← Back to CoursesBoerderijkampen Wilrijk

Draaiboek: Boerderijlab, dag na dag

Het volledige verloop van het 4-5-daagse kernkamp, uur per uur: wat er gebeurt, wat de kinderen daarbij leren, welk spel erbij hoort en welke ondernemersrollen ze zelf opnemen als junior-wetenschappers. Onderaan staat hoe je hieruit het 2-daagse en het 10-daagse kamp afleidt. De volledige onderzoekenlijst, de leeftijdsversies en het materiaalbudget staan op de kamppagina Boerderijlab, de volledige spelregels ook in de Spellenbank.

kampdag 9-16u, opvang 8u30-17u 10-12 kinderen · 2 begeleiders elke dag een echte meting in het veldwerkboek
Bekijk dit draaiboek als dagrouteDezelfde week, nu visueel met kindactie, materiaal en zichtbaar eindbewijs.open → Leg de onderzoekskaarten ernaastPer onderzoek de volledige mise-en-place, methode, begeleiderstekst en stopcheck.open → Deel het veldwerkboek uitDe beloofde turfrasters, tabellen, grafieken en posterbladen zijn ingevuld.open →
Zo lees je dit draaiboek Elke dag heeft een vast skelet: dagopening om 9u (kring: wat gaan we vandaag onderzoeken en wat is onze hypothese?), onderzoeksblokken in voor- en namiddag, een middagpauze mét dierenronde, het spel van de dag en een afsluitkring. De vaste hygiënestops — handen wassen op kindhoogte na dierencontact, vijverwerk of bodemwerk, telkens vóór eten of microscopie — staan expliciet in het uurrooster: sla ze nooit over. De kolom "Wat leren ze" benoemt telkens het wetenschappelijke inzicht of de vaardigheid — dat is ook de taal waarmee je 's avonds aan ouders vertelt wat hun kind vandaag ontdekte. Differentiatie per leeftijdsgroep staat per dag onderaan: 6-8 Kuikens · 9-11 Veulens · 12-14 Alpaca's.

Dag 1 — Het lab gaat open: veldwerkboek, ethogram & insectensafari

Vandaag wordt iedereen junior bioloog: elk kind krijgt zijn eigen veldwerkboek en leert de vaste rubrieken hypothese → methode → resultaat → conclusie kennen aan de hand van een eerste, kleine ethogram-observatie bij de dieren. In de namiddag trekt de groep het veld in voor een insectensafari met echte determinaties.

Vandaag leren ze

Wat een hypothese is en waarom je hem opschrijft vóór je meet · hoe je gedrag opdeelt in meetbare categorieën met een naam en een code · hoe ObsIdentify een insect determineert.

Vandaag maken ze

Hun eigen veldwerkboek met de vier vaste rubrieken, een eerste ethogram-tabel bij één diersoort, en minstens drie determinaties op waarnemingen.be.

Vandaag runnen ze

Het labo-rollenbord: elke groep verdeelt labomeester, hygiënechef, perschef en tijdmeester — rollen die de hele week roteren.

