Draaiboek: Boerderijlab, dag na dag
Het volledige verloop van het 4-5-daagse kernkamp, uur per uur: wat er gebeurt, wat de kinderen daarbij leren, welk spel erbij hoort en welke ondernemersrollen ze zelf opnemen als junior-wetenschappers. Onderaan staat hoe je hieruit het 2-daagse en het 10-daagse kamp afleidt. De volledige onderzoekenlijst, de leeftijdsversies en het materiaalbudget staan op de kamppagina Boerderijlab, de volledige spelregels ook in de Spellenbank.
Dag 1 — Het lab gaat open: veldwerkboek, ethogram & insectensafari
Vandaag wordt iedereen junior bioloog: elk kind krijgt zijn eigen veldwerkboek en leert de vaste rubrieken hypothese → methode → resultaat → conclusie kennen aan de hand van een eerste, kleine ethogram-observatie bij de dieren. In de namiddag trekt de groep het veld in voor een insectensafari met echte determinaties.
Vandaag leren ze
Wat een hypothese is en waarom je hem opschrijft vóór je meet · hoe je gedrag opdeelt in meetbare categorieën met een naam en een code · hoe ObsIdentify een insect determineert.
Vandaag maken ze
Hun eigen veldwerkboek met de vier vaste rubrieken, een eerste ethogram-tabel bij één diersoort, en minstens drie determinaties op waarnemingen.be.
Vandaag runnen ze
Het labo-rollenbord: elke groep verdeelt labomeester, hygiënechef, perschef en tijdmeester — rollen die de hele week roteren.
| Tijd | Blok | Wat gebeurt er | Wat leren ze |
|---|---|---|---|
| 9u00-9u30 | Dagopening | Kennismakingskring; uitreiken veldwerkboek en badge "junior bioloog"; uitleg hypothese-methode-resultaat-conclusie met een mini-voorbeeld ("hoeveel pootjes heeft een pissebed, denk je? we checken het straks echt"); korte rondleiding met de wasplaats als vast punt tussen dieren en labo | een hypothese is een gok die je nadien kan checken |
| 9u30-10u30 | Onderzoeksblok 1 | Ethogram bouwen: groepjes van 2-3 kijken 10-15 minuten naar één diersoort (alpaca, mini-koe, geit of konijn) en geven elke gedraging die ze zien een naam en een afkorting (GR=grazen, HK=herkauwen, RU=rusten, SO=sociaal contact) | gedrag opdelen in meetbare categorieën |
| 10u30-10u45 | Pauze + handen wassen | Buiten, fruit + water; verplichte hygiënestop na het eerste dierencontact | — |
| 10u45-12u00 | Onderzoeksblok 2 | Ethogram meten: Kuikens turven met een streepje per gedraging, Veulens en Alpaca's doen een echte tijdsteekproef (elke 10 seconden noteren) gedurende 10-15 minuten; resultaat in het veldwerkboek | hoe vaker je meet, hoe betrouwbaarder het beeld |
| 12u00-12u10 | Hygiëne | Handen wassen op kindhoogte na dierencontact, vóór het middageten — vaste route langs de wasplaats | — |
| 12u10-13u00 | Middag + dierenronde | Picknick buiten; nadien dierenronde met de verzorger: rustmoment voor de dieren checken en de vraag "deed jouw dier tijdens onze meting iets anders dan normaal?" | dieren gedragen zich anders bij bezoek dan in rust |
| 13u00-14u15 | Onderzoeksblok 3 | Insectensafari: loep en potje in kruidentuin, boomgaard en weiden; elke vondst determineren met ObsIdentify (offline soortenkaart als back-up bij zwak bereik) en noteren in het veldwerkboek; dieren keren na bekijken terug naar hun vindplaats | een foto met GPS-punt is een echte wetenschappelijke waarneming |
