk, die niemand ooit gezien heeft.' Sami knijpt zijn ogen tot spleetjes. 'Ik zie niks.' 'Natuurlijk niet,' zegt Kiko. 'Maar sommige kometen doen honderden tot duizenden jaren over één rondje en komen uit alle richtingen, niet uit een platte ring. Daarom bedacht de Nederlandse sterrenkundige Jan Oort in 1950 dat er een bolvormige schil van ijsbrokken rond het hele zonnestelsel hangt.'
Volgens schattingen ligt de buitenrand van die schil op 50 000 tot 100 000 AE van de Zon, ongeveer een tot anderhalf lichtjaar. Een lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt. 'Op onze toiletpapierschaal,' rekent Wout, 'ligt die rand 75 tot 150 kilometer van de speelplaats.'
De ruimtesonde Voyager 1, gelanceerd in 1977, staat het verst weg van alles wat mensen ooit bouwden. Volgens NASA bereikt ze pas over ongeveer 300 jaar de binnenrand van de Oortwolk, en duurt de tocht erdoorheen ongeveer 30 000 jaar. 'De traagste wandeling ooit,' zegt Sami.

Op het kaartje dat Wout bij vel 450 legt, schrijft hij: 'Hier begint de Kuipergordel, voorbij de baan van ____.' Vul in.
De Kuipergordel begint ongeveer bij 30 AE, de afstand van Neptunus tot de Zon (30 x 15 vellen = 450 vellen).
Kiko wil vier kaartjes in de juiste volgorde, van dicht bij de Zon naar heel ver weg: Oortwolk, Kuipergordel, asteroïdengordel, Jupiter. Zet ze in volgorde.
De asteroïdengordel ligt tussen Mars en Jupiter, de Kuipergordel voorbij Neptunus en de Oortwolk nog veel verder.
Noor schrijft in haar notitieboekje: 'Oortwolk: nooit gezien. Bestaat ze dan wel?' Waarom denken sterrenkundigen toch dat de Oortwolk bestaat?
Het bestaan van de Oortwolk is afgeleid uit hoe kometen bewegen, niet rechtstreeks waargenomen.
Op jacht naar zwervers
Wat heb je nodig?
- warme kleren
- een volwassene die meegaat
- een sterrenkaart, een sterrenkijk-app of de website van een volkssterrenwacht (om vooraf te kijken welke planeten zichtbaar zijn)
- een zaklamp met rode folie ervoor
- een notitieboekje en potlood
Zo doe je het
- 1
Kiko laat een briefje achter: 'Zoek de komende weken vijf lichtjes die niet met de sterren meetrekken.' Zoek vooraf samen met een volwassene welke planeten die avond zichtbaar zijn en in welke richting. Gebruik een sterrenkaart, een app of de website van een volkssterrenwacht of van de Koninklijke Sterrenwacht van België in Ukkel.
- 2
Kies een plek met vrij zicht op de horizon en weinig straatlicht, zoals een tuin of een veld.
- 3
Wacht ongeveer 10 minuten tot je ogen aan het donker gewend zijn. Kijk niet op een fel scherm: dat verblindt je opnieuw. Heb je licht nodig om te schrijven, gebruik dan de zaklamp met rode folie.
- 4
Zoek de planeet in de aangegeven richting. Planeten twinkelen meestal minder dan sterren en schijnen rustiger.
- 5
Teken het stukje hemel met je planeet en de sterren eromheen. Noteer datum, uur en richting.
- 6
Kijk een week later opnieuw naar dezelfde plek. Is de planeet verschoven tegenover de sterren? Bij Venus en Mars zie je dat sneller dan bij Jupiter of Saturnus.
- 7
Wil je door een echte telescoop kijken? Zoek een volkssterrenwacht in je buurt, zoals Urania in Hove, MIRA in Grimbergen of Beisbroek in Brugge, en kijk wanneer er een publieksavond is.