TijdBlokWat gebeurt erWat leren ze
9u00-9u30DagopeningKennismakingskring; uitreiken veldwerkboek en badge "junior bioloog"; uitleg hypothese-methode-resultaat-conclusie met een mini-voorbeeld ("hoeveel pootjes heeft een pissebed, denk je? we checken het straks echt"); korte rondleiding met de wasplaats als vast punt tussen dieren en laboeen hypothese is een gok die je nadien kan checken
9u30-10u30Onderzoeksblok 1Ethogram bouwen: groepjes van 2-3 kijken 10-15 minuten naar één diersoort (alpaca, mini-koe, geit of konijn) en geven elke gedraging die ze zien een naam en een afkorting (GR=grazen, HK=herkauwen, RU=rusten, SO=sociaal contact)gedrag opdelen in meetbare categorieën
10u30-10u45Pauze + handen wassenBuiten, fruit + water; verplichte hygiënestop na het eerste dierencontact—
10u45-12u00Onderzoeksblok 2Ethogram meten: Kuikens turven met een streepje per gedraging, Veulens en Alpaca's doen een echte tijdsteekproef (elke 10 seconden noteren) gedurende 10-15 minuten; resultaat in het veldwerkboekhoe vaker je meet, hoe betrouwbaarder het beeld
12u00-12u10HygiëneHanden wassen op kindhoogte na dierencontact, vóór het middageten — vaste route langs de wasplaats—
12u10-13u00Middag + dierenrondePicknick buiten; nadien dierenronde met de verzorger: rustmoment voor de dieren checken en de vraag "deed jouw dier tijdens onze meting iets anders dan normaal?"dieren gedragen zich anders bij bezoek dan in rust
13u00-14u15Onderzoeksblok 3Insectensafari: loep en potje in kruidentuin, boomgaard en weiden; elke vondst determineren met ObsIdentify (offline soortenkaart als back-up bij zwak bereik) en noteren in het veldwerkboek; dieren keren na bekijken terug naar hun vindplaatseen foto met GPS-punt is een echte wetenschappelijke waarneming
14u15-14u30HygiëneHanden wassen na het buitenwerk, vóór het volgende onderzoeksblok—
14u30-15u15Onderzoeksblok 4Ethogram afwerken tot een eenvoudig staafdiagram of turfoverzicht in het veldwerkboek; elk groepje vergelijkt zijn diersoort met die van een ander groepjeresultaten worden pas een verhaal als je ze naast elkaar legt
15u15-15u40Spel van de dagSoortenjacht-bingo (zie hieronder)ook sporen tellen als een waarneming
15u40-16u00AfsluitkringRollenbord vastleggen voor de week; kringvraag "welke ontdekking verraste je vandaag het meest?"reflectie op de eigen ontdekking
Spel van de dag: Soortenjacht-bingo (20 min, hele groep, kruidentuin/boomgaard/weiden)
Elk kind of duo krijgt een bingokaart van 4×4 vakjes met tekeningen van insecten, sporen en dieren die op de boerderij te vinden zijn (lieveheersbeestje, spin, wesp, paardenbloempluis, konijnenkeutel, wol aan het alpacahek, slak, mier...). Wie iets vindt roept de begeleider erbij, die het vakje afvinkt — voor een levend beestje mag dat ook via een echte ObsIdentify- determinatie. Volle rij = "Bingo!", volle kaart = "Junior-natuurexpert." Baken het zoekgebied vooraf af en herhaal dat elk gevangen dier na bekijken terug naar zijn plek moet. Waarom dit spel: een bingokaart geeft structuur aan wat anders een chaotische jacht wordt, en dwingt kinderen om ook naar sporen te kijken, niet alleen naar levende beestjes.
Ondernemersblok: het labo-rollenbord Elke groep verdeelt vier rollen die de hele week roteren: labomeester (beheert de materiaalkar en telt instrumenten terug na elk blok), hygiënechef (bewaakt de wasmomenten en mag een observatie stilleggen als de dieren rust nodig hebben), perschef (maakt met de kamptablet foto's voor het ouderbord en later de posters) en tijdmeester (bewaakt de tijdsteekproef-klok en de blokken). Het rollenbord hangt in het labo.

Differentiatie: 6-8 turven met een streepje in plaats van een volledige tijdsteekproef, determineren samen met de begeleider · 9-11 volledige tijdsteekproef en zelfstandige ObsIdentify-determinatie · 12-14 ontwerpen zelf twee extra gedragscategorieën naast de standaardlijst en beargumenteren waarom die nuttig zijn.

Dag 2 — Meten in plaats van kijken: bodem, water & microscopie

Vandaag wordt het lab een echt meetstation: pH- en nitraattesten op moestuin, kruidentuin en vijver, de eerste eigen microscooppreparaten, en de start van een kiemproef in de serre die de rest van de week blijft meelopen. Ook opent vandaag de onderzoeksmunten-economie.