| 14u15-14u30 | Hygiëne | Handen wassen na het buitenwerk, vóór het volgende onderzoeksblok | — |
| 14u30-15u15 | Onderzoeksblok 4 | Ethogram afwerken tot een eenvoudig staafdiagram of turfoverzicht in het veldwerkboek; elk groepje vergelijkt zijn diersoort met die van een ander groepje | resultaten worden pas een verhaal als je ze naast elkaar legt |
| 15u15-15u40 | Spel van de dag | Soortenjacht-bingo (zie hieronder) | ook sporen tellen als een waarneming |
| 15u40-16u00 | Afsluitkring | Rollenbord vastleggen voor de week; kringvraag "welke ontdekking verraste je vandaag het meest?" | reflectie op de eigen ontdekking |
Elk kind of duo krijgt een bingokaart van 4×4 vakjes met tekeningen van insecten, sporen en dieren die op de boerderij te vinden zijn (lieveheersbeestje, spin, wesp, paardenbloempluis, konijnenkeutel, wol aan het alpacahek, slak, mier...). Wie iets vindt roept de begeleider erbij, die het vakje afvinkt — voor een levend beestje mag dat ook via een echte ObsIdentify- determinatie. Volle rij = "Bingo!", volle kaart = "Junior-natuurexpert." Baken het zoekgebied vooraf af en herhaal dat elk gevangen dier na bekijken terug naar zijn plek moet. Waarom dit spel: een bingokaart geeft structuur aan wat anders een chaotische jacht wordt, en dwingt kinderen om ook naar sporen te kijken, niet alleen naar levende beestjes.
Differentiatie: 6-8 turven met een streepje in plaats van een volledige tijdsteekproef, determineren samen met de begeleider · 9-11 volledige tijdsteekproef en zelfstandige ObsIdentify-determinatie · 12-14 ontwerpen zelf twee extra gedragscategorieën naast de standaardlijst en beargumenteren waarom die nuttig zijn.
Dag 2 — Meten in plaats van kijken: bodem, water & microscopie
Vandaag wordt het lab een echt meetstation: pH- en nitraattesten op moestuin, kruidentuin en vijver, de eerste eigen microscooppreparaten, en de start van een kiemproef in de serre die de rest van de week blijft meelopen. Ook opent vandaag de onderzoeksmunten-economie.
Vandaag leren ze
Een pH-schaal en een kleurgebaseerde teststrip aflezen · celwand, celkern en bladgroenkorrels herkennen onder de microscoop · een kiemproef is pas een experiment als je één variabele verandert.
Vandaag maken ze
Een vergelijkingstabel moestuin/kruidentuin/vijver (pH, nitraat, nitriet), hun eerste eigen preparaat (uihuidje + kruidentuinblaadje), en de opstart van hun kiemproef.
Vandaag runnen ze
De onderzoeksmunten-economie gaat open: elk labo-team krijgt een startbudget en koopt daarmee extra meetbeurten en instrumenttijd (zie ondernemersblok).
| Tijd | Blok | Wat gebeurt er | Wat leren ze |
|---|---|---|---|
| 9u00-9u20 | Dagopening | Kring met een pH-teststrip-demo op drie waterstalen: kraantjeswater, vijverwater en een druppel azijn — wie voorspelt de volgorde? | een kleur kun je omzetten in een getal |
| 9u20-10u30 | Onderzoeksblok 1 | Bodemkwaliteit ronde 1: teams testen moestuingrond en kruidentuingrond met de pH-bodemtestkit en noteren in hun vergelijkingstabel | bodemtype verschilt van plek tot plek |
| 10u30-10u45 | Pauze | Buiten, fruit + water | — |