8.15 uur: missie geslaagd?
Om acht uur ruikt de turnzaal naar choco en koffie. Aan de klimtouwen hangen acht planeten in de juiste volgorde. Op het kaartje eronder: 'Volgorde: juist. Groottes en afstanden: NIET op schaal. Echte afstanden: zie speelplaats.'
Buiten ligt nog 75 meter toiletpapier, met één grijs balletje op vel 590. Meester Jens zegt dat niemand het opruimt voor de ouders het gezien hebben.
Kiko zit weer stil op de kast, gewoon een knuffel. Maar in Noors notitieboekje zit een nieuw briefje, met een tekening van een gloeiende bol. 'Volgende missie: dichterbij. Veel dichterbij.' Eronder, kleiner: 'En nee, een zonnebril is niet genoeg.'

Woordenlijst
Extra oefenen
Noor zegt: “De Zon en de planeten ontstonden uit dezelfde grote wolk van gas en stof.” Past dit bij het verhaal?
Sami draait een wereldbol om zijn eigen as. Wat stelt die beweging voor?
Yara wil landen op een vast oppervlak van Jupiter zoals op de Aarde. Wat vergeet ze?
Kiko zegt: “IJsreus betekent dat je op Neptunus gewone ijsblokjes kunt oprapen.” Klopt dat?
Noor vindt drie planeetkaartjes. Vul de eerste drie planeten vanaf de Zon in: ______, ______, ______.
In Yara’s schaalmodel is 1 meter gelijk aan 100 miljoen kilometer. Een planeet ligt op 200 miljoen kilometer. Op hoeveel meter van de modelzon leg je haar?
Wout noemt Pluto “een verdwenen planeet”. Leg in twee zinnen uit wat er echt veranderde.
Kiko wil de Zon een negende planeet noemen. Geef één reden waarom de Zon in een andere groep hoort.
Sami zegt: “De planeet die het dichtst bij de Zon staat, moet ook de heetste zijn.” Is dat juist?
Wout wil op de ringen van Saturnus lopen alsof het één vloer is. Wat vergeet hij?
Yara vraagt waarom Uranus en Neptunus blauwachtig lijken. Welk gas uit de uitleg speelt daarbij een rol?
Wat neem ik mee?
- Ons zonnestelsel is ongeveer 4,6 miljard jaar oud. Het begon als een wolk van gas en stof die door de zwaartekracht in elkaar stortte, sneller ging draaien en plat werd.
- De Zon is geen planeet maar een ster. Ze bevat bijna 99,9 procent van alle materie en houdt met haar zwaartekracht de planeten in hun baan.
- Vanaf de Zon: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus. Mijn geheime code is M V A M J S U N.
- Vooraan staan vier kleine rotsplaneten, achteraan vier reuzen. Dat komt door de sneeuwgrens: daarachter was er ijs en dus veel meer bouwmateriaal.
- Venus is de heetste planeet, niet Mercurius, omdat haar dikke atmosfeer de warmte vasthoudt.
- De meeste planeten zijn genoemd naar Romeinse goden, Uranus naar een Griekse god. Alleen de Aarde heet gewoon 'grond'.
- Rotatie is draaien om je eigen as: dat geeft dag en nacht. Omwenteling is één rondje rond de Zon: dat is een jaar. Seizoenen komen door de schuine aardas, niet door de afstand tot de Zon.
- De ruimte is vooral leeg. Op toiletpapierschaal ligt de Aarde op 1,5 meter van de Zon en Neptunus op ongeveer 45 meter.
- Pluto is sinds 2006 een dwergplaneet, omdat hij zijn baan niet heeft leeggeveegd. Voorbij Neptunus ligt de Kuipergordel en heel ver daarachter de Oortwolk, die nog niemand heeft gezien.
Tip voor ouders en leerkrachten
Leg het schaalmodel met toiletpapier echt buiten, liefst samen: de lange lege stukken papier blijven veel beter hangen dan een tabel. Laat het kind daarna als 'Kiko' iets uitleggen aan iemand anders, bijvoorbeeld waarom Venus heter is dan Mercurius. Een publieksavond van een volkssterrenwacht of een bezoek aan het Planetarium in Brussel sluit mooi aan, en de vraag 'wie beslist eigenlijk wat een planeet is?' is een prima gesprek aan tafel.