Vandaag leren ze

Een pH-schaal en een kleurgebaseerde teststrip aflezen · celwand, celkern en bladgroenkorrels herkennen onder de microscoop · een kiemproef is pas een experiment als je één variabele verandert.

Vandaag maken ze

Een vergelijkingstabel moestuin/kruidentuin/vijver (pH, nitraat, nitriet), hun eerste eigen preparaat (uihuidje + kruidentuinblaadje), en de opstart van hun kiemproef.

Vandaag runnen ze

De onderzoeksmunten-economie gaat open: elk labo-team krijgt een startbudget en koopt daarmee extra meetbeurten en instrumenttijd (zie ondernemersblok).

TijdBlokWat gebeurt erWat leren ze
9u00-9u20DagopeningKring met een pH-teststrip-demo op drie waterstalen: kraantjeswater, vijverwater en een druppel azijn — wie voorspelt de volgorde?een kleur kun je omzetten in een getal
9u20-10u30Onderzoeksblok 1Bodemkwaliteit ronde 1: teams testen moestuingrond en kruidentuingrond met de pH-bodemtestkit en noteren in hun vergelijkingstabelbodemtype verschilt van plek tot plek
10u30-10u45PauzeBuiten, fruit + water—
10u45-12u00Onderzoeksblok 2Waterkwaliteit ronde 2: teststrips (pH/nitraat/nitriet) op vijverwater, vooraf een hypothese opschrijven ("ik denk dat de vijver hoger scoort dan de moestuin omdat...")vergelijken kan pas als je overal dezelfde test gebruikt
12u00-12u10HygiëneHanden wassen na het grond- en waterwerk, vóór het middageten—
12u10-13u00Middag + dierenrondePicknick; dierenronde met de vraag "welke plek op de boerderij zou volgens jou het meeste bodemleven hebben?" (voorzet naar dag 5)voorspellen vóór je meet
13u00-14u15Onderzoeksblok 3Plantencelmicroscopie: preparaat van een uihuidje en een blaadje munt of basilicum uit de kruidentuin, tekenen naast elkaar in het veldwerkboek (plantencel vs. wat ze eerder van dieren zagen)een celwand zie je bij een plantencel, niet bij een dierlijke cel
14u15-14u30HygiëneHanden wassen na het werken met kleurstof en objectglaasjes—
14u30-15u15Onderzoeksblok 4Kiemproeven opstarten in de serre: elk team kiest zelf één variabele (licht/donker, water/geen water, warm/koud), schrijft een hypothese op en labelt de bakjes — inclusief een bakje dat niets veranderteen controlegroep is het bakje waar je niets aan verandert
15u15-15u40Spel van de dagHypothese-weddenschap (zie hieronder)een gok onderbouwen met een reden
15u40-16u00AfsluitkringOnderzoeksmunten-kas geteld; kringvraag "welke test verraste je het meest?"—
Spel van de dag: de Hypothese-weddenschap (25 min, hele groep, in het labo of buiten)
Vóór een meting wordt uitgevoerd (bv. "welke plek heeft de hoogste pH?" of "welk kiembakje ontkiemt het snelst?") schrijft elk kind zijn eigen voorspelling op een kaartje, mét een reden ("ik denk dat de vijver hoger scoort omdat de dieren er drinken"). Kaartjes gaan dicht op tafel. Na de echte meting worden ze omgedraaid: wie het dichtst bij zat wint het kaartje "Beste Voorspelling van de Dag". Geen argument bij je gok? Dan telt de gok niet mee. Waarom dit spel: een onderbouwde hypothese vooraf opschrijven — vóór je het antwoord kent — is precies de stap die kinderen anders overslaan, en die de kern vormt van hun veldwerkboek.
Ondernemersblok: de onderzoeksmunten-economie Vanaf vandaag verdient elk team onderzoeksmunten voor een afgewerkte meting mét hypothese én conclusie (2 munten per onderdeel), en kost extra instrumenttijd (een tweede beurt aan de microscoop, een extra teststrip) 1 munt. Wat een team overhoudt, spaart het voor de onderdelen-veiling van dag 4 (extra sensor, beste wildcamera-locatie, extra micro:bit-tijd). Zuinig plannen wordt zo vanzelf interessant — niemand hoeft het op te leggen.