| 10u45-12u00 | Onderzoeksblok 2 | Waterkwaliteit ronde 2: teststrips (pH/nitraat/nitriet) op vijverwater, vooraf een hypothese opschrijven ("ik denk dat de vijver hoger scoort dan de moestuin omdat...") | vergelijken kan pas als je overal dezelfde test gebruikt |
| 12u00-12u10 | Hygiëne | Handen wassen na het grond- en waterwerk, vóór het middageten | — |
| 12u10-13u00 | Middag + dierenronde | Picknick; dierenronde met de vraag "welke plek op de boerderij zou volgens jou het meeste bodemleven hebben?" (voorzet naar dag 5) | voorspellen vóór je meet |
| 13u00-14u15 | Onderzoeksblok 3 | Plantencelmicroscopie: preparaat van een uihuidje en een blaadje munt of basilicum uit de kruidentuin, tekenen naast elkaar in het veldwerkboek (plantencel vs. wat ze eerder van dieren zagen) | een celwand zie je bij een plantencel, niet bij een dierlijke cel |
| 14u15-14u30 | Hygiëne | Handen wassen na het werken met kleurstof en objectglaasjes | — |
| 14u30-15u15 | Onderzoeksblok 4 | Kiemproeven opstarten in de serre: elk team kiest zelf één variabele (licht/donker, water/geen water, warm/koud), schrijft een hypothese op en labelt de bakjes — inclusief een bakje dat niets verandert | een controlegroep is het bakje waar je niets aan verandert |
| 15u15-15u40 | Spel van de dag | Hypothese-weddenschap (zie hieronder) | een gok onderbouwen met een reden |
| 15u40-16u00 | Afsluitkring | Onderzoeksmunten-kas geteld; kringvraag "welke test verraste je het meest?" | — |
Vóór een meting wordt uitgevoerd (bv. "welke plek heeft de hoogste pH?" of "welk kiembakje ontkiemt het snelst?") schrijft elk kind zijn eigen voorspelling op een kaartje, mét een reden ("ik denk dat de vijver hoger scoort omdat de dieren er drinken"). Kaartjes gaan dicht op tafel. Na de echte meting worden ze omgedraaid: wie het dichtst bij zat wint het kaartje "Beste Voorspelling van de Dag". Geen argument bij je gok? Dan telt de gok niet mee. Waarom dit spel: een onderbouwde hypothese vooraf opschrijven — vóór je het antwoord kent — is precies de stap die kinderen anders overslaan, en die de kern vormt van hun veldwerkboek.
Differentiatie: 6-8 bodemtest samen met de begeleider aflezen, preparaat vooral tekenen en kleuren · 9-11 lezen zelf de teststrips af en verwerken die in een tabel, maken hun preparaat volledig zelfstandig · 12-14 berekenen het verschil in pH tussen de drie plekken en formuleren een verklaring, kiezen zelf de variabele voor hun kiemproef.
Dag 3 — Vijverlabo & DNA-dag
De dag van het onzichtbare zichtbaar maken: 's ochtends microscopisch leven uit de vijver, 's middags een echte DNA-sliert uit een aardbei, en een tweede, diepere ethogram-meting om te zien of het gedrag van dag 1 zich herhaalt.
Vandaag leren ze
Watervlooien, pantoffeldiertjes en raderdiertjes herkennen · waarom aardbeien extra geschikt zijn voor DNA-extractie (achtvoudige chromosomenset) · of dierlijk gedrag verschilt tussen twee meetmomenten.
Vandaag maken ze
Een vergelijkende tekening levend water vs. gefilterd kraantjeswater, hun eigen zichtbare DNA-sliert, en een tweede ethogram-meting naast die van dag 1.
Vandaag runnen ze
De onderzoeksmunten-kas groeit verder; perschefs schrijven de veldnotitie van de dag voor het ouderbord.
