← Back to CoursesLeren leren
LEREN LEREN · SCHOOLIUM04

Begrijpen, ordenen en uitleggen

Van een gemarkeerde tekst naar een correct verband en een eigen uitleg

Wat je met dit boekje doetJe leert leerlingen een tekst of voorbeeld omzetten in een bruikbaar schema en een gecontroleerde uitleg.
LEERKRACHT

De vorm volgt de inhoud

Voor 5de-6de leerjaar en eerste graad secundair. Startles: 40 minuten. Geschikt voor taal, wereldoriëntatie, geschiedenis en wetenschappen.

Een mooi schema kan inhoudelijk fout zijn

Kies de vorm op basis van de leerinhoud: een volgorde vraagt een stappenlijn, een vergelijking vraagt twee kolommen en een oorzaak-gevolgverband vraagt een pijl met een verklaring. Laat leerlingen niet standaard elke tekst in een mindmap duwen.

Welke relatie wil je tonen?

InhoudPassende vormControlevraag
Stappen in een procesGenummerde ketenKlopt de volgorde?
Twee begrippen vergelijkenTabel met dezelfde kenmerkenVergelijk ik op dezelfde punten?
Oorzaak en gevolgPijlen met een relatie in woordenWaarom volgt dit hieruit?
Onderdelen van één geheelGroepering met duidelijke labelsHoort elk onderdeel echt bij deze groep?

Begin met een model

Toon jouw selectie en benoem waarom je een detail niet opneemt. Geef pas daarna een nieuwe korte tekst om samen te oefenen.

LEERKRACHT

Oefentekst: regen op het schoolplein

Zelfgeschreven lesinhoud. Leerlingversie: P08. Leg de woorden afvoer, onverhard en stroomrichting uit indien nodig.

Van tekst naar schema

  1. 1

    Onderstreep maximaal vier kernbegrippen: oppervlak, bodem, afvoer en water.

  2. 2

    Zoek twee verbanden: tegels laten weinig door; een verstopte afvoer belemmert wegstromen.

  3. 3

    Teken twee mogelijke routes: naar de afvoer en de bodem in.

  4. 4

    Schrijf bij de pijlen wat de route helpt of belemmert.

  5. 5

    Leg aan een maatje uit waarom ook op onverharde grond een plas kan staan.

LEERKRACHT

Lesverloop: selecteren, verbinden, verklaren

Klaarzetten: P08, P09 en een bord met twee routepijlen. Je hebt geen buitenproef nodig.

Veertig minuten

TijdHandelingDoel
0-5 minLaat één foto of eigen beschrijving van een plas besprekenVoorkennis activeren zonder al een verklaring te bevestigen
5-11 minLees de tekst en leg onbekende woorden uitToegang tot de inhoud
11-18 minModelleer twee kernbegrippen en één gelabelde pijlEen inhoudelijke keuze voordoen
18-28 minLeerlingen vullen twee routes aan in duo’sVerbanden ordenen
28-35 minIeder geeft een eigen verklaringGeen groepsantwoord overnemen
35-40 minNieuwe situatie bespreken en verbeterenToepassing controleren

Nieuwe situatie

“Er ligt een plas naast een onverharde strook. Bewijst dat dat de bodem geen water kan opnemen?” Verwacht: nee; er kan op dat moment meer water aankomen dan de bodem opneemt. Andere verklaringen zijn mogelijk maar staan niet vast.

SAMEN OEFENEN

Leerlingen aan het werk

Gebruik P08 voor de tekst en P09 voor de uitwerking. Dit oefenblad is ook mondeling of met een getekend schema bruikbaar.

Vier opdrachten

  1. 1

    Kies vier kernwoorden uit de regen-tekst en verklaar waarom je ze koos.

  2. 2

    Schrijf twee juiste zinnen met “omdat” of “als”.

  3. 3

    Maak een schema met twee routes voor het water; label elke pijl.

  4. 4

    Dek de tekst af. Leg uit waarom tegels en onverharde grond verschillende routes kunnen geven. Controleer daarna.

Werkruimte

LEERKRACHT

Model, criteria en denkfouten

Leerkrachtpagina. Een schema hoeft niet dezelfde vorm te hebben als jouw model.

Een correct model

Water op tegels: weinig door de tegels; een deel stroomt naar de afvoer; verstopping kan ophoping geven. Water bij onverharde grond: een deel dringt de bodem in; een plas kan blijven als aanvoer groter is dan opname op dat moment.

Controleer drie criteria

CriteriumWel correctNog verbeteren
SelectieOppervlak, bodem, afvoer en water spelen een rolAlleen losse details zoals school of bui
VerbandPijl naar afvoer met “stroomt naar”Ongelabelde pijl waarvan de betekenis onduidelijk is
VoorwaardeOok op onverhard kan bij veel aanvoer een plas staan“Grond neemt altijd al het water op”

Feedbackzin

“Je twee routes kloppen. Schrijf nu bij de bodemroute onder welke voorwaarde water kan blijven staan.” Zo verbeter je één inhoudelijk ontbrekend deel.

Beoordeling

Gebruik het schema als zicht op begrip. Beloon geen versiering of kleurgebruik als je doel verklaren is.

LEERKRACHT

Van schema naar uitleg en toepassing

Een schema wordt pas een leerhulp wanneer de leerling het gebruikt en controleert.

De uitleg in vier zinnen

  1. 1

    Noem waarover je uitleg gaat.

  2. 2

    Beschrijf één belangrijk verband.

  3. 3

    Geef een passend voorbeeld.

  4. 4

    Noem een grens, voorwaarde of uitzondering als de inhoud die vereist.

Voorbeeld uit wiskunde

“Omtrek is de lengte rond een figuur. Bij een rechthoek komen lengte en breedte elk twee keer voor. Voor 6 cm bij 4 cm is dat 6 + 4 + 6 + 4 = 20 cm. Ik gebruik cm; voor oppervlakte zou ik vierkante centimeters gebruiken.”

Kies de vervolgvraag

Als de leerling...Vraag dan...
Het woord kent“Hoe hangt dit samen met het andere begrip?”
Het voorbeeld herhaalt“Wat verandert bij een ander getal of oppervlak?”
Een algemene regel geeft“Onder welke voorwaarde klopt die?”

Kopieerbladen bij deze les

P08 en P09 bevatten tekst en schemawerk. P10 helpt een eigen uitleg controleren.

Bronnen

  • IES Pashler, H. e.a. (2007). Organizing Instruction and Study to Improve Student Learning. Institute of Education Sciences / What Works Clearinghouse. link
    Praktijkgids over onder meer voorbeelden, verklarende vragen en het verbinden van woorden met schema’s.
  • APS Dunlosky, J., Rawson, K. A., Marsh, E. J., Nathan, M. J. & Willingham, D. T. (2013). Improving Students’ Learning With Effective Learning Techniques. Psychological Science in the Public Interest, 14(1), 4-58. link
    Overzicht van tien leertechnieken; ophalen en spreiden krijgen een hoge bruikbaarheidsbeoordeling.
Download als PDFA4, afdrukken op 100%.