Differentiatie: 6-8 bodemtest samen met de begeleider aflezen, preparaat vooral tekenen en kleuren · 9-11 lezen zelf de teststrips af en verwerken die in een tabel, maken hun preparaat volledig zelfstandig · 12-14 berekenen het verschil in pH tussen de drie plekken en formuleren een verklaring, kiezen zelf de variabele voor hun kiemproef.

Dag 3 — Vijverlabo & DNA-dag

De dag van het onzichtbare zichtbaar maken: 's ochtends microscopisch leven uit de vijver, 's middags een echte DNA-sliert uit een aardbei, en een tweede, diepere ethogram-meting om te zien of het gedrag van dag 1 zich herhaalt.

Vandaag leren ze

Watervlooien, pantoffeldiertjes en raderdiertjes herkennen · waarom aardbeien extra geschikt zijn voor DNA-extractie (achtvoudige chromosomenset) · of dierlijk gedrag verschilt tussen twee meetmomenten.

Vandaag maken ze

Een vergelijkende tekening levend water vs. gefilterd kraantjeswater, hun eigen zichtbare DNA-sliert, en een tweede ethogram-meting naast die van dag 1.

Vandaag runnen ze

De onderzoeksmunten-kas groeit verder; perschefs schrijven de veldnotitie van de dag voor het ouderbord.

TijdBlokWat gebeurt erWat leren ze
9u00-9u20DagopeningLive-demo: een druppel vijverwater op het scherm van de USB-microscoop — "wat zie jij daar bewegen?"leven zit soms te klein om met het blote oog te zien
9u20-9u35Hygiëne + afspraakVeiligheidsregel herhalen: nooit in het water stappen of proeven, enkel scheppen met net of emmer vanaf de kant—
9u35-10u45Onderzoeksblok 1Vijverlabo: met schepnetjes monsters nemen, onder de USB-microscoop bekijken, vergelijken met een staaltje gefilterd kraantjeswater als controle, tekenen in het veldwerkboekeen controlestaal bewijst dat het niet aan het glaasje ligt
10u45-11u00HygiëneHanden wassen na het vijverwerk—
11u00-12u00Onderzoeksblok 2Ethogram-verdieping: tweede meting bij dezelfde diersoort als dag 1, ditmaal een volledige tijdsteekproef voor iedereen, resultaten naast die van dag 1 leggenéén meting is een momentopname, twee metingen tonen een patroon
12u00-13u00Middag + dierenrondePicknick; dierenronde met de vraag "gedroeg jouw dier zich vandaag anders dan op dag 1, en waarom zou dat zijn?"metingen herhalen hoort bij goed onderzoek
13u00-13u15Hygiëne + afspraakVeiligheidsregel DNA-proef: de gekoelde alcohol wordt altijd door de begeleider gedoseerd, niet voor consumptie—
13u15-14u30Onderzoeksblok 3DNA uit een aardbei: pletten in extractievloeistof (water, zout, afwasmiddel), filteren, ijskoude alcohol langs de rand laten lopen, de witte DNA-sliert optillen met een satéprikkeriets "onzichtbaars" zichtbaar maken is ook een meetmethode
14u30-15u15Onderzoeksblok 4Verwerken in het veldwerkboek: vijverlabo-tekening, DNA-foto en de tweede ethogram-meting naast elkaar, per onderdeel een conclusie opschrijvenresultaten pas afronden is het onderzoek pas af
15u15-15u40Spel van de dagGedrags-charades (zie hieronder)een code omzetten naar concreet gedrag en terug
15u40-16u00AfsluitkringOnderzoeksmunten geteld; kringvraag "welk bewijs overtuigde je vandaag het meest?"—
Spel van de dag: Gedrags-charades (20 min, hele groep in kring, buiten of in het labo)
Elke ethogram-code van vandaag (GR=grazen, HK=herkauwen, RU=rusten, SO=sociaal contact, LO=lopen...) staat op een kaartje in de spelbak. Om de beurt trekt een kind een kaartje en beeldt dat gedrag uit zonder geluid te maken — de rest van de groep roept zowel de code als de volledige naam. Wie het eerst juist raadt, trekt het volgende kaartje. Extra punt als je ook kan zeggen bij welke diersoort je dat gedrag vandaag zag. Waarom dit spel: charades dwingt kinderen om een abstracte code van drie letters terug om te zetten naar concreet, herkenbaar gedrag — en omgekeerd, precies de vertaalslag die een ethogram bruikbaar maakt.
Ondernemersblok: de veldnotitie voor het ouderbord De perschefs van elk team schrijven samen een korte "veldnotitie" (3 zinnen + foto of tekening) over de opvallendste ontdekking van vandaag voor het ouderbord bij de uitgang — vandaag leren ze dat een ontdekking pas telt als je ze goed kan navertellen. Dit is meteen oefening voor de posters van de slotdag. Herinner de teams eraan dat gespaarde onderzoeksmunten morgen op de veiling besteed kunnen worden.