| Tijd | Blok | Wat gebeurt er | Wat leren ze |
|---|---|---|---|
| 9u00-9u20 | Dagopening | Live-demo: een druppel vijverwater op het scherm van de USB-microscoop — "wat zie jij daar bewegen?" | leven zit soms te klein om met het blote oog te zien |
| 9u20-9u35 | Hygiëne + afspraak | Veiligheidsregel herhalen: nooit in het water stappen of proeven, enkel scheppen met net of emmer vanaf de kant | — |
| 9u35-10u45 | Onderzoeksblok 1 | Vijverlabo: met schepnetjes monsters nemen, onder de USB-microscoop bekijken, vergelijken met een staaltje gefilterd kraantjeswater als controle, tekenen in het veldwerkboek | een controlestaal bewijst dat het niet aan het glaasje ligt |
| 10u45-11u00 | Hygiëne | Handen wassen na het vijverwerk | — |
| 11u00-12u00 | Onderzoeksblok 2 | Ethogram-verdieping: tweede meting bij dezelfde diersoort als dag 1, ditmaal een volledige tijdsteekproef voor iedereen, resultaten naast die van dag 1 leggen | één meting is een momentopname, twee metingen tonen een patroon |
| 12u00-13u00 | Middag + dierenronde | Picknick; dierenronde met de vraag "gedroeg jouw dier zich vandaag anders dan op dag 1, en waarom zou dat zijn?" | metingen herhalen hoort bij goed onderzoek |
| 13u00-13u15 | Hygiëne + afspraak | Veiligheidsregel DNA-proef: de gekoelde alcohol wordt altijd door de begeleider gedoseerd, niet voor consumptie | — |
| 13u15-14u30 | Onderzoeksblok 3 | DNA uit een aardbei: pletten in extractievloeistof (water, zout, afwasmiddel), filteren, ijskoude alcohol langs de rand laten lopen, de witte DNA-sliert optillen met een satéprikker | iets "onzichtbaars" zichtbaar maken is ook een meetmethode |
| 14u30-15u15 | Onderzoeksblok 4 | Verwerken in het veldwerkboek: vijverlabo-tekening, DNA-foto en de tweede ethogram-meting naast elkaar, per onderdeel een conclusie opschrijven | resultaten pas afronden is het onderzoek pas af |
| 15u15-15u40 | Spel van de dag | Gedrags-charades (zie hieronder) | een code omzetten naar concreet gedrag en terug |
| 15u40-16u00 | Afsluitkring | Onderzoeksmunten geteld; kringvraag "welk bewijs overtuigde je vandaag het meest?" | — |
Elke ethogram-code van vandaag (GR=grazen, HK=herkauwen, RU=rusten, SO=sociaal contact, LO=lopen...) staat op een kaartje in de spelbak. Om de beurt trekt een kind een kaartje en beeldt dat gedrag uit zonder geluid te maken — de rest van de groep roept zowel de code als de volledige naam. Wie het eerst juist raadt, trekt het volgende kaartje. Extra punt als je ook kan zeggen bij welke diersoort je dat gedrag vandaag zag. Waarom dit spel: charades dwingt kinderen om een abstracte code van drie letters terug om te zetten naar concreet, herkenbaar gedrag — en omgekeerd, precies de vertaalslag die een ethogram bruikbaar maakt.
Differentiatie: 6-8 scheppen en kijken via het gedeelde scherm, plukken en pletten van de aardbei zelfstandig maar de alcohol wordt altijd door de begeleider gedoseerd · 9-11 volledige tijdsteekproef zelfstandig, filteren en de DNA-sliert zelf optillen · 12-14 maken labels en filteropstelling zelfstandig klaar maar de begeleider doseert ook bij hen de gekoelde alcohol; zij vergelijken hun twee ethogram-metingen in een tabelletje en formuleren een echte conclusie.
Dag 4 — Techniek & geduld: wildcamera en weerstation
Vandaag draait het om onderzoek dat niet stoort en techniek die blijft meten: wildcamera's gaan als lopend experiment de nacht in, de micro:bit wordt een weerstation dat twee plekken vergelijkt en drie identieke Berlese-opstellingen starten onder toezicht. Zo kan dag 5 beginnen met echte, eerlijk vergelijkbare bodemgegevens.
Vandaag leren ze
Camera-trapping is onderzoek zonder te storen · een micro:bit meet en toont temperatuur via blokprogrammeren in MakeCode · een dagelijkse meting wordt pas een reeks als je ze elke dag herhaalt.
Vandaag maken ze
Twee wildcamera's op een beargumenteerde locatie, een werkend micro:bit-weerstation op twee meetpunten, de dag-3-meting van hun kiemproef en drie gelabelde Berlese-opstellingen met exact hetzelfde monstervolume.