Differentiatie: 6-8 scheppen en kijken via het gedeelde scherm, plukken en pletten van de aardbei zelfstandig maar de alcohol wordt altijd door de begeleider gedoseerd · 9-11 volledige tijdsteekproef zelfstandig, filteren en de DNA-sliert zelf optillen · 12-14 maken labels en filteropstelling zelfstandig klaar maar de begeleider doseert ook bij hen de gekoelde alcohol; zij vergelijken hun twee ethogram-metingen in een tabelletje en formuleren een echte conclusie.

Dag 4 — Techniek & geduld: wildcamera en weerstation

Vandaag draait het om onderzoek dat niet stoort en techniek die blijft meten: wildcamera's gaan als lopend experiment de nacht in, de micro:bit wordt een weerstation dat twee plekken vergelijkt en drie identieke Berlese-opstellingen starten onder toezicht. Zo kan dag 5 beginnen met echte, eerlijk vergelijkbare bodemgegevens.

Vandaag leren ze

Camera-trapping is onderzoek zonder te storen · een micro:bit meet en toont temperatuur via blokprogrammeren in MakeCode · een dagelijkse meting wordt pas een reeks als je ze elke dag herhaalt.

Vandaag maken ze

Twee wildcamera's op een beargumenteerde locatie, een werkend micro:bit-weerstation op twee meetpunten, de dag-3-meting van hun kiemproef en drie gelabelde Berlese-opstellingen met exact hetzelfde monstervolume.

Vandaag runnen ze

De onderdelen-veiling: gespaarde onderzoeksmunten worden ingezet op speciale uitrusting.

TijdBlokWat gebeurt erWat leren ze
9u00-9u20DagopeningKring: "hoe onderzoek je een dier zonder het te storen?" als opstap naar het idee achter een wildcameraonopvallend onderzoek is ook onderzoek
9u20-9u40De veilingSpeciale uitrusting onder de hamer: extra micro:bit-sensor, beste camera-locatie, extra meetronde; teams bieden met gespaarde onderzoeksmunten na 2 minuten overlegkiezen wat je écht nodig hebt
9u40-10u30Onderzoeksblok 1Wildcamera's plaatsen: locaties kiezen en beargumenteren ("hier zag ik sporen", "hier ligt voedsel"), camera's ophangen op een veilige, kindhoge plekeen goede onderzoeksvraag begint met een goede plek kiezen
10u30-10u45PauzeBuiten, fruit + water—
10u45-12u00Onderzoeksblok 2Micro:bit-weerstation bouwen: board en batterijpack aansluiten, in MakeCode een eenvoudig blokprogramma maken dat de temperatuur toont, station bij de serre of de stal plaatsencode is een instructie die het board blijft herhalen
12u00-12u10HygiëneHanden wassen na het buitenwerk, vóór het middageten—
12u10-13u00Middag + dierenrondePicknick; dierenronde en meteen de dag-3-meting van de kiemproeven (kiempercentage, stengellengte) in het veldwerkboek—
13u00-14u15Onderzoeksblok 3Tweede micro:bit-station op een andere locatie (zon vs. schaduw, of stal vs. buiten); beide standen tegelijk aflezen en vergelijken in het veldwerkboektwee meetpunten tegelijk maakt een vergelijking eerlijk
14u15-15u15Onderzoeksblok 414u15-14u30: kiemproeven-tabel bijwerken. 14u30-15u05: Berlese-opstellingen starten: teams meten met dezelfde maatbeker exact 250 ml strooisel/bovengrond uit moestuin, boomgaard en gazon, labelen plek en starttijd en vullen drie identieke trechters. De begeleider monteert opvangpotten en lampen. 15u05-15u15: werkplek opruimen en voorspellen welke camera- en bodemlocatie morgen het meeste oplevert.een vergelijking is pas eerlijk bij gelijk monstervolume, gelijke opstelling en gelijke actieve extractietijd
15u15-15u40Spel van de dagDe Stille Wildcamera (zie hieronder)geduldig wachten is ook een onderzoeksmethode
15u40-16u00AfsluitkringOnderzoeksmunten geteld; kringvraag "wat verwacht je dat de wildcamera morgen laat zien?"—
Berlese-startcheck — alleen actief onder volwassen toezicht
Zet alle trechters op een stabiele, hittebestendige tafel en gebruik dezelfde zeef, laagdikte en lampafstand. De begeleider zet de lampen gelijktijdig aan, houdt snoeren buiten de looproute en noteert de actieve minuten. Lampen blijven nooit zonder aanwezige volwassene branden: uitschakelen en uittrekken vóór iedereen vertrekt, en dag 5 om 8u30 gelijktijdig herstarten. Eventuele conserveringsvloeistof wordt uitsluitend door de begeleider in gesloten, gemonteerde opvangpotten geplaatst en blijft buiten kinderhanden. Kies waar mogelijk droge opvang voor levende observatie en spreek vooraf met de boerderijverantwoordelijke af waar de diertjes nadien teruggezet worden.
Spel van de dag: De Stille Wildcamera (20 min, hele groep, buiten met dekking: bosrand of struiken)
Twee kinderen zijn "wildcamera's" en tellen met de ogen dicht tot 20 op een vaste plek. De rest verspreidt zich als "dieren" binnen een afgebakend gebied. Na het tellen draaien de camera's zich om en krijgen 30 seconden kijktijd zonder zelf te bewegen — elk "dier" dat ze zien, roepen ze bij naam en dat kind is af. Tijdens die 30 seconden mogen de "dieren" niet bewegen (net als op een pauzefoto); tussen de kijkbeurten door mogen ze wél verplaatsen. Het laatst overgebleven dier wordt de volgende wildcamera. Waarom dit spel: het laat voelen wat camera-trapping betekent — je jaagt geen beweging na, je wacht geduldig tot het dier zelf in beeld komt.
Ondernemersblok: de onderdelen-veiling De veiling maakt zichtbaar wat sparen sinds dag 2 heeft opgeleverd: teams die zuinig omgingen met hun onderzoeksmunten kunnen nu bieden op de beste uitrusting. Laat elk team vooraf 2 minuten overleggen: wat is het bod-maximum, wie biedt, wat is plan B als je verliest? Dat is in het klein hoe een onderzoeksbudget werkt.