Vandaag runnen ze
De onderdelen-veiling: gespaarde onderzoeksmunten worden ingezet op speciale uitrusting.
| Tijd | Blok | Wat gebeurt er | Wat leren ze |
|---|---|---|---|
| 9u00-9u20 | Dagopening | Kring: "hoe onderzoek je een dier zonder het te storen?" als opstap naar het idee achter een wildcamera | onopvallend onderzoek is ook onderzoek |
| 9u20-9u40 | De veiling | Speciale uitrusting onder de hamer: extra micro:bit-sensor, beste camera-locatie, extra meetronde; teams bieden met gespaarde onderzoeksmunten na 2 minuten overleg | kiezen wat je écht nodig hebt |
| 9u40-10u30 | Onderzoeksblok 1 | Wildcamera's plaatsen: locaties kiezen en beargumenteren ("hier zag ik sporen", "hier ligt voedsel"), camera's ophangen op een veilige, kindhoge plek | een goede onderzoeksvraag begint met een goede plek kiezen |
| 10u30-10u45 | Pauze | Buiten, fruit + water | — |
| 10u45-12u00 | Onderzoeksblok 2 | Micro:bit-weerstation bouwen: board en batterijpack aansluiten, in MakeCode een eenvoudig blokprogramma maken dat de temperatuur toont, station bij de serre of de stal plaatsen | code is een instructie die het board blijft herhalen |
| 12u00-12u10 | Hygiëne | Handen wassen na het buitenwerk, vóór het middageten | — |
| 12u10-13u00 | Middag + dierenronde | Picknick; dierenronde en meteen de dag-3-meting van de kiemproeven (kiempercentage, stengellengte) in het veldwerkboek | — |
| 13u00-14u15 | Onderzoeksblok 3 | Tweede micro:bit-station op een andere locatie (zon vs. schaduw, of stal vs. buiten); beide standen tegelijk aflezen en vergelijken in het veldwerkboek | twee meetpunten tegelijk maakt een vergelijking eerlijk |
| 14u15-15u15 | Onderzoeksblok 4 | 14u15-14u30: kiemproeven-tabel bijwerken. 14u30-15u05: Berlese-opstellingen starten: teams meten met dezelfde maatbeker exact 250 ml strooisel/bovengrond uit moestuin, boomgaard en gazon, labelen plek en starttijd en vullen drie identieke trechters. De begeleider monteert opvangpotten en lampen. 15u05-15u15: werkplek opruimen en voorspellen welke camera- en bodemlocatie morgen het meeste oplevert. | een vergelijking is pas eerlijk bij gelijk monstervolume, gelijke opstelling en gelijke actieve extractietijd |
| 15u15-15u40 | Spel van de dag | De Stille Wildcamera (zie hieronder) | geduldig wachten is ook een onderzoeksmethode |
| 15u40-16u00 | Afsluitkring | Onderzoeksmunten geteld; kringvraag "wat verwacht je dat de wildcamera morgen laat zien?" | — |
Zet alle trechters op een stabiele, hittebestendige tafel en gebruik dezelfde zeef, laagdikte en lampafstand. De begeleider zet de lampen gelijktijdig aan, houdt snoeren buiten de looproute en noteert de actieve minuten. Lampen blijven nooit zonder aanwezige volwassene branden: uitschakelen en uittrekken vóór iedereen vertrekt, en dag 5 om 8u30 gelijktijdig herstarten. Eventuele conserveringsvloeistof wordt uitsluitend door de begeleider in gesloten, gemonteerde opvangpotten geplaatst en blijft buiten kinderhanden. Kies waar mogelijk droge opvang voor levende observatie en spreek vooraf met de boerderijverantwoordelijke af waar de diertjes nadien teruggezet worden.