Differentiatie: 6-8 korte, sterk begeleide kennismaking met het micro:bit-scherm, mogen wel mee beargumenteren welke cameralocatie de beste is · 9-11 kiezen zelf een locatie en beargumenteren die keuze, korte begeleide blokprogrammeer-sessie in MakeCode · 12-14 programmeren zelfstandig in MakeCode, vergelijken meerdere locaties als eigen dataset en nemen bij een Kuikens-groepje de werfleider-rol op.

Dag 5 — Het congres: wetenschapsbeurs voor ouders

De slotdag draait om tonen wat je ontdekt hebt: de wildcamerabeelden bekijken, het bodemonderzoek afronden met de Berlese-zeving, en om 14u30 opent de wetenschapsbeurs die de kinderen zelf runnen — als échte junior-onderzoekers met een "dr."-badge.

Vandaag leren ze

Hoe je onderzoeksresultaten samenvat tot een poster · hoe je bodemleven vergelijkt tussen plekken · hoe je een bezoeker in 60 seconden meeneemt in je onderzoek.

Vandaag maken ze

Hun poster of standje per team, de afgewerkte bodemdierenvergelijking, en hun volledig ingevulde veldwerkboek als portfolio mee naar huis.

Vandaag runnen ze

Het hele congres: uitnodiging, kassa met onderzoeksmunten, standjes, rondleidingen en de uitreiking van de "dr."-badges.

TijdBlokWat gebeurt erWat leren ze
9u00-9u20DagopeningKring: vandaag wordt het lab een congres; takenverdeling standje/kassa/rondleiding per team vastleggeneen taak kiezen die bij je past
9u20-10u00Onderzoeksblok 1Wildcamera's ophalen en de beelden samen bekijken op groot scherm: welk dier, op welk tijdstip, hoe vaak?geduldig verzameld bewijs geeft een verrassend antwoord
10u00-10u45Onderzoeksblok 2Bodemdierendetective: de begeleider heeft om 8u30 alle lampen voor dezelfde resterende tijd herstart en schakelt ze om 9u50 uit, trekt de stekkers uit en laat de opstellingen afkoelen. Pas daarna openen de teams de gelabelde opvangpotten. Ze tellen het totaal en herkenbare groepen (bijvoorbeeld pissebedden, springstaarten en mijten) en vergelijken moestuin, boomgaard en gazon op het veldwerkblad.gelijke monstervolumes en extractietijd maken vergelijken mogelijk; één vangst blijft een momentopname
10u45-11u00HygiëneHanden wassen na het bodemwerk—
11u00-12u00Onderzoeksblok 3Poster of standje maken: elk team kiest zijn sterkste ontdekking van de week (ethogram, vijverlabo, DNA, wildcamera, weerstation of bodemleven) en werkt die uit met tekening, cijfer en conclusiekiezen wat je niét vertelt is even belangrijk als wat wel
12u00-12u10HygiëneHanden wassen vóór het middageten—
12u10-13u00Middag + generale repetitiePicknick; elk team oefent zijn presentatie van 60 seconden op elkaareen goed verhaal duurt niet langer dan nodig
13u00-14u00CongresopbouwStandjes inrichten langs het parcours (vijverlabo met microscoop, DNA-standje, ethogram-grafieken, wildcamera-scherm, weerstation), kassa met onderzoeksmunten klaarzetten, badges "dr. [voornaam]" uitdeleneen tentoonstelling is ook een ontwerp
14u00-14u30Spel van de dagCongresbingo (zie hieronder)oefenen om over andermans onderzoek te praten
14u30-15u45De WetenschapsbeursOuders "verdienen" bij een kind drie onderzoeksmunten door een goede vraag over hun onderzoek te stellen en ruilen die in aan de kinderkassa voor een ticket; rondleiding per team langs de standjes, kinderen presenteren als "dr."trots tonen wat je ontdekt hebt
15u45-16u00AfsluitingDiploma "junior bioloog" voor wie de volledige methode doorliep, slotapplaus voor alle teams—
Spel van de dag: Congresbingo (20 min, hele groep, netwerkvorm)
Elk kind krijgt een bingokaart met negen vakjes, elk met een korte opdracht: "vind iemand die deze week een watervlo zag", "vind iemand die een DNA-sliert optilde", "vind iemand wiens dier vandaag lag te rusten tijdens de meting". Kinderen lopen rond, zoeken een teamgenoot die aan de opdracht voldoet en laten die het vakje aftekenen — elke naam mag maar één keer gebruikt worden, jezelf tekent niet af. Wie een volle rij heeft roept "Congres!" Waarom dit spel: het is de warming-up voor de echte beurs zo meteen — elk kind oefent al pratend over andermans onderzoek precies de zin die het straks aan de ouders gaat vertellen.
Ondernemersblok: de wetenschapsbeurs als mini-onderneming De kinderen runnen alles zelf: de uitnodiging (eerder deze week meegegeven), de kassa (elke ouder "koopt" een ticket met drie onderzoeksmunten die ze eerst bij een kind moeten verdienen door een goede vraag over het onderzoek te stellen), de standjes en de rondleidingen. De begeleider is vandaag alleen gastheer van de kinderen — niet van de ouders. Dat is het ondernemende hart van het hele kamp: zij hebben iets ontdekt, zij tonen het, zij staan aan de kassa.