Twee kinderen zijn "wildcamera's" en tellen met de ogen dicht tot 20 op een vaste plek. De rest verspreidt zich als "dieren" binnen een afgebakend gebied. Na het tellen draaien de camera's zich om en krijgen 30 seconden kijktijd zonder zelf te bewegen — elk "dier" dat ze zien, roepen ze bij naam en dat kind is af. Tijdens die 30 seconden mogen de "dieren" niet bewegen (net als op een pauzefoto); tussen de kijkbeurten door mogen ze wél verplaatsen. Het laatst overgebleven dier wordt de volgende wildcamera. Waarom dit spel: het laat voelen wat camera-trapping betekent — je jaagt geen beweging na, je wacht geduldig tot het dier zelf in beeld komt.
Differentiatie: 6-8 korte, sterk begeleide kennismaking met het micro:bit-scherm, mogen wel mee beargumenteren welke cameralocatie de beste is · 9-11 kiezen zelf een locatie en beargumenteren die keuze, korte begeleide blokprogrammeer-sessie in MakeCode · 12-14 programmeren zelfstandig in MakeCode, vergelijken meerdere locaties als eigen dataset en nemen bij een Kuikens-groepje de werfleider-rol op.
Dag 5 — Het congres: wetenschapsbeurs voor ouders
De slotdag draait om tonen wat je ontdekt hebt: de wildcamerabeelden bekijken, het bodemonderzoek afronden met de Berlese-zeving, en om 14u30 opent de wetenschapsbeurs die de kinderen zelf runnen — als échte junior-onderzoekers met een "dr."-badge.
Vandaag leren ze
Hoe je onderzoeksresultaten samenvat tot een poster · hoe je bodemleven vergelijkt tussen plekken · hoe je een bezoeker in 60 seconden meeneemt in je onderzoek.
Vandaag maken ze
Hun poster of standje per team, de afgewerkte bodemdierenvergelijking, en hun volledig ingevulde veldwerkboek als portfolio mee naar huis.
Vandaag runnen ze
Het hele congres: uitnodiging, kassa met onderzoeksmunten, standjes, rondleidingen en de uitreiking van de "dr."-badges.
| Tijd | Blok | Wat gebeurt er | Wat leren ze |
|---|---|---|---|
| 9u00-9u20 | Dagopening | Kring: vandaag wordt het lab een congres; takenverdeling standje/kassa/rondleiding per team vastleggen | een taak kiezen die bij je past |
| 9u20-10u00 | Onderzoeksblok 1 | Wildcamera's ophalen en de beelden samen bekijken op groot scherm: welk dier, op welk tijdstip, hoe vaak? | geduldig verzameld bewijs geeft een verrassend antwoord |
| 10u00-10u45 | Onderzoeksblok 2 | Bodemdierendetective: de begeleider heeft om 8u30 alle lampen voor dezelfde resterende tijd herstart en schakelt ze om 9u50 uit, trekt de stekkers uit en laat de opstellingen afkoelen. Pas daarna openen de teams de gelabelde opvangpotten. Ze tellen het totaal en herkenbare groepen (bijvoorbeeld pissebedden, springstaarten en mijten) en vergelijken moestuin, boomgaard en gazon op het veldwerkblad. | gelijke monstervolumes en extractietijd maken vergelijken mogelijk; één vangst blijft een momentopname |
| 10u45-11u00 | Hygiëne | Handen wassen na het bodemwerk | — |
| 11u00-12u00 | Onderzoeksblok 3 | Poster of standje maken: elk team kiest zijn sterkste ontdekking van de week (ethogram, vijverlabo, DNA, wildcamera, weerstation of bodemleven) en werkt die uit met tekening, cijfer en conclusie | kiezen wat je niét vertelt is even belangrijk als wat wel |
| 12u00-12u10 | Hygiëne | Handen wassen vóór het middageten | — |
| 12u10-13u00 | Middag + generale repetitie | Picknick; elk team oefent zijn presentatie van 60 seconden op elkaar | een goed verhaal duurt niet langer dan nodig |