Differentiatie: 6-8 korte poster met tekeningen en drie steekwoorden, presenteren in duo met een Alpaca als maatje · 9-11 bereiden in duo hun eigen poster of standje voor en presenteren zelfstandig aan de ouders · 12-14 uitgebreide affichesessie met hun eigen onderzoeksvraag als titel, nemen de rol van congres-regisseur op (wie staat waar, wanneer starten de rondleidingen) en krijgen het diploma "junior bioloog" voor wie de volledige methode doorliep.

Zo leid je de andere formaten hieruit af

2-daags = dag 1-compact + dag 3-compact

Dag 1: onthaal + veldwerkboek en badge "junior bioloog" uitreiken, boerderij- en dierenkennismaking, korte ethogram-intro bij één diersoort (groepjes roteren), picknick, namiddag insectensafari + ObsIdentify, vrij spel/speeltuin als afsluiter. Dag 2: vijverlabo (microscopie waterdiertjes), DNA-uit-aardbei-proefje, korte demo wildcamerabeelden (camera's stonden al te staan), om 15u de mini-wetenschapsbeurs voor ouders. De onderzoeksmunten- economie start meteen op dag 1 in lichte vorm; de veiling en het micro:bit-weerstation vervallen. Spellen: Soortenjacht-bingo op dag 1, een verkorte Congresbingo vóór de mini-beurs op dag 2.

10-daags = week 1 + de verdiepingsweek

Week 1 = dit draaiboek. Week 2: elk kind of duo kiest een eigen onderzoeksvraag ("welk dier is 's ochtends actiever?", "waar zit meer bodemleven: moestuin of boomgaard?", "kiemt tuinkers sneller met of zonder licht?") en herhaalt metingen — ethogram op verschillende dagdelen, kiemproeven met dataverzameling, wildcamera's blijven hangen. Technische verdieping: micro:bit zelfstandig programmeren en meerdere locaties vergelijken; een korte veldexcursie buiten het terrein vormt het hoogtepunt. De onderzoeksmunten-economie loopt door; in week 2 komt er een "loondag" bij (elke rol verdient munten) en wordt de veiling een echte aanbesteding: teams "bieden" op wie een instrument of locatie mag gebruiken, met hun onderzoeksplan als offerte. Een weekend-onderbreking vraagt een verantwoordelijke die de kiemproeven water geeft en de wildcamera's checkt. De slotweek eindigt met een uitgebreide affichesessie/wetenschapsbeurs en het diploma "junior bioloog" voor ouders én grootouders.

Dagelijkse checklist begeleider