| 13u00-14u00 | Congresopbouw | Standjes inrichten langs het parcours (vijverlabo met microscoop, DNA-standje, ethogram-grafieken, wildcamera-scherm, weerstation), kassa met onderzoeksmunten klaarzetten, badges "dr. [voornaam]" uitdelen | een tentoonstelling is ook een ontwerp |
| 14u00-14u30 | Spel van de dag | Congresbingo (zie hieronder) | oefenen om over andermans onderzoek te praten |
| 14u30-15u45 | De Wetenschapsbeurs | Ouders "verdienen" bij een kind drie onderzoeksmunten door een goede vraag over hun onderzoek te stellen en ruilen die in aan de kinderkassa voor een ticket; rondleiding per team langs de standjes, kinderen presenteren als "dr." | trots tonen wat je ontdekt hebt |
| 15u45-16u00 | Afsluiting | Diploma "junior bioloog" voor wie de volledige methode doorliep, slotapplaus voor alle teams | — |
Elk kind krijgt een bingokaart met negen vakjes, elk met een korte opdracht: "vind iemand die deze week een watervlo zag", "vind iemand die een DNA-sliert optilde", "vind iemand wiens dier vandaag lag te rusten tijdens de meting". Kinderen lopen rond, zoeken een teamgenoot die aan de opdracht voldoet en laten die het vakje aftekenen — elke naam mag maar één keer gebruikt worden, jezelf tekent niet af. Wie een volle rij heeft roept "Congres!" Waarom dit spel: het is de warming-up voor de echte beurs zo meteen — elk kind oefent al pratend over andermans onderzoek precies de zin die het straks aan de ouders gaat vertellen.
Differentiatie: 6-8 korte poster met tekeningen en drie steekwoorden, presenteren in duo met een Alpaca als maatje · 9-11 bereiden in duo hun eigen poster of standje voor en presenteren zelfstandig aan de ouders · 12-14 uitgebreide affichesessie met hun eigen onderzoeksvraag als titel, nemen de rol van congres-regisseur op (wie staat waar, wanneer starten de rondleidingen) en krijgen het diploma "junior bioloog" voor wie de volledige methode doorliep.
Zo leid je de andere formaten hieruit af
2-daags = dag 1-compact + dag 3-compact
Dag 1: onthaal + veldwerkboek en badge "junior bioloog" uitreiken, boerderij- en dierenkennismaking, korte ethogram-intro bij één diersoort (groepjes roteren), picknick, namiddag insectensafari + ObsIdentify, vrij spel/speeltuin als afsluiter. Dag 2: vijverlabo (microscopie waterdiertjes), DNA-uit-aardbei-proefje, korte demo wildcamerabeelden (camera's stonden al te staan), om 15u de mini-wetenschapsbeurs voor ouders. De onderzoeksmunten- economie start meteen op dag 1 in lichte vorm; de veiling en het micro:bit-weerstation vervallen. Spellen: Soortenjacht-bingo op dag 1, een verkorte Congresbingo vóór de mini-beurs op dag 2.
10-daags = week 1 + de verdiepingsweek
Week 1 = dit draaiboek. Week 2: elk kind of duo kiest een eigen onderzoeksvraag ("welk dier is 's ochtends actiever?", "waar zit meer bodemleven: moestuin of boomgaard?", "kiemt tuinkers sneller met of zonder licht?") en herhaalt metingen — ethogram op verschillende dagdelen, kiemproeven met dataverzameling, wildcamera's blijven hangen. Technische verdieping: micro:bit zelfstandig programmeren en meerdere locaties vergelijken; een korte veldexcursie buiten het terrein vormt het hoogtepunt. De onderzoeksmunten-economie loopt door; in week 2 komt er een "loondag" bij (elke rol verdient munten) en wordt de veiling een echte aanbesteding: teams "bieden" op wie een instrument of locatie mag gebruiken, met hun onderzoeksplan als offerte. Een weekend-onderbreking vraagt een verantwoordelijke die de kiemproeven water geeft en de wildcamera's checkt. De slotweek eindigt met een uitgebreide affichesessie/wetenschapsbeurs en het diploma "junior bioloog" voor ouders én grootouders.